Zoetermeer negeerde alarmberichten moskee

Jihadgangers Burgemeester Aptroot lichtte gemeenteraad onjuist in over radicalisering.

Moskee Al-Qibla in Zoetermeer. Foto Olivier Middendorp

Burgemeester Charlie Aptroot van Zoetermeer heeft de gemeenteraad onjuist geïnformeerd over radicalisering in zijn stad. Nadat begin 2013 de eerste jihadstrijders naar Syrië vertrokken, schreef Aptroot ten onrechte aan de gemeenteraad dat er voorheen geen signalen waren dat moslimjongeren in Zoetermeer radicaliseerden.

Uit onderzoek van NRC blijkt dat moskee Al-Qibla in Zoetermeer herhaaldelijk alarm heeft geslagen over radicaliserende jongeren, maar geen gehoor kreeg bij de gemeente.

In juli 2012 deed het moskeebestuur aangifte bij de politie nadat een bestuurslid was geslagen door een radicale moslim. De aangifte, in bezit van NRC, vermeldt dat het bestuur „grote problemen” ondervindt van jongeren die „de moskee willen radicaliseren”. Eerder dat jaar had het bestuur een soortgelijke klacht besproken met de politie. Ook zijn de problemen aangekaart bij Jan Waaijer, tot september 2012 burgemeester van Zoetermeer.

De radicale jongeren uit Zoetermeer, Den Haag, Schiedam en Delft wilden het bestuur van moskee Al-Qibla omverwerpen om zelf de macht te grijpen. De couppoging mislukte. Vervolgens vertrokken veel van de jongeren eind 2012 en begin 2013 naar Syrië, als eerste Nederlandse jihadstrijders. Na hun uitreis toonde Aptroot, een ‘hardliner’ binnen de VVD waarvoor hij eerder in de Tweede Kamer zat, zich verrast. Hij stelde dat Zoetermeer nooit verontrustende berichten had ontvangen over radicalisering. Nu blijkt dat de politie wel over signalen beschikte.

De zorgen over radicalisering in de moskee zijn eind september 2012 besproken in het driehoeksoverleg met Aptroot, stelt de politie Haaglanden in een schriftelijke reactie. In het verslag van het overleg wordt onder de kop ‘radicalisering’ melding gedaan van een machtsstrijd in de moskee tussen het bestuur en een groep „orthodoxe moslimjongeren”, erkennen politie en gemeente.

Aptroot zag hierin geen aanleiding om in te grijpen, omdat het geen verstoring van de openbare orde zou betreffen. Volgens hem heeft het woord ‘radicalisering’ nu een andere lading dan destijds, omdat toen nog geen jongeren naar Syrië waren uitgereisd. Ook wijst Aptroot erop dat zijn voorganger, ex-burgemeester Jan Waaijer, de problemen in de moskee niet heeft genoemd in de overdracht van de dossiers in september 2012. Waaijer zegt dat hij zich de overdracht niet precies kan herinneren.

De werkwijze van Zoetermeer past in het algemene beeld dat gemeenten in de periode voor de Syriëgang weinig alert waren op radicalisering. Eerder werd duidelijk dat de gemeente Delft in 2012 niets deed met een signaal uit een moskee over geradicaliseerde jongeren. Enkele maanden later vertrokken de jongeren naar Syrië. Inmiddels hebben alle steden een anti-radicaliseringsbeleid opgetuigd. Sinds 2013 werken de gemeente Zoetermeer en moskee Al-Qibla goed samen om radicalisering te bestrijden, zegt moskeevoorzitter Mohammed Boudadi.

De Lijst Hilbrand Nawijn (LHN) in Zoetermeer heeft schriftelijke vragen aangekondigd naar aanleiding van het onderzoek van NRC.

    • Andreas Kouwenhoven
    • Danielle Pinedo