Kokkels en mossels besmetten elkaar met kanker

Mossels aan de westkust van Canada. Mossels kunnen elkaar met kanker besmetten. Foto Annette F. Muttray

Mossels, kokkels en andere schelpdieren lijden aan besmettelijke kankers. Kankercellen die in het ene weekdier woekeren, kunnen naar het andere overspringen en daar uitgroeien tot tumor. Dat schrijven Canadese en Amerikaanse biologen woensdag in Nature.

In de rest van het dierenrijk zijn besmettelijke kankers uiterst zeldzaam. De bekendste is een kanker die Tasmaanse duivels teistert. De roofbuideldieren geven de kanker aan elkaar over als ze elkaar in het gezicht bijten. Ook bij honden zijn besmettelijke kankers gevonden. Dit is iets anders dan kankers die door besmetting met virussen worden veroorzaakt, zoals de papillomavirussen (HPV) die bij mensen baarmoederhalskanker kunnen veroorzaken. De kokkels en de Tasmaanse duivels worden direct besmet door de kankercellen van een ander.

De onderzoekers vonden besmettelijke kankercellen bij drie tweekleppige schelpen: Amerikaanse mossels (Mytilus trossulus), gouden tapijtschelp (Polititapes aureus) en gewone kokkels (Cerastoderma edule). Het team had het bestaan van overdraagbare kanker al eerder aangetoond bij strandgapers (Mya arenaria).

Tweekleppige schelpen lijken daarmee buitengewoon gevoelig voor de tumorcellen van een ander.

Schelpdierkanker is meestal leukemie. De cellen woekeren eerst in het hemolymfe, het ‘bloed’ van schelpdieren en zaaien later over door het hele lijfje. Meestal is dat dodelijk. Met het blote oog is niet te zien dat een schelpdier kanker heeft. Pas onder de microscoop wordt de kanker zichtbaar als een vertroebeling van het normaal heldere hemolymfe.

Weekdierkenners wisten al een tijdje dat kanker kan ‘uitbreken’ onder schelpen. In de ergste gevallen sterven complete schelpenbanken of havenpopulaties af.

Lange tijd dachten biologen dat er een virus achter de kankeruitbraken zat. Viroloog Stephen Goff van Columbia University ging daarom in eerste instantie op zoek naar kankerveroorzakend virus bij strandgapers. Een virus vond Goffs team niet, maar wél besmettelijke kankercellen.

„Het aha-moment kwam toen we zagen dat alle tumoren genetisch identiek waren”, laat Goff per e-mail weten. „Tegelijkertijd zagen we dat het DNA niet overeenkwam met dat van de dieren zelf.” Voor dit onderzoek zocht Goffs team naar besmettelijke kankers bij andere schelpen.

De kankercellen van de gouden tapijstchelp bleken vreemd genoeg afkomstig van een ándere soort tapijtschelp (Venerupis corrugata). Deze tapijtschelpen komen in dezelfde schelpbanken voor maar krijgen vrijwel nooit kanker, terwijl bijna 42 procent van de onderzochte gouden tapijtschelpen sporen van kanker vertoonde.

Het is nog niet duidelijk hoe de schelpdieren op elkaar overdragen, maar het ligt voor de hand dat ze elkaar via zeewater besmetten. Goff: „In het lab zien we dat de kankercellen een poos in het zeewater kunnen overleven.”

Als de besmettelijke kanker van schelpsoort op schelpsoort kan overspringen, vormen de tumorcellen dan mogelijk een gevaar voor mensen? Nee, mailt Goff resoluut. „Er is geen enkel risico voor mensen, zelfs niet voor personen met een verzwakt immuunsysteem. Er is geen enkel bewijs voor overdracht buiten weekdieren.”

    • Lucas Brouwers