‘Je bent pas vrij als iedereen het is’

(59) is een leven lang actievoerder. Hij doneerde zijn nier aan de moeder van een slachtoffer van de Schipholbrand. ‘Het is een vorm van liefde die je anders niet kent.’

Twaalf was Jo van der Spek, en hij schaatste in Zutphen over de gracht. Op de brug hing een groepje Ambonese jongens – zo noemde je die nog in 1968 – over de reling. Kom het ook eens proberen, wenkte hij. Terwijl ze toen al een reputatie van geweld hadden. Fietskettingen en zo. En later de kapingen en gijzelingen in Drenthe, met twaalf doden. „Daarmee hebben ze ook respect afgedwongen”, zegt Jo van der Spek. „Die acties hebben de regering en de samenleving gedwongen om echt na te denken. En echt nadenken gebeurt heel zelden in Nederland. Daarvoor zijn dit soort schokken nodig.”

Af en toe gaat hij verzitten. Dan trekt hij met twee handen het ene been over het andere. Hij is nog herstellende van een operatie die hijzelf zijn „niermigratie” noemt. Jo van der Spek – 59 jaar oud, twee jaar geleden gestopt met roken en kerngezond volgens de arts die hem onderzocht voor de operatie – heeft een nier afgestaan aan Gladys Toekaja, moeder van een van de slachtoffers van de Schipholbrand uit 2005.

„Ik ben een leven lang actievoerder, dat mag je rustig zeggen. Ik ben grensverleggend te werk gegaan, ruimtescheppend. Toen ik op de middelbare school kwam, stelde ik meteen aan de orde dat ook kinderen uit de eerste klas in de leerlingenraad moesten kunnen zitten. En ik kreeg mijn zin.

„Mijn moeder heeft tot aan haar dood actie gevoerd, dus dat verwacht ik ook te doen. Zij scheidde van mijn vader toen ik vijftien was en wij verhuisden naar Amsterdam. Naar de beweging.”

In 1980 verscheen zijn naam, zijn krakersnaam, op de muren van de stad: „Jojo moet vrij!” Jojo van der Spek zat in het Huis van Bewaring in Den Bosch, een van de zes arrestanten na een heftige ontruiming van kraakpand De Vogelstruys. Hij werd beschuldigd van stenen gooien.

„Ik woonde er niet, ik was er om te helpen. Het pand was ontruimd door een knokploeg en wij hadden het teruggepakt. Wij moesten vluchten over daken, gingen een ander pand binnen. De eigenaar daar haalde de politie erbij. Die heeft ons niet meteen opgepakt, maar liet ons lopen naar de overvalwagens. Op dat stukje kreeg ik klappen met de lange lat. Hield ik een gebroken rib aan over.

„De hoofdofficier van justitie was een tennisvriendje van mijn moeder. Ik ben vrijgesproken. En niet omdat hij een tennisvriendje was.”

Hij zat aan de liberaal-anarchistische kant van de kraakbeweging. Toen hij nog geschiedenis studeerde had hij een anarchistisch leesclubje. Bakoenin, Guy Debord, De Spektakelmaatschappij, Erich Fromm, The Fear of Freedom, dat soort boeken. „In de kraakbeweging maakten de intellectuelen, de studenten echt verbinding met de handwerkers. Hoofd en hand kwamen bij elkaar. Je ging iets doen. Met je handen. Het dak lekt, je moet de goot repareren. De gelijkheid van mensen die kunnen timmeren en mensen die kunnen schrijven. Dat was de kracht.

„Ik heb veel Auseinandersetzungen gehad met de stalinistische tak in de Staatsliedenbuurt in Amsterdam. Wij waren meer op projecten gericht, alternatieven zoeken: woon-werkpanden, broedplaatsen – een beetje soft misschien. Terwijl de politieke vleugel meer op de confrontatie was gericht. Ook echt de macht wilde grijpen. Van Thijn, zwijn. Ik vond het niet zo interessant om de staat te bevechten. Het is veel interessanter om je eigen ruimte te veroveren en daar iets mee te doen.

„Ik heb een keer echt klappen van een knokploeg gehad. Een vriend had een pandje gekraakt en hoorde dat de eigenaar een knokploeg op hem af zou sturen. We zaten daar met zijn drieën toen van die sportschooltypes binnenkwamen. Die vriend sprong meteen het raam uit en brak zijn enkel, wij tweeën hebben het toen maar opgegeven.

„Zulke ervaringen leerden de kraakbeweging zichzelf te verweren tegen dat soort lui en later de Mobiele Eenheid. Toen kraakbolwerk de Groote Keijser werd bedreigd door knokploegen, mobiliseerden we voor het eerst de hele stad. Van alle kanten kwamen mensen aanlopen en we dachten, shit, we are a movement. Geen knokploeg die ons aandurfde. Dat is de kracht van georganiseerde solidariteit.”

Op 30 november 2012 zit Jo van der Spek met zijn gele oliejas tussen de uitgeprocedeerde asielzoekers van de groep We Are Here. Ze hebben in Amsterdam Osdorp demonstratief een tentenkamp opgeslagen om te tonen dat ze volgens de wet misschien niet in Nederland mogen zijn, maar dat ze er ook niet uit kunnen en dat ze zich niet willen verstoppen.

Omdat in het kamp zieken zijn, heeft burgemeester Van der Laan bevel gegeven het te ontruimen. Van der Spek had met enkele andere actievoerders de illegalen geholpen het kamp op te zetten en zichzelf te organiseren.

„Ik heb een bruid ‘geïmporteerd’ uit Kroatië. Door haar heb ik aan den lijve ondervonden wat uitsluiting in Nederland is. Altijd afgerekend worden op je taal. Ook al spreek je nog zo goed Nederlands, je krijgt altijd complimentjes hoe goed je al Nederlands spreekt. Oftewel: je spreekt niet echt Nederlands. Nederland is would be open, maar in feite gesloten als de pest. Het ergste wat je als buitenlander kunt doen, is niet dankbaar zijn.

„De illegaal is daar de extreme variant van. Hij is de antithese van de Nederlandse burger. Hij bestaat niet. Hij heeft geen rechten. Je kunt met hem doen wat je wilt. Dat heeft ook geleid tot de Schipholbrand.”

Burgemeester Van der Laan heeft de demonstranten in het tentenkamp opvang aangeboden, dan moeten ze in kleine groepjes opgesplitst naar omliggende gemeenten. Een groep Somaliërs stemt toe. Als ze gaan kijken in de opvang, komen ze meteen weer terug naar het tentenkamp. Ze gaan toch niet op het aanbod in, de politie moet ze maar in de gevangenis zetten.

„Daar zaten ze, met hun boeltje in een zak, te wachten tot de politie komt – dat is kracht. Puur passief. Maar presence. En ik zat er tussen. Ik was de enige die er tot het laatst tussen zat.”

„Ik werkte bij actiegroep X min Y en daar zaten we in een soort existentiële crisis: wat drijft ons? Er werd gezocht naar een nieuwe missie. Toen heb ik voorgesteld dat we ons zouden richten op de vluchtelingen, mensen op het snijvlak van globalisering en migratie. Ik zag voor me dat we daar een spraakmakende campagne mee konden voeren. Het was een universeel thema, we moesten het alleen concreet maken. En de Schipholbrand was concreet.”

In een cellencomplex in Schiphol-Oost zaten zo’n tachtig mensen te wachten tot ze Nederland zouden worden uitgezet. Op een nacht brak er brand uit. Niet alle celdeuren werden geopend en elf mensen kwamen om het leven.

„Ik ging de overlevenden opzoeken om samen met hen een herdenking te organiseren. Dat kon een goed actiemoment zijn, om ervoor te zorgen dat de slachtoffers niet werden weggemoffeld, want dat wilde de staat natuurlijk liefst. Na de brand zeiden ze tegen de overlevenden: het is het beste als je nu snel teruggaat naar je land. Ze werden overgeplaatst naar een asielzoekerscentrum in Ulrum, in Groningen, zo ver mogelijk weg.

„In september 2006 werd een onderzoeksrapport gepresenteerd. Daar stond Gladys op de stoep. Krachtig en smartelijk tegelijk. Haar zoon Robert was bij de brand omgekomen. Hij was van Surinaamse komaf, net als zij, en had als enige van de familie nooit een Nederlands paspoort aangevraagd.

„Zij heeft mij geraakt, en mij als actievoerder geleerd hoe je iets kunt betekenen zonder wat te doen of te roepen. Gewoon door er te zijn.

„Mensen van Justitie zijn wel tien keer bij Gladys geweest: ‘Wat kunnen we voor u doen? Niet te lang bij uw verdriet stilstaan. Dat is niet goed voor de ziel. We kunnen u geld geven.’ Geld speelde geen rol.”

Zo ontmoette hij ook Papa Sakho, een oudere kunstenaar uit Senegal die de brand had overleefd. Hij kwam met het motto voor de eerste herdenking. We Are Here / To Make a Life Again / Together As One. „Wij zijn hier, we zijn mensen, ontken het niet. Dat hebben we later gebruikt bij de groep illegalen in het tentenkamp.

„Uiteindelijk was het doel van onze campagne om een eind te maken aan vreemdelingenbewaring. Het resultaat: er kwamen brandveilige gevangenissen. Dat is de les die de staat heeft getrokken.”

Een heel leven actievoeren en zo weinig resultaat? „Zonder verzet was het alleen maar erger geweest. Als wij één ding hebben bereikt, is het dat het niet erger is geworden. Er is altijd winst. Er is altijd winst.

„Een bekende anarchistische wijsheid luidt: je bent pas vrij als iedereen vrij is. Gladys’ zoon is dood, maar zij heeft nieuw leven. Dat is de schoonheid van deze niermigratie, zoals ik het noem. Je krijgt de beloning met scheppen toegeworpen als je ruimte maakt voor anderen. Het zijn niet alleen de schouderklopjes en de heldenverklaringen die je krijgt. Het is een vorm van liefde die je anders niet kent – als een bevalling voor een vrouw.

„In plaats van fear of freedom heb ik de winst van niet bang zijn. Dat is vrijheid.”

    • Bas Blokker Foto Merlijn Doomernik