Opinie

    • Joris Luyendijk

Ja, de tijd is daar om afscheid te nemen van de Britten

Het is genoeg geweest. In normale tijden was de Britse sabotage te verdragen. Maar dit zijn geen normale tijden, constateert

Joris Luyendijk. Laten we daarom uit elkaar gaan – als vrienden.

Donderdag stemmen de Britten over een Brexit. Zelfs voorstanders van ‘blijven’ omschrijven het lidmaatschap van de EU als ‘een last die nu eenmaal moet worden gedragen’, betoogt Joris Luyendijk. foto Matt Dunham / AP

De Europese Unie moet het Verenigd Koninkrijk vriendelijk de deur wijzen. Jaren heeft Londen dubbel spel gespeeld: het profiteerde van het lidmaatschap van een club om deze tegelijkertijd van binnenuit te ondermijnen en zelfs te chanteren.

In het Brexitreferendum van 23 juni stemt een kleine meerderheid er waarschijnlijk voor om in de EU te blijven. Het dubbel spel gaat dan door, net op een moment dat de EU alleen kan overleven als zij diepgaand wordt hervormd. Dat vergt leden die eerlijk en met open vizier optreden. Het is daarom beter als de EU en het Verenigd Koninkrijk als vrienden uit elkaar gaan.

Het is verleidelijk te denken dat fantastische tv-makers en kosmopolieten als Louis Theroux, Michael Palin, Stephen Fry en BBC-correspondent John Simpson representatief zijn voor het Verenigd Koninkrijk. Het tegenovergestelde is het geval.

Sinds vijf jaar woon ik, Nederlander, in Londen. Zou ik de houding van de Engelse intellectuele en politieke klasse ten opzichte van Europa moeten schetsen, dan koos ik de finale van het Passa Porta literaire festival in Brussel, in het Palais des Beaux-Arts. Het gebeurde tijdens een uitverkocht interview met Ian McEwan, misschien wel de prominentste Britse schrijver van dit moment. Toen McEwan werd gevraagd of hij al eens in Brussel was geweest, grinnikte hij opgewekt. „Nee”, antwoordde hij, „maar ik heb ontdekt dat hier zowel een aantal van de mooiste als van de lelijkste gebouwen ter wereld staan”.

Later die avond uitte ik mijn verbazing tegen een andere vooraanstaande Britse schrijver: tenslotte is McEwan diep in de zestig en met de trein rijd je in twee uur van Londen naar Brussel. De schrijver was oprecht verbaasd over mijn verbazing: „Ik ben nog nooit in Oezbekistan geweest. Dat is toch geen reden om te gaan?” Een mix van argeloze onverschilligheid en zelfverkozen onwetendheid. Dat kenmerkt de opvatting van een flink deel van de mainstream Britten tegenover de EU en Europa.

Maar de ‘euroscepsis’ heeft een andere, veel minder onschuldige kant. Ruim twee jaar heb ik op de redactie van de Britse krant The Guardian gewerkt. Samen met de veel kleinere Financial Times geldt The Guardian als de enige, pro-Europese Britse krant. Inderdaad trof ik daar mensen die het Europese Project snappen en steunen. Maar zij vormen een minderheid. Representatiever is de invloedrijke economie-commentator van The Guardian, Larry Elliott, die recent de EU vergeleek met de Sovjet-Unie, „maar dan zonder goelag”.

Of neem die hele hoge journalist die bijna schouderophalend tegen me zei: „Tja, uiteindelijk is de EU niets anders dan een poging van Duitsland om alsnog de Tweede Wereldoorlog te winnen.”

Mensen zeggen zulke dingen zonder een spoortje ironie, zoals ook de tongue in cheek nergens te bekennen was toen het hoofd van het ‘out’-kamp, de voormalige Londense burgemeester Boris Johnson, beweerde geen wezenlijk verschil te zien tussen Hitlers plannen met Europa en die van de EU.

Gerard Batten, Europees parlementslid voor de anti-EU partij UKIP, schreef de volgende dag over een nog veel sterkere parallel tussen de EU en de nazi’s. Zijn partijgenoot in Westminster vergeleek het EU-lidmaatschap met „vastgeketend zijn aan een lijk”, terwijl de conservatieve minister van Staat voor de Strijdkrachten Penny Mordant vertelde waarom wereldleiders ernaast zitten als zij tegen een Brexit pleiten: „Toen ons land in 1940 na de nederlaag bij Duinkerken er alleen voorstond, werden we ook uitgesloten en uitgelachen. Werkelijk leiderschap betekent soms dat je geïsoleerd staat.”

Kun je dit nog euroscepsis noemen? Of is het eurofobie? De afgelopen decennia hebben tabloids als The Sun, Daily Mail en Daily Express hun miljoenen lezers een dagelijkse dosis overdrijvingen, verdraaiingen en leugens over de EU geserveerd.

Hetzelfde geldt voor Daily Telegraph and The Times. De BBC moet ondertussen aan onmogelijke eisen van ‘onpartijdigheid’ voldoen, zodat iedere bewering over de EU vergezeld moet gaan met een tegenargument van het ‘out’-kamp.

Dit wekt de fatale indruk dat de waarheid altijd in het midden ligt, waardoor zelfs de meest bizarre uitspraken van de eurofoben een schijn van geloofwaardigheid krijgen.

In dat opzicht is dit referendum enorm nuttig: eindelijk is duidelijk hoe diep deze eurofobie gaat. Een zeer aanzienlijk deel van de in Londen gevestigde media en politieke elite gebruikt een absurde en leugenachtige karikatuur van de EU om zich superieur te voelen aan Europeanen, en om weg te dromen bij revanchistische fantasieën over ‘Groot-Brittannië weer groot maken’ – alsof het land enkel door toedoen van de EU niet langer een wereldmacht is.

In het ‘in’-kamp intussen, behandelen figuren als premier Cameron het lidmaatschap als een gunst aan Europa, waar ‘concessies’ tegenover moeten staan. Andere ‘blijvers’ zien het lidmaatschap als het minste van twee kwaden, of een last die nu eenmaal moet worden gedragen. Jeremy Corbyn ageerde een carrière lang tegen de EU. Nu hij leider is van Labour, komt hij niet verder dan een oproep aan zijn kiezers de EU te accepteren, ‘warts and all’ - ofwel: ‘inclusief de wratten’.

De enige partijen die de EU omarmen, zijn de Schotse nationalisten en de Liberal Democrats. Dan is er nog New Labour met Tony Blair en Gordon Brown, maar zij zijn hun geloofwaardigheid grotendeels kwijt door de illegale invasie van Irak en hun nauwe banden met de mondiale financiële elite.

In grote delen van de Engelse media en het politieke landschap is ‘Europa’ een scheldwoord. Dus zou je verwachten dat het ‘out’-kamp op een overwinning afkoerst. Maar de peilingen zeggen iets anders. De bevolking weet dat er geen economische case is voor Brexit – ‘out’ kan heel goed het einde van het Verenigd Koninkrijk betekenen. Stemmen de Engelsen voor vertrek en de Schotten niet, dan zullen Schotse nationalisten hun gevecht voor onafhankelijkheid met hernieuwd elan hervatten.

Daarom is de kans groot dat op 23 juni een kleine meerderheid op ‘Blijven’ zal stemmen, al dan niet geholpen door de golf van afschuw na de moord, door een neonazi, op het pro-EU-Lagerhuislid Jo Cox (Labour). Ongetwijfeld zal zo’n uitslag gevierd worden als een overwinning van de crisismanagers in Brussel en in menig Europese hoofdstad. Maar dat is kortzichtig. Zoals de Brussel-veteraan en Liberation-correspondent Jean Quatremer dezer dagen schreef: „Als het VK besluit te blijven zal het nadien het leven van de andere 27 landen zuurden maken dan ooit tevoren.”

Om de vluchtelingen- en eurocrisis het hoofd te bieden en eindelijk werkelijk democratisch te worden, moet de EU fundamenteel anders worden ingericht. En terwijl die stappen in de komende tijd worden genomen, aldus Quatremer, zullen Cameron en zijn opvolgers ‘concessie’ na ‘concessie’ afdwingen. Politici en commentatoren aan linker- en rechterzijde spelen al openlijk met het idee van een tweede referendum, mochten de kiezers op 23 juni besluiten te willen blijven: neverendum.

Besef ook dat de eurofobische kranten in handen zijn van een handjevol miljardairs. De belangrijkste is Rupert Murdoch. Hij werd laatst aldus geciteerd: „Als ik naar Downing Street ga, doen ze wat ik zeg. Als ik naar Brussel ga, negeert iedereen me.”

Daarom is Murdoch tegen de EU. Zei daar iemand ‘soevereiniteit’?

Het is genoeg geweest. In normale tijden was de Britse sabotage irritant, maar te verdragen. Maar dit zijn geen normale tijden. De EU zit niet in een crisis. De EU staat op instorten. Schengen werkt niet. De euro werkt niet. En in haar huidige vorm is de EU gewoon niet democratisch. Een democratische EU zou betekenen dat burgers bij verkiezingen beslissen wat voor EU zij willen.

Dat is totaal niet wat er nu gebeurt. Nee, nu mogen Europese kiezers periodiek bekrachtigen wat achter de schermen is ‘uit’ onderhandeld tussen de technocraten van de Europese Commissie, een superieur toegeruste lobby van het bedrijfsleven, het Europees parlement en hun eigen premier of president.

Wellicht blijkt de vluchtelingencrisis onbeheersbaar, is de euro niet te redden en is een werkelijk democratische EU een illusie. Maar de vraag die iedere Europeaan zich moet stellen, is of we het bijltje erbij neergooien of dat we alle zeilen bijzetten om het Europese Project alsnog te doen slagen.

In dat laatste geval kunnen we alleen landen gebruiken die met open vizier strijden, rationeel en op basis van een realistisch zelfbeeld. Landen ook waar de publieke opinie niet wordt gegijzeld door eurofobe miljardairs. Het Verenigd Koninkrijk en met name Engeland voldoet aan geen van deze eisen, tegelijkertijd heeft het in de aanloop naar dit referendum nul belangstelling getoond in voorstellen tot hervorming. De consensus in Londen is namelijk dat de EU unreformable is, onhervormbaar.

De Britten hebben economisch zoveel baat bij hun lidmaatschap dat ze zichzelf waarschijnlijk nooit uit hun EU-lijden zullen verlossen. Noch zullen ze ophouden met het ondermijnen en chanteren van de EU.

Laat Europa daarom de wijste zijn. Laten we ook stoppen met wishful thinking, met te denken dat de Engelsen ooit bij ons willen horen, en laten we afscheid nemen van het dogma dat er nooit iemand de EU uit mag gaan. Een amicable divorce, ofwel ‘als vrienden uit elkaar gaan’. Is dat gegeven onze onoverbrugbare verschillen niet het beste voor iedereen?

    • Joris Luyendijk