18 jaar voor ‘takketak’-commandant

De Congolese krijgsheer Jean-Pierre Bemba is de eerste grote vis die is veroordeeld door het Internationaal Strafhof in Den Haag.

Hij had het zich allemaal zo anders voorgesteld. Het rijkeluiszoontje Jean-Pierre Bemba (53) uit Congo, de playboy van het Brusselse nachtleven, streefde ernaar de Che Guevara van de Afrikaanse bush te worden om zijn land te bevrijden. Nu zit hij als oorlogsmisdadiger achter de tralies. Dinsdag bepaalden de rechters van het Internationaal Strafhof in Den Haag dat hij achttien jaar de cel in moet, met aftrek van acht jaar voorarrest; de schuldigverklaring was al in maart uitgesproken. Bemba krijgt die straf wegens verkrachtingen, moorden en andere oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid, tussen oktober 2002 en maart 2003 begaan in de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR). Er was 25 jaar geëist.

Bemba bediende zich van mooie woorden toen ik hem in 2000 in de rebellenstad Gbadolite ontmoette, in het uiterste noorden van Congo, tegen de grens met de CAR aan. „Ik heb een visie voor mijn land”, verkondigde de lijvige leider van de Congolese bevrijdingsbeweging MLC. „Ik vecht voor democratie en mensenrechten.”

Congo werd toen geplaagd door een ratjetoe van bezettingslegers uit buurlanden, door rivaliserende rebellengroepen en door plunderende milities. Van die talrijke gevechtsgroepen in de Congolese burgeroorlog was de MLC de enige die vage contouren vertoonde van een ware bevrijdingsbeweging. Het leiderschap kwam uit de diaspora in België, de voormalige kolonisator, en ontwikkelde een ideologie onder invloed van de Oegandese leider Yoweri Museveni, die bevel had gegeven tot de oprichting van de MLC.

Bemba is de zoon van Jeannot Bemba Saolona, zakenman en vertrouweling van de kleptocraat Mobutu, president van Congo, dat toen Zaïre heette. Hij groeide op in en rond de paleizen van Mobutu, studeerde in België en werd met zijn zaken multimiljonair. Hij kende Gbadolite, waar hij als rebellenleider zetelde, dus goed, dat ‘Versailles in de jungle’ van de 32 jaar lang regerende Mobutu. Gbadolite was een monument van decadentie, met talrijke met goud en marmer belegde paleizen, een grotesk eerbetoon van Mobutu aan zichzelf.

La Vache qui rit

De rebellenleiders in Gbadolite aten elke ochtend uit België geïmporteerde Peijnenburg-ontbijtkoek met roomboter. Daarna volgde een wit broodje met smeerkaas van La Vache qui rit. Het deed onwezenlijk aan.

Soldaten van Laurent Kabila, de opvolger van Mobutu, plunderden Gbadolite en toen Bemba zich presenteerde als verzetsstrijder tegen het nieuwe gezag in de hoofdstad Kinshasa, kon hij rekenen op de steun van de nostalgische bevolking daar. Oegandese regeringssoldaten hadden het noordwesten van Congo al voor hem ingenomen. Ze gingen vervolgens op zoek naar Congolese rebellen om de strijd tegen het regime in Kinshasa voort te zetten. Drieduizend door hen getrainde strijders stelden ze ter beschikking van Bemba.

De vrij naïeve Bemba kende de intriges van het Congolese verzet onvoldoende en liet zich misbruiken door de Oegandezen, die samen met de Rwandezen achter de schermen de ware leiders van de oppositie waren. In zijn leunstoel in Gbadolite begon hij in 2000 plotseling een eenakter. Hij imiteerde de oorlog die zijn soldaten honderden kilometers verderop in de jungle werkelijk voerden.

Het verwende jochie

Hij strekte zijn arm als een geweer en zijn wijsvinger kromde om de onzichtbare trekker. ‘Takketakketak’, zo liet hij de kogels vliegen. Toen kwamen de kleine bommen: ‘Bam, bam bam.’ Hij zwaaide zijn arm naar achter. Toen volgden de grote bommen: ‘Ketsjou, ketsjou, ketsjou.’ Jean-Pierre ontgroeide nooit het stadium van het verwende jochie van de Congolese elite, hij leefde een kunstmatig bestaan, ver verwijderd van de harde werkelijkheid.

Bemba was schatplichtig aan zijn steunpilaren. Zoals aan de vlak bij Gbadolite gelegen CAR, vanwaar zijn troepen werden bevoorraad. Zijn strijders schoten in 2003 de daar zittende president Ange-Félix Patassé te hulp en begingen grove misdaden. Ook al was hij er niet bij toen zijn strijders deze misdaden begingen, het Strafhof oordeelt dat hij niets deed om ze voorkomen.

Nu Bemba, die nog in beroep kan gaan, voorlopig achter de tralies verdwijnt, blijft het beeld hangen van een wat onnozele verzetsstrijder, niet bedreven in de harde gewapende werkelijkheid van Midden-Afrika, misbruikt door staatshoofden in de regio en politici in Congo. Al zijn steunpilaren gaan vrijuit.

    • Koert Lindijer