Je kunt

Het is een eeuwenoude les dat de gebeurtenissen in Europa het Verenigd Koninkrijk raken en dat het daar dus invloed nodig heeft, schrijft de redactie van . „Een vertrek zou Europa verzwakken en het VK verarmen.”

Het chagrijn van de campagne overschaduwt het belang dat op het spel staat. Het verlies van een van de grootste EU-leden zal Europa verminken. Nu de Trumps en Le Pens zo’n voeding geven aan economisch nationalisme en vreemdelingenhaat, zou het een nederlaag betekenen voor de liberale orde die de grondslag van de welvaart in het Westen vormde.

Dat is duidelijk niet het argument van de stemmen die tot vertrek oproepen. Als het VK afscheid neemt van die verkalkte, ondemocratische EU, zo zeggen Brexiteers, is het vrij om zijn soevereine lot als naar buiten gerichte mogendheid te herwinnen. Ze zeggen uit naam van het liberalisme te spreken en scharen zich achter het argument dat vrijhandel tot welvaart leidt. Ze doen de geëigende uitspraken over een kleine overheid en bureaucratie. Ze zeggen dat ze niet zozeer uit vreemdelingenhaat tegen onbeperkte EU-migratie zijn, als wel uit de wens om die mensen te kiezen die het meest te bieden hebben.

De liberale Vertrekkers verkopen een illusie. Zodra hun plannen op de realiteit van een Brexit stuiten, vallen ze in duigen. Als het VK eruit stapt, zal het vermoedelijk armer, minder open en minder innovatief worden. In plaats van zijn mondiale perspectief terug te winnen, wordt het provincialer. En zonder VK is Europa slechter af.

Allereerst de economie. Zelfs de voorstanders van een Vertrek geven toe dat er op korte termijn schade zal zijn. Maar belangrijker is nog dat het VK ook op langere termijn vermoedelijk geen voorspoed zal kennen. Bijna de helft van de export gaat naar Europa. Toegang tot de interne markt is van levensbelang voor de City en om buitenlandse investeringen aan te trekken. Maar om die toegang te behouden, moet het VK de EU-regelgeving in acht nemen, aan de begroting bijdragen en het vrije verkeer van personen onderschrijven – juist alles waar het volgens de Vertrekkers van af moet. Het is misleidend om te doen of dit anders is.

De voorstanders van een vertrek geven hoog op van de kans om gemakkelijker handel te drijven met de rest van de wereld. Ook dat is onzeker. Europa heeft nu tientallen handelsverdragen met het VK. Die zouden allemaal vervangen moeten worden. Het Verenigd Koninkrijk zou een kleinere, zwakkere onderhandelingspartner zijn. De langzaam malende geschiedenis van de handelsliberalisering laat zien dat de mercantilisten meestal de overhand hebben.

Ook zal de bevrijding van het VK uit de EU vermoedelijk geen golf van binnenlandse liberale hervormingen losmaken. Naarmate de campagne zijn beloop had, heeft het Brexit-kamp de vooroordelen van de kiezers aangewakkerd en ingespeeld op een Little England-mentaliteit. Ondanks de vrije markt-retoriek van de Brexiteers, eisten ze toen een verlieslijdende staalfabriek in Wales dreigde te sluiten, overheidssteun en tariefbescherming. Dat zou zelfs de zogenaamd protectionistische EU nooit toestaan.

De stemmingmakerij was nog schaamtelozer bij het onderwerp immigratie. De Vertrekkers waarschuwden dat straks miljoenen Turken het VK zullen binnenvallen, iets wat flagrant onjuist is. Ze hebben de druk op openbare voorzieningen als de gezondheidszorg en het onderwijs aan de immigratie toegeschreven, terwijl de immigranten, die nettobetalers aan de schatkist zijn, het VK juist uit de brand helpen. Ze doen voorkomen dat het VK geen moordenaars, verkrachters en terroristen kan weren, terwijl het dat wel degelijk kan.

De Britten zien zichzelf graag als vrije markt-kampioenen. Ze schuiven hun narigheid maar al te gauw af op de Brusselse bureaucratie. Maar in werkelijkheid zijn ze net zo verslaafd aan regelgeving als ieder ander. Veel van de grootste obstakels voor groei – te weinig nieuwbouw, slechte infrastructuur, tekort aan vaardigheden – komen voort uit Britse regelgeving. In zes jaar regeren hebben de Tories deze niet weten te ontmantelen. Een vertrek uit de EU zou dit er niet gemakkelijker op maken.

Dit alles zou tot een overwinning van de Blijvers moeten leiden. Ook economen, ondernemers en politici uit de hele wereld hebben in de rij gestaan om het Verenigd Koninkrijk te waarschuwen dat het verkeerd zou zijn om te vertrekken (hoewel Trump voorstander is). Maar in de feitenvrije politiek die de westerse democratieën uit het lood slaat, zijn illusies aanlokkelijker dan gezag.

De Vertrek-campagne doet de alom sombere economische prognoses over de Britse vooruitzichten buiten de EU dan ook misprijzend af als het werk van ‘deskundigen’ (alsof kennis een belemmering voor inzicht is). En de Blijvers worden weggezet als elite (alsof Vertrekkers-boegbeeld Boris Johnson, opgeleid in Eton en Oxford, de gewone man belichaamt).

De schadelijkste van deze illusies is dat de EU wordt bestuurd door onverantwoordelijke ambtenaren die de soevereiniteit van het VK met voeten treden en uit zijn op een superstaat. De EU wordt te vaak gezien door het prisma van een korte tijd van intense integratie in de jaren tachtig – waarin onder meer de plannen voor de interne markt en de euro werden vastgelegd. In werkelijkheid wordt Brussel beheerst door regeringen die angstvallig hun macht bewaken. Wie wil dat ze meer rekenschap afleggen, heeft het over democratie, niet over soevereiniteit. Het antwoord is niet om weg te hollen, maar om te blijven en te werken aan de vorming van het Europa dat het VK wil.

Sommige Britten geloven niet in het vermogen van hun land om invloed op de gebeurtenissen in Brussel te hebben. Maar het Verenigd Koninkrijk speelde in Europa een beslissende rol – vraag maar aan de Fransen, die in de jaren zestig alles in het werk stelden om het buiten de club te houden. Het mededingingsbeleid, de interne markt en de uitbreiding naar het oosten werden allemaal door het Verenigd Koninkrijk toegejuicht en zijn ook verregaand in zijn belang. Zolang het VK niet wegloopt en zich verschuilt, heeft het alle reden om te geloven dat het een krachtige invloed zal behouden, ook over het netelige onderwerp van de immigratie.

Natuurlijk, premier David Cameron heeft voor het referendum geen verregaande hervorming van de Britse betrekkingen met de EU weten af te dwingen. Maar hij had zichzelf in een zwakke positie geplaatst door op het laatste moment om hulp te vragen, toen de regeringen met elkaar overhoop lagen over de eenheidsmunt en de vluchtelingen.

Sommige Britten zien dit als een reden om te vertrekken voordat het gedoemde bouwwerk instort. Maar het idee dat een vertrek het VK niet zou raken is de grootste illusie van allemaal. Ook al kan het VK weg uit de EU, het kan niet weg uit Europa. De les die al eeuwenlang teruggaat, is dat de gebeurtenissen in Europa het VK raken en dat het daar dus invloed nodig heeft. Als Duitsland te machtig is, moet het VK samenwerken met Frankrijk om een tegenwicht te bieden. Als Frankrijk wil dat de EU minder liberaal is, moet het VK samenwerken met de Nederlanders en de Scandinaviërs om dit tegen te houden. Als de EU welvarend is, moet het VK in de goede tijden delen. Als de EU mislukt, heeft het er belang bij dat de brokstukken op de juiste plaats terechtkomen.

Ja, de Europese Unie is een onvolmaakte club, soms om gek van te worden. Maar ze is beter dan het alternatief. Een vertrek zou een vreselijke vergissing zijn. Het zou Europa verzwakken en het Verenigd Koninkrijk verarmen en achteruitwerpen.

    • The Economist