Lange onderwijsroute voor Syriërs

De universiteit en hogeschool van Amsterdam maken vluchtelingen wegwijs in de moeilijke route naar hoger onderwijs.

Een voorlichtingsdag van de UvA en hogeschool van Amsterdam trok circa 150 vluchtelingen. Foto Olivier Middendorp

Engels spreken ze allemaal wel, de meer dan 150, vooral Syriërs die naar de voorlichtingsdag voor vluchtelingen van de Universiteit van Amsterdam en de Hogeschool van Amsterdam zijn gekomen. De theaterzaal is tot de nok en de gangpaden gevuld. Veel jonge mannen, het beter opgeleide deel. Vrijwel allemaal hebben ze al een verblijfsstatus.

De Universiteit en Hogeschool van Amsterdam hebben deze dag met het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers en het UAF voor vluchtelingstudenten georganiseerd. Meestal horen vluchtelingen pas van de gemeente wat er nodig is voor een studie als ze een huis krijgen. De Amsterdamse universiteit en de hogeschool willen eerder zijn. Ze bieden ook een stage aan of werk voor ondersteunende diensten.

Engels hebben vluchtelingen vaak in hun land van oorsprong al geleerd maar met Nederlands zijn de meesten minder vertrouwd. Maar ook wie misschien blijkens officiële tests genoeg Engels beheerst voor Engelstalig hoger onderwijs, moet eerst ook Nederlands hebben gedaan alvorens aan het hoger onderwijs te kunnen beginnen. Voor de integratie.

„Nederlands is een beetje het zelfde als Engels”, vindt Mais Sukkari (19), afkomstig uit Aleppo. Zij spreekt de taal beter dan haar vader maar haar 13-jarige tweelingzusjes hebben het nog sneller opgepikt uit hun omgeving in het Brabantse dorp Someren.

Sukkari zou zelf net als haar vader tandarts willen worden, maar na de middelbare school in Syrië, die in Nederland gelijk wordt gesteld aan hooguit de havo, verwacht ze nog een lange aanvullende schoolroute. Eerst het hbo, misschien zelfs een schakelklas mbo voor het vak van tandartsassistente. Een bachelor in Syrië wordt doorgaans gelijkgesteld aan een bachelor hbo. Meestal sluit hun achtergrond het beste aan bij het hbo, niet bij de universiteit. Maar ook dan zijn er meestal aanvullende eisen. „Vaak ontbreekt het aan de wetenschappelijke vorming”, zegt Albert de Voogd van het UAF. Universiteiten bepalen hun eigen toelatingseisen. Meestal moeten er extra examens worden gedaan.

In een drukke voorlichtingsmarkt staan ze later in de rij voor uitleg. Er zijn veel verschillende gevallen. Medicus Ibrahim Esmeal (28), wit overhemd, zwarte zijden das, was zich net aan het specialiseren in de radiologische kant van het aanbrengen van stents in aderen, toen „de hel losbrak boven Aleppo”. Buitenlandse artsen moeten een aparte beoordelingsprocedure doorlopen.

Majed Machati (20) had net een jaar tandheelkunde achter de rug in Aleppo maar wil nu overstappen op sociologie. Hij werd daartoe geïnspireerd door zijn werk voor een non-gouvernementele organisatie. In een schakelcursus bij de Vrije Universiteit van Amsterdam heeft hij zijn vlotte Nederlands geleerd.

De Irakees Ahmed Mustafa heeft nog geen verblijfsvergunning. Hij was daar al acht jaar mee bezig. In Bagdad studeerde hij Duits en Engels. Hij wil graag leraar worden. Maar zonder status kan hij geen opleiding beginnen. Het UAF helpt Syriërs of Eritreeërs die vrijwel zeker een verblijfsvergunning krijgen met schakelcursussen en Nederlandse les. Het vinden van een vervolg op al die onderwijsloopbanen vergt navigatie door een woud aan regels en voorwaarden.

Aan het slot van de dag geven Jack Li en Henk Noorland van de Universiteit van Amsterdam een crash course Dutch. Na massage van hoofd, wangen en kin moeten ze in het Nederlands met elkaar kennismaken en Aan de Amsterdamse grachten meezingen.

    • Maarten Huygen