‘Kan je bedrijven het kwalijk nemen dat ze belasting ontwijken?’

Interview Ruud de Mooij, IMF Vanaf 1 januari 2019 wil de EU belastingontwijking door multinationals aan banden leggen. Volgens Ruud de Mooij van het IMF is belastingontwijking in de eerste plaats een kwestie van wetgeving.

Koffieketen Starbucks is een van de concerns die onder vuur van de Europese Comissie liggen vanwege fiscale routes. Foto ANP

Of Nederland een belastingparadijs is? Ruud de Mooij, hoofd belastingpolitiek bij het IMF, glimlacht. „Ik geloof dat het hier een heel gevoelig onderwerp is en het zelfs verboden is om het zo te noemen, dus dat zal ik maar niet doen”, zegt hij op een terras op het Plein in Den Haag.

In 2013 schaarde een meerderheid van de Tweede Kamer zich achter een motie die stelt dat Nederland geen belastingparadijs is. Vandaar de glimlach bij de belastingexpert, die recentelijk kort in Nederland was vanwege een congres van het Forum on Economic and Fiscal Policy. Die denktank zoekt oplossingen voor de modernisering van het mondiale belastingsysteem.

Diezelfde Tweede Kamer debatteert dinsdag over belastingontwijking. Het onderwerp staat volop in de schijnwerpers. Denk aan de Panama Papers. Denk aan de Europese Commissie die Starbucks, Apple en Amazon onder vuur neemt vanwege hun fiscale routes. Zie de OESO en de G20 die maatregelen tegen ontwijking bovenaan hun agenda hebben gezet. En kijk naar ontwikkelingsorganisaties als Oxfam Novib die van belastingontwijking een speerpunt hebben gemaakt.

Hoe wordt vanuit het IMF naar belastingontwijking gekeken?

„We hebben een grote studie gedaan naar ‘spillovers’: hoe de belastingpolitiek van het ene land de belastingopbrengst van het andere land uitholt. Dat is geen goede ontwikkeling omdat het er toe kan leiden dat land A land B nadoet en alle landen dan minder belasting kunnen heffen.”

De G20 en de OESO hebben onder meer afgesproken dat bedrijven per land moeten melden hoeveel belasting ze daar betalen. Hoe beoordeelt u hun initiatieven tegen belastingontwijking?

„We zitten nu in feite nog met internationale belastingregels uit de tijd van de League of Nations van een eeuw geleden. Toen was er nauwelijks mondialisering en was het veel moeilijker om kapitaal te verplaatsen. Op een aantal gebieden, zoals wat je in een belastingverdrag zet, worden nu echt nieuwe standaarden afgesproken.

„Maar er speelt zich een politiek spel af binnen de OESO en de G20 over wat landen en multinationals nou wel en niet mogen. Ondanks nieuwe afspraken blijft het systeem van de oude regels min of meer intact. Er zijn bijvoorbeeld nog heel veel spillovers die niet worden aangepakt. Daardoor is het alsof je een lekke emmer met gaten hebt en zegt: we dichten één gat. Het water door de andere gaten gaat dan harder stromen.”

Belastingconstructies bedenken is een hele bedrijfstak. Hoe kijkt u naar de Zuidas en de fiscalisten daar?

„Neutraal, die mensen doen gewoon hun werk. Wie kan profiteren van belastingverschillen, zoekt dat op. Je kunt wel een moreel appèl doen, maar je kunt ook zeggen: als we met z’n allen vinden dat iets niet kan, dan moeten we daar wetgeving voor opstellen. Dan gelden voor iedereen dezelfde regels.”

Maar moraliteit voert wél de boventoon in de discussie. Daarom ligt Starbucks toch onder vuur?

„De vraag is ook of je het bedrijven kwalijk kan nemen. Belastingplanning is onderdeel van de bedrijfsvoering geworden. Als de concurrenten het doen en jij niet, dan delf je misschien het onderspit. Ik zie het dus meer als een verantwoordelijkheid van degenen die het systeem bedenken en de spelregels bepalen. Uiteindelijk moet de wetgever iets doen: daar bepalen we wat wel en niet toelaatbaar is.”

Hoe komt het dat Nederland zo vaak in de context van belastingontwijking genoemd wordt?

„Met de eigen multinationals in het achterhoofd heeft Nederland een belastingstelsel ontwikkeld dat goed past bij de economie van een handelsland. We hebben een ruime deelnemingsvrijstelling, waardoor geld van die multinationals dat naar Nederland komt, niet nog een keer wordt belast. We hebben veel belastingverdragen met andere landen. En bedrijven kunnen hier afspraken maken met de fiscus over hun fiscale behandeling, waardoor ze zekerheid hebben.

„Die eigenschappen komen Nederlandse multinationals van pas, maar ze worden nu ook benut door bedrijven voor wie het nooit bedoeld was toen het belastingsysteem geleidelijk werd ontwikkeld. Als je kijkt naar de cijfers van buitenlandse directe investeringen, dan is Nederland het grootste land ter wereld, nog groter dan de VS. Zowel de instroom als de uitstroom van geld is enorm.”

De Mooij geeft het willekeurige voorbeeld van een moederbedrijf uit Canada dat investeert in Malawi en een dochterbedrijf dat royalty’s wil betalen waarover normaal 15 procent belasting wordt geheven. Tussen Malawi en Nederland is er een verdrag, waardoor de belasting over die royalty’s wordt verlaagd naar 5 procent; Nederland heft geen belasting over de betaling aan Canada. Gevolg is dat het bedrijf de royalty’s via Nederland doorsluist naar Canada en 10 procent bespaart. „Voor Nederland doet het er niet toe, maar het heeft wel nadelige consequenties voor Malawi, want dat kan die 10 procent niet heffen. Is dat nou iets wat Nederland wil faciliteren? Ik denk niet dat het stelsel daar ooit voor bedoeld is.”

Is het in uw voorbeeld niet gewoon dom van Malawi? Daar hebben ze toch gewoon zitten slapen?

„Dat is een Nederlandse manier van ernaar kijken. Veel landen hebben maar weinig ambtenarencapaciteit. Als die een belastingverdrag onderhandelen, overzien ze misschien niet alle consequenties. Bij ontwikkelingslanden vind ik het de verantwoordelijkheid van Nederland om verder te kijken dan alleen wat het beste voor Nederland is. Er is nu ook gezegd dat Nederland dat gaat doen.”

    • Camil Driessen