Opinie

Een journalistieke alleseter, die nooit ophield nieuwsgierig te zijn

Hoe wordt men een beroemd journalist? Wijlen Hugo Brandt Corstius stelde die vraag in 2002 en gaf er 24 antwoorden op, voorschriften noemde hij ze, waarvan de mate van ernst nogal uiteenliep. Het eerste voorschrift luidde: word oud.

H.J.A. Hofland is 88 jaar oud geworden en een beroemd journalist, zoveel meer dan alleen maar een goed journalist. In het boek Op zoek naar de pool, met daarin „het beste van H.J.A. Hofland” noteerde Brandt Corstius: „Gehoorzaamt u aan een dozijn van deze voorschriften, dan wordt u een goed journalist. Gehoorzaamt u aan beide dozijnen, dan bent u Henk Hofland.”

Het vakmanschap van Hofland was drie jaar eerder al ruimschoots onderstreept, toen hij door vakgenoten werd uitgeroepen tot Journalist van de Eeuw. In de jaarlijkse journalistenprijzen die als De Tegel worden uitgereikt, klinkt eveneens het grote respect door dat hem toekomt. De prijzen zijn vernoemd naar het boek Tegels lichten (1972) waarin Hofland niet alleen autoriteiten ontmaskerde, maar ook het serviele gedrag van de Nederlandse journalistiek, bijvoorbeeld in de Greet Hofmans-affaire, de maat nam. Voor menig journalist die zich in die tijd in het ambt bekwaamde, vormde Tegels lichten (ondertitel: Ware verhalen over de autoriteiten in het land van de voldongen feiten) een inspirerende leidraad.

H.J.A. Hofland, die zich bij de signering van zijn artikelen beperkte tot initialen en achternaam (evenals zijn alter ego S. Montag) was veel meer dan dagbladjournalist, zelfs meer dan beroemd journalist. Hij was ook romancier, documentairemaker, uitvinder.

En ook: praatjesmaker in de positieve betekenis, in radioprogramma’s als Welingelichte Kringen, maar ook op de redactie van NRC Handelsblad. Het was jarenlang voor menig jongere redacteur een feest om, ook lang na diens (onvrijwillige) vut en pensionering, met Hofland te discussiëren, kennis te nemen van zijn opvattingen, zijn ideeën en aldus gesterkt en geïnspireerd opnieuw aan de slag te gaan. Brainstormen als levenshouding, en dat kon ook in het café.

Hofland was in uiteenlopende media actief, weekbladen, boeken, tv, radio, maar zijn journalistieke leven lang was hij verbonden aan NRC Handelsblad en een van de twee voorlopers daarvan, het Algemeen Handelsblad. Zijn bijdragen verschenen ook in nrc.next. Hij was in die vele jaren verslaggever, buitenlandredacteur, (adjunct-)hoofdredacteur, tv-recensent, commentator en bovenal: columnist. Hij behoorde tot de gezichtsbepalende redacteuren en medewerkers van de krant, hij was een van de ‘monumenten’ van NRC Handelsblad. Een man met een fenomenaal geheugen, die nooit ophield nieuwsgierig te zijn: tot het laatste moment bleef hij een scherp waarnemer van mondiale en nationale ontwikkelingen, die daarnaast voor het triviale allerminst zijn neus ophaalde. Hij was een journalistieke alleseter: er was maar weinig waarin volgens hem geen stukje dan wel een doorwrochte column stak. En hij hanteerde daarbij de pen op vaardige wijze, op een manier die de indruk wekte dat het hem allemaal geen moeite kostte.

„Ik ben zo nieuwsgierig als de pest”, luidde de kop boven het vraaggesprek met hem dat deze krant zaterdag 11 juni jl. publiceerde. Een waar woord. Hij was toen al geruime tijd ziek, maar uit niets bleek zijn verminderde belangstelling voor wat dan ook. Wat hij bleef doen, zolang het kon, was: stukjes schrijven. „Voor de lol”, zei hij er zelf over.

Hij was om maar één reden jaloers op jongere collega’s: hun leeftijd. Zij zouden nog zó veel meemaken wat hem ooit zou worden onthouden. Het recht op het eeuwige leven was ook hem niet gegeven. Tot zijn spijt.

H.J.A. Hofland opereerde onder het motto: een dag niet geschreven is een dag niet geleefd. Hij is uitgeschreven.