Twijfelen tussen twee vlaggen

Bijna een op de drie voetballers op dit EK had ook voor een ander land kunnen uitkomen. Soms een mooi alternatief, maar vaker reden voor twijfel.

In de spelonken van Stade Vélodrome is het Ermir Lenjani niet aan te zien dat hij anders is dan anderen. Hij heeft vrolijke oplichtende ogen, een modieus baardje, blijkt een uitgesproken hekel te hebben aan oneerlijk verliezen en hult zich na de wedstrijd in het kostuum van zijn bond. Zwart, met rode das: de kleuren van Albanië.

Toch is het niet vanzelfsprekend dat hij in Marseille de Albanese adelaar vertegenwoordigt. Want het is juist zijn nationaliteit die maakt dat hij verschilt van veel teamgenoten. Of beter gezegd: zijn nationaliteiten. De 26-jarige middenvelder is een van de 166 spelers op dit EK die ook zomaar voor een ander land hadden kunnen spelen, op een totaal van 552 deelnemers. De uitkomst van dit onderzoek, uitgevoerd in opdracht van wedkantoor Netbet, is illustratief voor een toernooi waar spelers zich vaker dan hen lief is moeten verantwoorden voor afkomst en patriotisme, voor hartstocht en loyaliteit.

Lenjani werd geboren in een Albanees gezin in Kosovo, maar woonde vanaf zijn peuterjaren in Zwitserland. In tijden van oorlog was dat een toevluchtsoord voor meer dan driehonderdduizend Kosovaarse Albanezen. „Ik heb de hartstocht van een Albanees en de vastberadenheid van de Zwitsers”, zegt hij. Hij had voor Zwitserland kunnen spelen, maar volgde zijn hart naar Albanië.

Maar er speelt nog iets. Mocht Lenjani willen, dan kan hij op 5 september uitkomen voor Kosovo als dat land voor het eerst deelneemt aan de kwalificatieronde voor een WK. Datzelfde geldt voor zes van zijn ploeggenoten. De UEFA staat zo’n overstap toe bij toelating van een nieuw lid. Een serieuze optie? „We praten daar wel over, maar op dit moment voor niemand.” En na het EK? „Dan weet je het niet. Laten we eerlijk zijn: stel dat een nieuwe bondscoach jou niet opstelt, dan kan Kosovo toch aantrekkelijk zijn.”

Twijfels

Achter dit dilemma schuilen ongemakkelijke wezensvragen. Waar ligt je hart? En wat is loyaliteit in een Europa dat etnisch gemixt is? Van alle deelnemers telt Frankrijk met vijftien de meeste spelers met een dubbele nationaliteit, gevolgd door Zwitserland (14), Albanië (13) en België (13). Alleen Roemenië heeft er geen enkele.

Wie de verhalen erachter hoort, merkt dat afkomst soms relatief is. Een rekbaar begrip, meebuigend met eigen opvattingen of de drang naar een basisplaats. Maar afkomst is ook een bron van discussie over vaderlandsliefde. Of juist een gebrek daaraan. Voorbeelden zijn er in overvloed.

In Duitsland meende een rechtspopulist dat Duitsers de half-Ghanese speler Jérôme Boateng niet als buurman zouden willen hebben. Waarna een partijgenoot nog geen dag later haar twijfel uitte over de loyaliteit van sterspeler Mesut Özil, na diens bedevaart naar Mekka.

In Oekraïne stelden oud-internationals en politici dat Jevgen Seleznjov en Oleksandr Zintsjenko moesten worden geboycot, omdat ze voetballen in de competitie van vijandig Rusland. „Zij zouden nooit meer voor Oekraïne mogen spelen”, aldus oud-verdediger Oleg Luzhny.

En dat is niet alles. Er speelt zelfs een Russische speler op dit EK die drie weken geleden nog Duitser was. „Maar zo voelt het niet”, zei Roman Neustädter begin dit toernooi. Hij groeide op in Duitsland, maar werd in 1988 geboren in Oekraïne, toen nog de Sovjet-Unie. Vandaar dat bondscoach Leonid Sloetski de middenvelder kon claimen nadat zijn sterspeler Alan Dzagojev geblesseerd was geraakt. Elf dagen voor de eerste wedstrijd tegen Engeland lag zijn paspoort klaar. Naar het schijnt op aandringen van Poetin.

„Denk je dat echt?” Journalist Afsati Dzjoesojev van Kommersant lacht. „Russische bestuurders hebben gewoon hun mogelijkheden benut om een benodigde middenvelder erbij te halen. Met oog op het WK 2018 [in Rusland] zal dat waarschijnlijk vaker gebeuren. We hebben ook een Braziliaanse reservekeeper die met een Russin is getrouwd.”

Het naturalisatieproces als wapen. Bestuurders die zich verdiepen in grenzen, familiegeschiedenis en relaties kunnen spelers een win-winsituatie bieden. Zoals bij Neustädter, die twee oefenduels voor Duitsland speelde, maar niet in aanmerking kwam voor het EK. Indruk maakte hij vooralsnog niet. „Was het echt nodig om deze speler te naturaliseren”, vroeg de krant Sovjetsport zich af.

Voldoende Zwitserse rolmodellen?

Niet alleen in Rusland leidt dit proces tot twijfel. Ook in Zwitserland, waar Albanezen tot de beste spelers van de ploeg behoren. In een serie interviews uitte aanvoerder Stephan Lichtsteiner vorig jaar zijn zorgen: bezat de nationale ploeg nog wel voldoende Zwitserse rolmodellen?

Vorige week kwam er onvrede aan de oppervlakte, en dat uitgerekend op de dag voor het duel met Roemenië. Boosdoener was middenvelder Xherdan Shaqiri, die op dat moment net had vernomen dat de bondscoach hem niet als potentiële aanvoerder zag. Dus zei hij: „Als Kosovo mij als aanvoerder wil, waarom niet?’’

Een eerlijk antwoord, maar wel dusdanig individualistisch van aard dat het de Zwitsers pijn deed. Zij hadden de weg naar de top immers geplaveid voor hem.

Verdediger Arlind Ajeti (22) doorliep diverse nationale jeugdelftallen in Zwitserland, werd er geboren, maar toch koos hij voor Albanië. „Ik ben Zwitserland heel dankbaar voor alles wat het me gegeven heeft. Van mijn school- tot voetbalopleiding. Maar als ik mijn ouders recht in de ogen kijk, weet ik dat ik hen het meest trots maak door voor Albanië te spelen.”

In de tweede wedstrijd op dit EK leidde de verwevenheid tussen Albanië en Zwitserland tot een primeur. De eerste broedertwist ooit, in de vorm Taulant Xhaka (25) versus zijn broertje Granit (23), die speelt voor Zwitserland. Voor het publiek sensatie, voor hen een crime.

„Ik kan je zeggen dat Taulant het er heel moeilijk mee had”, zegt Ermir Lenjani, diens ploeggenoot bij Albanië. „Hij kon er niet goed mee omgaan. Het is niet fijn als je plotseling tegenover je eigen vlees en bloed staat.”

    • Fabian van der Poll