Strafhof veroordeelt oud-vicepresident DR Congo tot 18 jaar celstraf

Jean-Pierre Bemba Gombo werd in maart schuldig bevonden voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid.

Bemba in het Internationaal Strafhof Foto Michael Kooren/REUTERS

Het Internationaal Strafhof in Den Haag heeft oud-vicepresident van de Democratische Republiek Congo (DRC) Jean-Pierre Bemba Gombo veroordeeld tot 18 jaar gevangenisstraf.

Verantwoordelijk voor misdaden door troepen

In maart dit jaar werd Bemba schuldig bevonden voor oorlogsmisdaden (moord, verkrachting en plundering) en misdaden tegen de menselijkheid (moord en verkrachting) die tussen oktober 2002 en maart 2003 in de Centraal Afrikaanse Replubliek (CAR), het buurland van DRC, gepleegd werden. De misdaden werden gepleegd door de door Bemba in 1998 opgerichte militie Vrijheidsbeweging voor Congo (MLC). In 2002 stuurde hij zo’n 1500 MLC-strijders naar buurland Centraal Afrikaanse Republiek (CAR). Daar maakten zij zich schuldig aan bovengenoemde misdaden.

Opvallend is dat Bemba zelf niet in CAR was toen de misdaden gepleegd werden, maar in zijn rol als rebellenleider had hij “commando-verantwoordelijkheid” voor de daden van zijn milities. Bemba’s verdediging pleitte dat hij de soldaten geen opdracht had gegeven om misdaden te plegen, en daardoor niet schuldig bevonden kon worden voor de wandaden van de MLC. Het Hof verwierp dat argument: Bemba wist van de acties van de MLC af en als leider had hij de controle om de misdaden te voorkomen, of op zijn minst te straffen.

CAR verwees de door de MLC gepleegde misdaden in 2005 naar het Internationaal Strafhof. Het Hof vaardigde in 2008 een aanhoudingsbevel voor Bemba af, en een dag later werd Bemba in België gearresteerd en overgeleverd aan Den Haag.

Strafbepaling

De celstraf van de steenrijke Congolees werd dinsdag bepaald. Hij kon tot dertig jaar celstraf krijgen, of levenslang in het geval van “bijzondere ernst van de misdaad en de persoonlijke omstandigheden van de misdadiger”. Dat werd niet het geval gevonden voor de zaak-Bemba.

In de strafbepaling werd rekening gehouden met verzwarende of verzachtende omstandigheden. Zo vond het Hof dat het verkrachten van jonge, weerloze vrouwen een verzwarende factor was. Het Hof vond geen verzachtende omstandigheden voor Bemba.

Voor elk van de misdaden werd een straf geëist: 16 jaar voor moord, 18 jaar voor verkrachting en 16 jaar voor plundering. De 18 jaar voor verkrachting werd representatief gevonden voor Bemba’s schuld.

De acht jaar die Bemba reeds in gevangenschap heeft doorgebracht wordt van de 18 jaar afgetrokken. Over compensaties voor de slachtoffers van de misdaden wordt later besloten.

Eerdere veroordelingen

Tot dusver heeft het Internationaal Strafhof twee verdachten veroordeeld. Beide zijn, net als Bemba, Congolees. Thomas Lubanga Dyilo werd in 2012 veroordeeld tot een celstraf van 14 jaar voor het werven en het inzetten van kindsoldaten. Germain Katanga kreeg in 2014 12 jaar celstraf voor het bijdragen aan misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden, die door de Ntigi-militie in het oosten van DRC gepleegd werden.

Bemba’s zaak is de eerste waarin een straf voor commando-verantwoordelijkheid werd bepaald.

Er loopt nog een andere zaak tegen Bemba. Hij wordt er met vier anderen van verdacht slachtoffers te hebben omgekocht om valse verklaringen te geven.

Kritiek

Het Internationaal Strafhof wordt fel bekritiseerd door de Afrikaanse Unie, die vindt dat het Hof buitenproportioneel veel aandacht heeft voor het Afrikaanse continent. Overigens is het Hof dit jaar een onderzoek gestart naar mogelijke oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid in het conflict dat in 2008 plaatsvond tussen Rusland en Georgië.
Ook de traagheid en de hoge kosten van het Hof zijn veelgehoorde kritiekpunten.

    • Floortje Rawee