Nederlanders sparen meer van vakantiegeld

Dat schrijft het Nibud in het jaarlijkse onderzoek naar de besteding van vakantiegeld. Wel gaan Nederlanders dit jaar meer op vakantie.

Foto Lex van Lieshout / ANP

Van de Nederlanders die vakantiegeld ontvangen, gebruikt 43 procent het om daadwerkelijk een vakantie mee te betalen. 39 procent gebruikt het echter ook om te sparen, zo blijkt uit de jaarlijkse Vakantiegeld-enquête van het Nibud.

Dat is een stijging ten opzichte van vorig jaar, toen 36 procent van de ondervraagden aangaf vakantiegeld voor gebruik op de lange termijn opzij te zetten. Het percentage dat aangeeft op vakantie te gaan van het vakantiegeld is even groot gebleven. In 2012 gaf 50 procent van de geënquêteerden het vakantiegeld nog uit aan een reis en spaarde 24 procent ervan.

Opvallend is dat hogere inkomens vaker aangeven op vakantie te gaan (57 procent) van het geld en er tegelijkertijd van te sparen (42 procent). Bij inkomens onder modaal is dat 32 procent (vakantie) en 35 procent (sparen).

Volgens het Nibud komt dat omdat zij het vakantiegeld vaker gebruiken “voor huishoudelijke uitgaven, het aflossen van schulden of betalingsachterstanden”. Van het gespaarde geld zegt een kwart van de respondenten overigens het in de toekomst in te willen zetten voor een vakantie.

Koopkracht

Lagere inkomens gaan wel een stuk vaker op vakantie dan in 2015. Van de huishoudens die netto minder dan 1.500 euro per maand verdienen, gaat dit jaar 52 procent op vakantie, waar dat vorig jaar 32 procent was. Iets wordt tot vakantie gerekend door het Nibud bij een duur vanaf zes dagen.

Van alle Nederlanders gaat dit jaar 67 procent op vakantie. Die duurt gemiddeld vijftien dagen en kost een huishouden 2.483 euro. Uit het rapport:

“Het Nibud ziet dat mensen weer de ruimte in hun portemonnee ervaren om op vakantie te gaan. Eerder zag het Nibud de koopkracht voor de meeste huishoudens toenemen. Dit lijkt zich nu te uiten in de vakantiebestedingen.”

    • Joram Bolle