‘Er was geen bewijs tegen Rusland’

Doping beheerst de agenda, zo kort voor ‘Rio.’ De voorzitter van het wereldantidopingagentschap WADA, Craig Reedie, probeert de rust te bewaren.

De Schotse voorzitter van WADA, Craig Reedie: „Als je met klokkenluiders uit een land als Rusland in zee gaat, moet dat tot harde bewijzen leiden.” Foto Laurent Gillieron / AP

Met het aanzwellen van de kritiek op het werelddopingagentschap WADA, neemt ogenschijnlijk het stoïcisme van voorzitter Craig Reedie toe. Dopingschandalen in Rusland en Kenia, internationale sportbonden die klagen over het functioneren van WADA en het Internationaal Olympisch Comité (IOC) dat WADA tot betere resultaten wil dwingen, zouden de 75-jarige Schot op scherp moeten zetten. Als dat al zo is, wekt hij niet die indruk. De immer hoffelijke Reedie laat de kritiek van zich afglijden als een eend het water.

In Amsterdam, waar hij vorige week tot de belangrijkste gasten van de EU dopingconferentie behoorde, is Reedie „vanzelfsprekend” bereid vragen te beantwoorden, maar eenmaal in gesprek schiet hij in de diplomatieke modus. Hij poogt uit te dragen dat WADA zijn zaakjes op orde heeft. Rusland? Is onderzocht en de dopingaanpak wordt gerevitaliseerd. Maar dat heeft tijd nodig. Dopingchaos in Kenia? Er wordt gewerkt aan een wetgeving. Zijn generale boodschap: het komt allemaal goed. Maar intussen zijn de critici minder gerust.

Jaren voordat media het dopingschandaal in Rusland openbaarden, hadden zich klokkenluiders bij WADA gemeld. Zijn die genegeerd?

Reedie: „Allerminst. Het klopt dat de Russische informanten eerst WADA hebben ingelicht. Maar het door de media geschetste beeld dat wij vier jaar niets met die informatie hebben gedaan is onjuist. We werden fragmentarisch geïnformeerd en de beschuldigingen moesten steeds gecheckt worden. Als je met klokkenluiders uit een land als Rusland in zee gaat, moet dat tot harde bewijzen leiden. En die hadden we niet.”

Was dat de reden om het te laten?

„Nee, maar daar kwam bij dat we relatief weinig tijd hadden. Pas door een wijziging in de dopingcode kreeg WADA per 1 januari 2015 de bevoegdheid onderzoek naar misstanden te doen.”

Waarom is atletiek in Rusland onderzocht, en geen andere sport?

„Omdat er alleen signalen uit de atletiek kwamen. De taakomschrijving van de commissie Pound, die in onze opdracht de beschuldigingen heeft onderzocht, was specifiek gericht op de Russische atletiek.”

Maar bij georganiseerde dopingstructuur mag je toch aannemen dat er meer sporten in het geding zijn?

„Dat mag misschien zo zijn, maar we konden in Rusland weinig meer uitrichten nadat de commissie Pound rapport had opgemaakt. Die uitkomsten waren zo schokkend dat we direct de Russische dopingautoriteit Rusada hebben geschorst en het laboratorium in Moskou hebben gesloten. Die waren niet meer operationeel.”

Hoe verklaart u dat WADA nooit de omvangrijke dopingmalversaties in Rusland heeft ontdekt?

Licht stotterend: „Laat duidelijk zijn dat elke dag, op elk moment een dopingproces mogelijk niet functioneert. Buiten de atletiek hadden we geen enkele aanwijzing dat in Rusland in andere sporten regels werden overtreden. Maar we scherpen de regels aan zodat we bij signalen van doping sporters sneller kunnen monitoren.”

Wat vindt u persoonlijk van de onthullingen in Rusland?

„Ik ben geschokt vanwege de omvang, maar vooral vanwege het moreel dat achter de misstanden schuilgaat. We hebben te maken met een zeer, zeer ernstige situatie.”

Er is lichte chaos rond het verbod op het gebruik van meldonium ontstaan. Heeft WADA het middel niet te snel verboden?

„Dat denk ik niet. Besef dat we onder grote druk stonden. Ons was gebleken dat het middel al vanaf 2011 op grote schaal werd gebruikt en de sportbonden een verbod verlangden. Dat meldonium vervolgens tot een explosie van positieve testen leidde dwong ons tot ingrijpen. De fabrikant bleek onvoldoende te hebben onderzocht hoe lang meldonium in het lichaam blijft. Die research moet nu gedaan worden en wel snel. Vandaar dat WADA de bonden in maart een amnestieregeling aanreikte.”

Hoe is de situatie in Kenia, waar is bewezen dat op grote schaal doping wordt gebruikt?

„Er is een dopingwet in voorbereiding. Die was aanvankelijk niet naar onze zin. We hebben er experts naar laten kijken en hun voorgestelde veranderingen zijn door het Keniaanse parlement overgenomen. Het is alleen nog wachten op de handtekening van de president. In het belang van de vele, voortreffelijke Keniaanse atleten hoop ik dat hij snel tekent. Of dat eventueel betekent dat Kenianen worden uitgesloten van de Olympische Spelen in Rio de Janeiro, weet ik niet. Daar gaat het IOC over.”

Het IOC wil dat WADA beter gaat presteren. Deelt u het plan om onder WADA’s paraplu een onafhankelijke organisatie in te richten die controles uitvoert en straffen oplegt?

„Ja. Het is een idee van IOC-voorzitter Thomas Bach, mede naar aanleiding van ons onderzoek in Rusland. Momenteel wordt onderzocht op welke schaal de nieuwe organisatie moet werken en met welke bevoegdheden.”

Ten aanzien van de kritiek op WADA geeft Reedie een gunstige voorstelling van zaken. Al in 2103 hebben de sportbonden op een bijeenkomst met het IOC zwaar geklaagd over het functioneren van WADA. Die klachtenstroom inspireerde Bach tot een hardere opstelling tegenover WADA.

Als de plannen doorgaan verandert WADA’s rol van aanklager in die van uitvoerder? Wat vindt U daarvan?

„Op zichzelf prima, onder voorwaarde dat er een zelfstandige organisatie voor wordt opgetuigd. En het IOC zal er bij betrokken moeten worden, alleen vanwege de bekostiging. Het IOC zal ook afspraken moeten maken met de internationale sportfederaties, die nu nog verantwoordelijk zijn voor de controles en strafoplegging.”

Hoe beoordeelt U de zware kritiek van Hein Verbruggen op het functioneren van WADA?

„Hij heeft gevraagd om vijf door hem aangemerkte misstanden te onderzoeken. Hij heeft antwoord gekregen. Nee, ik ga daar niet inhoudelijk op. Ik kan alleen zeggen dat twee van de vijf kwesties niet tot onze competentie behoren. Verder denk ik dat Verbruggens kritiek grotendeels voortkomt uit zijn getroebleerde relatie met Dick Pound, een van mijn voorgangers. Ik vind het betreurenswaardig dat hun ruzie al vijftien jaar voortduurt. Het zou voor alle partijen goed zijn als beide mannen hun conflict bijleggen.”

    • Henk Stouwdam