Boeken

Benoît Groult: Taboedoorbrekend tot het einde

Benoîte Groult (1920-2016) schreef haar grootste succes, de erotische roman ‘Zout op mijn huid’, pas op haar 68ste. Pornografie of ‘hymne de fallus’?

Benoîte Groult (1920-2016)

Feministen vonden het een ‘hymne op de fallus’, mannelijke critici beschouwden het als pornografie. Benoîte Groult veroorzaakte in 1988 een schandaal met haar roman Les vaisseaux du coeur, in het Nederlands vertaald als Zout op mijn huid, over de hartstochtelijke verhouding tussen een getrouwde, intellectuele Parisienne en een eveneens getrouwde Bretonse visser. Maar ondanks de gêne –toenmalig president Mitterrand, bevriend met Groult, zei dat hij de erotische roman „uit schaamte” niet durfde te lezen – werd het boek door de Fransen verslonden, en ook in het buitenland werd het een bestseller.

Vier keer getrouwd
Groult, die gisteren op 96-jarige leeftijd overleed, was al 68 toen ze het boek schreef. Niet alleen de expliciete seks die ze erin verwerkte choqueerde, ook haar boodschap, dat passie binnen het huwelijk onvermijdelijk verdwijnt, lokte felle reacties uit. Maar Groult wist waarover ze sprak: ze was zelf vier keer getrouwd en had ervaring met relaties buiten het huwelijk.

Wie had dat kunnen denken van de keurige opgevoede, katholieke dochter van een modeontwerpster en een meubelmaker, die in haar jeugd zo’n saaie verschijning was dat haar moeder zich zorgen maakte dat haar dochter zou ‘overblijven’? Haar eerste echtgenoten overleden kort na het huwelijk, de een tijdens de oorlog, de ander aan tuberculose. Haar derde echtgenoot, journalist Georges de Caunes, ontmoette ze toen ze voor het blad van de omroep ging schrijven. Met hem kreeg ze twee dochters. Haar vierde echtgenoot, romanschrijver Paul Guimard, met wie ze nog een derde dochter kreeg, moedigde haar aan tot schrijven.

De eerste drie romans schreef ze samen met haar jongere zus Flora. Daarnaast publiceerde Groult artikelen die vanaf het begin feministisch van toon waren. Pas op haar 55ste publiceerde ze haar solodebuut, Ainsi soit-elle (1975). In 1978 was ze medeoprichter van het feministische tijdschrift F Magazine en tussen 1984 en 1986 zat ze een staatscommissie voor die de namen van beroepen moest vervrouwelijken.

Feministe
De jongere generatie vrouwen, die zich liever geen feministes meer noemden, kreeg er van Groult regelmatig van langs. Bij een openbaar gesprek in 1998, bij de verschijning van haar autobiografie Mon évasion (Mijn ontsnapping), antwoordde ze op een vraag uit het publiek: „Of ik nog steeds feministe ben? U doet net alsof ik de een of andere vreselijke ziekte heb waar ik maar niet vanaf kom!”

Haar laatste boek, La touche étoile (vertaald als: Uit liefde voor het leven) schreef ze op haar 86ste. Opnieuw doorbrak ze een taboe: ditmaal beschreef ze hoe een bejaarde dame, haar alter-ego, in de maatschappij niet meer voor vol wordt aangezien. En ook in dit boek verpakte ze een omstreden boodschap: dat mensen op leeftijd het recht hebben om over hun eigen dood te beslissen, zoals ze op jongere leeftijd ook zelf mogen beslissen over het voortbrengen van een nieuw leven.

Groult, strijdbaar tot het einde, kreeg zelf de waardige dood die zij wenste: ze overleed in haar slaap, zonder te lijden, zei haar dochter Blandine.

    • Roderick Nieuwenhuis