Kikkerstandje 8

Kikkereitjes worden buiten het lichaam bevrucht nadat het mannetje het wijfje enige tijd in de paargreep heeft vastgehouden. Deze ‘amplexus’ optimaliseert de manier waarop het mannetje zijn zaad in de nabijheid van de eitjes brengt en bevrucht. De 6.650 soorten kikkers en padden die onze planeet rijk is, bedienen zich tezamen van zes soorten paringsposities. Die standjes verwijzen doorgaans naar de plaats waar het mannetje het wijfje met zijn voorpootjes vasthoudt, bijvoorbeeld ‘inguinaal’ (bij de liezen), ‘axillair’ (onder de oksels) of juist zonder greep (kont-tegen-kont).

Onlangs is bij de Bombay nachtkikker (Nyctibatrachus humayuni) het zevende kikkerstandje ontdekt: de ruggelingse spreidstand, waarbij geen fysiek contact bij de ei-afzetting is (PeerJ 14 juni). Het mannetje hangt aan een tak boven het wijfje, loost zijn sperma op haar rug en verdwijnt, waarna het afdruipende zaad de eitjes tussen de achterpoten bevrucht.

Uit mijn archief van necrofiele kikkerparingen kan ik standje 8 aan dit rijtje toevoegen: op 6 juni 2014 fotografeerde Bertil Lenderink in Loon op Zand een groene kikker die zich in een tuinvijver urenlang frontaal had vastgeklampt aan de kop van een dode geelwangschildpad.

    • Kees Moeliker