De Duitsers, waar schaven ze niet aan

Duitsland speelt op een ander niveau. Het aantrekkelijke spel begon te irriteren. „Soms drijven ze het te ver door, dat mooie voetbal van ze.”

De Duitse centrumspits Mario Gómez maakte tegen Noord-Ierland het enige doelpunt van de wedstrijd, na een assist van Thomas Müller . Foto ODD ANDERSEN/AFP

Het zou altijd een confrontatie worden van strijders uit verschillende gewichtsklassen. De dwerg Noord-Ierland contra de voetbalmogendheid Duitsland. In boksen wordt zo’n partij gestaakt, al werd het 1-0 slechts, bizar genoeg, en zo liet Die Mannschaft Noord-Ierland in Parc des Princes in leven, hopend op een doortocht naar de achtste finales.

Duitsland deed genoeg, net aan, in deze poule waar minimalisme hoogtij vierde. Maar het kwam er niet uit, niet in goals, niet na 24 doelpogingen waarvan zeven op goal. Duitsland dreef de spot met de groepsfase, met Noord-Ierland eigenlijk ook. Getemperd nog, dat zal het zijn, door het ontbreken van het alles of niets gevoel, die druk waarmee Duitsland zich op het gewonnen WK twee jaar geleden zo goed raad wist als eerste Europese WK-winnaar op Zuid-Amerikaanse grond.

Het was voldoende, nét voldoende, voor Duitsland om Polen voor te blijven en als groepswinnaar door te stoten. Alles in groen vierde in het regenachtige Parijs feest, want met drie punten en doelsaldo nul hadden Michael O’Neill en zijn elftal een beste kans om door te gaan. Zijn elftal en entourage, tienduizenden supporters van het hoogste aaibaarheidsgehalte, zijn een van de prettige surprises. En alle verhandelingen over kleine landen die niet thuishoren op dit tot 24 landen uitgebreide EK gaan niet op voor Noord-Ierland, dat zich soeverein plaatste als groepswinnaar.

Maar het was geen wedstrijd, nooit echt. Het leek, in Parc des Princes, even weer die halve finale, die onttakeling van de Brazilianen in de halve finale van het WK, het drama voor de Seleçao. Maar tegen Noord-Ierland gingen dus niet alle kansen erin, werd het niet 7-1 zoals in Mineiro tegen Brazilië, maar 1-0, door Mario Gomez.

In Das Reboot, het standaardwerk van Raphael Honigstein over de Duitse fundamentele herziening van het voetbalspel vanaf grofweg het jaar 2000, staat dat voorafgaand aan het WK 2014 de speelsheid – ja, echt – van de postmoderne voetballers van Duitse makelij een soort vloek begon te worden.

Het begon te irriteren, het onvermogen wedstrijden te ‘killen’ en, in breder perspectief, eindtoernooien te winnen met de nieuwe, gladde speelstijl. „Soms drijven ze het te ver door, dat mooie voetbal van ze”, zei teammanager Oliver Bierhoff. „Je zag het aan de lichaamstaal, de gezichtsuitdrukking bij spelers na het missen van een kans. Die gedacht: ‘Ik ben goed, de volgende kans komt zo wel’.”

Duitsland heeft al met al de opperste staat van concentratie, die van het WK van 2014, bij lange na nog niet aangetikt. Tegen Polen niet, dinsdag weer niet. Tikje steriel, nonchalant. Achteloos naar de achtste finales, maar wat herbergt dat team een mogelijkheden en aanvalslust. Zelfs tegen het ingegraven Noord-Ierland nog volop penetreren, naar voren duwend. Met Toni Kroos en Mesut Özil – die dinsdag 68 van zijn 69 passes naar de goede kleur verzond – als geboren balverplaatsers cq spelversnellers. De backs wijd en ‘hoog’ zoals dat tegenwoordig hoort, pseudo-aanvallers als tegenstanders zoals Noord-Ierland dat toelaat. Centraal achterin twee giganten in hun vak, Jérôme Boateng en Mats Hummels, volgend jaar samen bij Bayern München, en met keeper Manuel Neuer als libero annex doelman.

Honger naar kennis

De Duitsers: voetbal, om even het motto van de Nederlandse KNVB te lenen, om van te houden. Ze zaten niet stil. Wereldkampioen, maar juist dan, wat kan er beter? Dan kon je ze bij Ajax aantreffen, waar de Duitse voetbalbond dan een kijkje nam bij de vernieuwingen op De Toekomst. Honger naar kennis, naar methoden. Geobsedeerd door lijstjes, statistiek. Erik ten Hag, nu FC Utrecht-coach, zag in zijn tijd bij (het tweede van) Bayern München een obsessie met het aantal meters aan ‘high intensity runs’ per speler in de Premier League, en of dat in de Bundesliga niet hoger kon, harder.

Ze moesten ook wel door, verder na die gewonnen WK-finale in stadion Maracanã. Aanvoerder Philipp Lahm, linksback maar zoveel meer, stopte na het WK. Net als alltime Duits en WK-topscorer Miroslav Klose, talisman van Die Mannschaft, die nooit verloor als hij scoorde. De Duitsers, waar schaven ze niet aan? Duitsland heeft een voetbalstandaard die alleen door Spanje wordt overtroffen. Wat er vanuit de opleidingen naar boven opborrelt, is jaloersmakend. Joshua Kimmich (21) nu weer, een rechtsback die vleugelaanvaller en alles ineen is.

Maar in de Chancenverwertung – het kansen benutten – ging het mis en dinsdag was dat euvel weer helemaal terug. Niet erg uiteindelijk: Polen kwam tegen Oekraïne niet aan de 2-0, laat staan 3-0 die nodig was om Duitsland van kop te stoten in poule B. Kans op kans werd dus gemist tegen Noord-Ierland, vanaf de griezelig gave voetbeweging van Özil die Thomas Müller vrij voor doel plaatste, maar hij faalde één op één en dat bleef hij doen.

Maar hij stond er maar mooi steeds. Dat doet hij, want daar heeft hij een zintuig voor, een zeldzaam spelinzicht. Met zijn assist, op centrumspits Mario Gomez, toonde hij zich onbaatzuchtig, nadat hij de defensie van Noord-Ierland in de luren had gelegd en het overzicht bewaarde, oog voor de man in betere schietpositie. Daar bleef het wonderwel bij.

    • Bart Hinke