Hofland en de gesmeerde flikflooiers

In het voorjaar van 1956 was de Nederlandse politiek in de ban van de Hofmans-affaire. Een commissie van drie wijze mannen moest het huwelijk van Juliana en Bernhard én de monarchie redden van deze handoplegster, maar de Nederlandse krantenlezer wist van niks.

Uit het rampjaar 1956 zijn over de Hofmans-affaire in krantendatabank Delpher welgeteld 26 stukken terug te vinden. Waaronder dit, van 24 augustus 1956, toen de hele storm al voorbij was. Het was het eerste stuk dat het Algemeen Handelsblad aan de affaire wijdde, op de voorpagina: „Het door Koningin Juliana en Prins Bernhard verstrekte communiqué geeft reden tot grote dankbaarheid. Want daaruit blijkt zonneklaar, dat, indien zich al wolken boven het Koninklijk Huis hadden samengetrokken, de atmosfeer thans volledig is opgeklaard.”

H.J.A. Hofland moet zich als redacteur Buitenland van die krant hebben opgevreten van ergernis. Zelf zat hij dat jaar met zijn vrouw in Hongarije om verslag te doen van de revolutie. Hij beschrijft de afgeknapte lantaarnpalen en granaatinslagen in Boedapest. „Als er een auto uit het westen passeert, nemen mannen hun hoed af.” Hij spreekt ministers en diplomaten.

In Tegels lichten uit 1972 beschrijft hij de stijl die de Nederlandse journalistiek bewaart voor het hof als „een gesmeerd flikflooien, een onovertroffen gekwijl”. Later schreef hij dat alle kranten, „in het volledig bezit van de waarheid omtrent de affaire Greet Hofmans, uit angst voor publieke verontwaardiging, gekwetstheid, verbijstering en hoe het verder heet, hun lezers van alles en nog wat op de mouw hebben gespeld”.

Die brutale toon – één grote aanmoediging voor journalisten om door te vragen

Een verlossing, vond ik, toen ik Tegels lichten als student journalistiek las en later toen ik zelf over het hof ging schrijven. En vooral het zinnetje over de pers in de landen om ons heen beviel me. „Die lichtte niet meteen het petje als er een autoriteit in zicht kwam, maar werd dan juist extra oplettend.” Die brutale toon. Het was één grote aanmoediging voor journalisten om door te vragen.

Je bleek gewoon onderzoek te kunnen doen naar de koninklijke familie en het hof. Je hoefde je niet te vervoegen bij de Rijksvoorlichtingsdienst, die alles ‘te persoonlijk’ vindt. Ik ontdekte dat er net als bij banken of bij woningbouwcorporaties, aan het hof kamerheren en hofdames zijn die geheimen willen vertellen. Je kunt ook daar een journalistiek netwerk opbouwen.

Dankzij Hofland werd de verslaggeving volwassen, net op tijd voordat de Lockheed-affaire zou uitbreken. Dat jaar schreven Nederlandse dagbladen honderden stukken over Lockheed en Bernhard, zonder dat er petjes werden gelicht.

Arme Hofland. Hij moet met pijn in het hart hebben toegekeken toen journalisten zich in 2002 vrijwillig door de RVD lieten muilkorven in de Vereniging Verslaggevers Koninklijk Huis. Gesmeerd flikflooien. Onovertroffen gekwijl.