Overvolle kampen na exodus uit Falluja

Tijdens het heroveren van de stad Falluja op IS zijn minstens 80.000 burgers gevlucht. In de armzalige kampen rond de stad is aan alles gebrek.

De succesvolle opmars van Iraakse regeringstroepen in Falluja dreigt uit te lopen op een humanitaire ramp. Terwijl militairen de afgelopen dagen het grootste deel van de stad heroverden op de terreurgroep Islamitische Staat (IS), kwam er een exodus op gang van tienduizenden burgers. De Iraakse regering en internationale hulporganisaties kunnen de enorme toestroom niet aan.

Volgens ooggetuigen had IS via luidsprekers omgeroepen dat burgers Falluja konden verlaten. Het was onduidelijk waarom de groep ineens van tactiek veranderde. De weken daarvoor had IS de burgerbevolking als menselijk schild gebruikt. Wie probeerde te vluchten, werd doodgeschoten. Maar toen het leger door de verdedigingslinies van IS was gebroken, lieten de jihadisten cruciale controleposten onbemand waardoor burgers konden vluchten.

De Verenigde Naties schatten dat er sinds de operatie begon ruim 82.000 veelal sunnitische burgers zijn gevlucht uit Falluja en zullen er nog zeker 25.000 volgen. Veel mannen zijn opgepakt door het leger of door shi’itische burgermilities die willen voorkomen dat jihadisten zich mengen onder de ontheemden of die uit zijn op wraak. Vrouwen en kinderen zijn terechtgekomen in armzalige tentenkampen rond de stad.

Daar is een tekort aan alles: water, voedsel, medicijnen, onderkomens. Veel mensen zijn gevlucht zonder spullen mee te nemen. Soms delen zes families noodgedwongen een tent. Een van de kampen heeft maar één latrine voor 1.800 ontheemden. Hulporganisaties vrezen voor een uitbraak van cholera.

„Het enorme aantal mensen dat uit Falluja is gevlucht heeft onze mogelijkheden om te reageren volledig overweldigd”, verklaarde Nasr Muflahi, hoofd van de hulpoperatie in Irak, van de Norwegian Refugee Council. „We smeken de Iraakse regering om zijn verantwoordelijkheid te nemen bij de humanitaire ramp die zich voor onze ogen voltrekt.”

De Iraakse premier Abadi gaf zaterdag opdracht om tien nieuwe kampen te bouwen. Maar zijn regering is corrupt, inefficiënt en kampt met grote financiële problemen, waardoor ze niet in staat is basale hulp te leveren aan de 3,4 miljoen ontheemden in andere delen van Irak. Ook de hulpoperatie van de VN kampt met een financieel gat van 550 miljoen dollar.

Ondertussen kammen Iraakse regeringstroepen Falluja uit om de laatste verzetshaarden te verslaan. De bevolking zal voorlopig nog niet kunnen terugkeren. De straten liggen bezaaid met bermbommen, boobytraps en onontplofte granaten.

Hoe groot de verwoesting is in Falluja, moet nog blijken. Op basis van de eerste berichten lijkt de schade niet zo groot als in Ramadi en Sinjar. Die sunnitische steden zijn tijdens de ‘bevrijding’ eind vorig jaar vrijwel volledig verwoest. Voor de wederopbouw is geen geld, dus de inwoners zullen nog jaren ontheemd zijn.

Wellicht dat de inwoners van Falluja dit lot bespaard blijft. Maar dat is van later zorg. Voorlopig zijn de ontheemde vrouwen vooral bevreesd voor het lot van hun mannen. Fatima Khalifa heeft al twee weken niets meer gehoord van haar man en hun 19-jarige zoon. „We weten niet waar ze zijn of waar ze naartoe gebracht zijn”, zei ze tegen Reuters. „We willen geen rijst of kookolie, we willen alleen onze mannen.”

    • Toon Beemsterboer