Zondag gaan de Spanjaarden opnieuw naar de stembus. Na de vorige verkiezingen, in december, lukte het niet een regering te vormen. Correspondent Koen Greven reisde door een land met een versplinterd politiek landschap en stuitte op vier kernproblemen.

Dit zijn de vier issues voor de Spaanse kiezer

Rondreis door Spanje Zondag gaan de Spanjaarden opnieuw naar de stembus. Na de vorige verkiezingen, in december, lukte het niet een regering te vormen. Correspondent Koen Greven reisde door een land met een versplinterd politiek landschap en stuitte op vier kernproblemen.

Door Koen Greven, vorm/techniek Koen Smeets

In Catalonië voelt Spanje ver weg

Nationalisme

Arbúcies Vrijwel niemand in restaurant Can Torres werpt een blik op de televisie als Spanje op het EK voetbal in Frankrijk in actie komt. „Ik heb niets met die ploeg. La Roja vertegenwoordigt ons niet. Als we voetbal willen zien, dan kijken we naar Barça”, zegt de Catalaanse socialist Toni Ronda buiten op het terras in het centrum van Arbúcies.

De zeven miljoen inwoners van Catalonië zijn zeer verdeeld over de vraag of de regio zich moet afscheiden van Spanje. In Arbúcies bestaat daar geen enkele twijfel over. Hier, in het hart van de provincie Girona, droomt vrijwel iedereen van een onafhankelijk Catalonië. „Spanje voelt voor mij als het buitenland. Wat zou ik graag een paspoort hebben van een land waar ik trots op ben”, stelt rechter Alícia Cuberta.

Bij binnenkomst in Arbúcies wappert de estelada als het symbool van de Catalaanse onafhankelijkheid. De rood-gele vlag met blauwe ster is overal te zien in de nauwe straatjes van het dorpje. Op het balkon van het gemeentehuis ontbreekt de verplichte Spaanse vlag. Een kleine daad van verzet, zoals ook het portret van de koning niet in de raadszaal hangt. En zolang Pere Garriga burgemeester is, blijft dat zo.

De weerzin tegen ‘Madrid’ zit diep bij Garriga. De voormalige journalist behoorde altijd al tot een vastbesloten minderheid die voor afscheiding van Spanje is. De voorbije tien jaar is de onafhankelijkheidsbeweging in Catalonië flink gegroeid. „De regering in Madrid heeft een gesloten akkoord teruggedraaid. Daardoor zijn we voor de zoveelste keer bedrogen. Daar kwam de economische crisis overheen. Velen zijn gaan inzien dat Catalonië vooruit kan gaan als het alleen verdergaat”, zegt Garriga.

De Catalanen in Arbúcies zijn een trots volkje. Naast het gemeentehuis is een prachtig museum gebouwd waar de geschiedenis van het dorp en de omgeving wordt verbeeld. Museumdirecteur Jordi Tura opent op deze maandagmiddag speciaal de deuren en vertelt uren achtereen over de achtergrond van zijn voorvaderen. Ook hij is ervan overtuigd dat het gezag in Madrid de klok moet terugdraaien en Catalonië moet loslaten. Tura: „We zijn gewoon een ander volk. Dat is altijd zo geweest en zal altijd zo blijven.”

Veel inwoners van Arbúcies hebben de afgelopen jaren meegelopen in demonstraties tegen de nationale regering. „Toen ik jong was, leefde het streven naar onafhankelijkheid bij mij eigenlijk niet zo sterk”, legt rechter Cuberta uit. „Er bestond altijd het idee dat we goed zouden kunnen samenwerken. Maar dat is een gepasseerd station. Catalonië is de motor van de Spaanse economie, maar wordt in alles achtergesteld. Vanuit Madrid kun je met de hogesnelheidstrein overal heen. Tussen Barcelona en Valencia rijdt een boemeltje.”

De separatisten in Arbúcies kijken met afschuw naar nationale partijen als de PP, de PSOE en Ciudadanos, die zich allemaal verzetten tegen een onafhankelijk Catalonië. Alleen de protestpartij Podemos heeft een referendum over afscheiding in haar programma staan. Het levert partijleider Pablo Iglesias met name in Barcelona veel stemmen op. In Arbúcies zijn de meesten niet overtuigd van Iglesias’ goede wil. „Als ik tussen die vier [partijen] zou moeten kiezen, zou ik geen idee hebben op wie ik zou moeten stemmen”, zegt de burgemeester van Arbúcies. De stem van Garriga, en die van vele anderen in Arbúcies, gaat op 26 juni naar een van de partijen die één belangrijk doel nastreven: een onafhankelijk Catalonië.

Arbuciès

Arbuciès. Foto Koen Greven

Investeren in de toekomst is er voorlopig niet bij

Crisis

Pioz Aan de rand van Pioz staat een prachtig rijtje villa’s te schitteren in de zon. De achtertuinen grenzen aan het platteland van Castilla-La Mancha. In de lucht cirkelen de gierzwaluwen onophoudelijk rond. Leven in de natuur op nog geen uur rijden van de hoofdstad Madrid. Maar er ontbreekt iets in dit idyllische beeld: mensen.

Hier op het platteland nabij Guadalajara is de erfenis van de gebarsten huizenbubbel nog altijd zichtbaar en voelbaar. Pioz werd bekend als het dorpje met de grootste schuldenlast per hoofd van de bevolking in heel Spanje. Volgens burgemeester Ricardo García López komt de totale schuld neer op 11 miljoen euro. „Investeren in de toekomst is er voorlopig niet bij”, vertelt de zestiger in het gemeentehuis.

Pioz kwam net als vele andere Spaanse dorpen en steden aan het begin van deze eeuw in de greep van projectontwikkelaars. Met de bouw van 25.000 huizen zouden gouden tijden beginnen voor het dorpje, dat toen slechts negenhonderd inwoners telde.

Het Spaanse wonder liep uit op een nachtmerrie. Er werden drieduizend huizen gebouwd, waarvan er nog altijd honderden niet verkocht zijn. De prijzen dalen nog iedere dag. Het inwonertal is volgens de burgemeester gestegen tot vierduizend.

Makelaarskantoor Exclusivas Alcalá biedt voor nog geen 80.000 euro riante woningen aan met drie slaapkamers, twee badkamers en een tuin met plek voor zwembad. „Toen we in 2007 onze deuren openden stonden die huizen te koop voor 230.000 euro. Iedereen dacht hier een goudmijn in handen te hebben. Dat bleek een grote misrekening”, zegt makelaar Carmen Martín. „Wiens schuld het allemaal geweest is? Politici, projectontwikkelaars, de banken en mensen die dachten snel rijk te worden. Ik denk van iedereen een beetje.”

Martín is er zelf niet financieel onder bezweken, maar ze kent wel verhalen van gezinnen die alles zijn kwijtgeraakt en nog altijd kampen met enorme schulden. „De gewone man betaalt de hoogste prijs. Corrupte politici die dit in heel Spanje hebben laten gebeuren, ontspringen de dans. Schandelijk. Laat de gemeente het dan hier maar zelf oplossen.”

García López is nu een jaar burgemeester van Pioz, namens protestpartij Podemos. „Nee, dit is allesbehalve een droombaan”, zegt hij met een cynische glimlach op het gezicht. „Het grootste probleem is dat het de mensen ontbreekt aan gemeenschapszin. Mensen eisen van alles van de gemeente. Alsof de schuld niet domweg het probleem is van alle inwoners. De inkomsten bedragen hier jaarlijks 2,5 miljoen euro. Iedere cent moet worden omgedraaid. Ik leef als burgemeester slechts van mijn eigen opgebouwde pensioen.”

Als Podemos-burgemeester is García López een uitzondering in het conservatieve Castilla-La Mancha. Voor de Partido Popular en de PSOE was er simpelweg geen eer en geen geld meer te behalen in Pioz. „Ik doe dit omdat ik mijn dorp er weer bovenop wil helpen. Daar zou natuurlijk niets bijzonders aan moeten zijn voor een burgemeester”, stelt García López. „Alle huizen zullen hier ooit bewoond worden. Daar ben ik van overtuigd. Maar gebouwd wordt er hier niet meer.”

Pioz

Pioz. Foto Koen Greven

Torrelodones is weer van de mensen zelf

Corruptie

Torrelodones Carlos Galbeño González liet zich als burgemeester van de conservatieve Partido Popular (2003-2011) het liefst door zijn chauffeur in een geblindeerde auto met bodyguards rondrijden. Hij zou als de grote baas het dorp Torrelodones, iets buiten Madrid, opstoten in de vaart der volkeren. Velen zouden meeprofiteren – niet in de laatste plaats de burgemeester en zijn familie zelf.

Galbeño González volgde een beproefd recept om geld binnen te halen. Zijn familie had een waardeloos stuk land aangeschaft dat later als dure bouwgrond moest worden doorverkocht. De plannen werden gedekt door partijgenoten. Totdat een boze groep burgers opstond en een einde maakte aan de malversaties. Galbeño González vertrok uit Torrelodones, maar heeft tot dusver aan veroordeling weten te ontsnappen.

Een nieuwe partij, Buren voor Torrelodones, veegde de plannen van tafel en wist zo een stuk natuur te behouden. Nu geldt het dorp, waar een huis gemiddeld 355.000 euro kost, als voorbeeld hoe corruptie bestreden kan worden.

„In 2011 trof ik hier een totale chaos aan”, vertelt burgemeester Elena Biurrun van ‘de Buren’. „Er was jaren bestuurd door een groep mensen die dachten dat het dorp van hen was. Ze deden met het geld wat ze wilden. Alsof dat niet van de gemeenschap was.”

„Boven alles was het een levenshouding die vele politici van de oude gevestigde partijen zich dachten te kunnen aanmeten. Dat gebeurde in heel Spanje. Wat dat betreft maak ik geen onderscheid tussen de PP of de PSOE”, stelt de 42-jarige advocaat.

Onder leiding van Biurrun werd het bestuur van Torrelodones drastisch anders ingericht. Ze bracht haar eigen salaris terug met 21 procent. „Ik krijg nu 49.500 euro bruto per jaar. Aan alle andere privileges heb ik een einde gemaakt. Al onze inkomsten en uitgaven staan op internet. Iedere euro wordt verantwoord. Tot aan de flesjes water bij de raadsvergaderingen aan toe. Beetje bij beetje zijn de mensen gaan inzien dat er dingen veranderen. Nu hebben wij een absolute meerderheid. Torrelodones is weer van de mensen zelf.”

Volgens Biurrun staat Spanje voor een nieuw tijdperk, waarin ook in andere dorpen en steden steeds meer afstand wordt genomen van corrupte politici. „Politieke partijen zouden door de kiezers veel harder moeten worden afgestraft. De PP is bij landelijke verkiezingen in Torrelodones ook nog altijd de grootste partij. Politici die stelen moeten achter de tralies terechtkomen. Er is in Spanje nog heel veel schoon te vegen. Mijn steun gaat naar nieuwe partijen als Podemos en Ciudadanos. Het is tijd voor een nieuw Spanje waarin de burgers voor zichzelf opkomen.”

Burgemeester Elena Biurrun

Burgemeester Elena Biurrun. Foto Koen Greven

Overleven van dag tot dag

Ongelijkheid

Sevilla Het is snoeiheet op het centrale plein van Las Vegas. Dit is het gevaarlijkste gebied van Polígono Sur, een gebied in het zuiden van Sevilla. In de spelonken van gebouwen wachten drugshandelaren op hun klanten. Een oude vrouw houdt een plastic tasje voor haar gezicht als bescherming tegen de zon. „Het gaat beter in de buurt dan vroeger, maar er moet nog veel gebeuren”, zegt ze.

Aan het begin van deze eeuw was Polígono Sur een gebied om te mijden. Hier leefden veertigduizend mensen in een van de armste getto’s van Europa. Buschauffeurs en taxi’s weigerden in de buurt te rijden. Post werd er niet bezorgd. De politie had er geen voet aan de grond. Alleen zwaarbewapende eenheden traden zo nu en dan op in een poging de drugsbazen een slag toe te brengen.

In 2003 trok de lokale overheid in Sevilla de conclusie dat de massale verhuizing van arbeiders, zigeuners en daklozen naar Polígono Sur was uitgelopen op een mislukking. Het ontbrak in de wijk aan sociale samenhang. Talloze mensen waren verslaafd aan drugs. Eén op de twee kinderen ging niet naar school. Een groot deel van de ouderen was analfabeet. Vele gezinnen leefden van 300 euro of minder per maand. „Deze mensen waren simpelweg uitgesloten van de maatschappij”, zegt filosoof María del Mar González Rodríguez in haar kantoor aan de rand van de buurt.

González Rodríguez is sinds twee jaar verantwoordelijk voor de ontwikkeling van Polígono Sur en zijn bewoners. „Er is heel veel werk verricht. De basisvoorzieningen zijn er weer. De politie is de baas. Mensen hebben weer een doel in hun leven.”

De economische crisis maakte echter een einde aan de hoop van velen. Want aan de onderkant van de samenleving vielen de hardste klappen. De werkloosheid in Polígono Sur liep op tot wel 70 procent. Tot overmaat van ramp liggen alle structurele plannen stil sinds de landelijke verkiezingen van 20 december. „Zonder regering worden er geen besluiten genomen over de toekomst”, verklaart González Rodríguez de stagnatie. „Voor deze mensen is dat rampzalig.”

De verkiezingen van zondag leven niet in Polígono Sur. Politieke partijen doen hier niet eens meer de moeite zieltjes te winnen. Veel inwoners zullen niet gaan stemmen. Ze hebben wel wat anders aan hun hoofd. Het is in het zuiden van Sevilla voor de meesten slechts een gevecht om van dag tot dag te overleven.

Sevilla

Sevilla. Foto Koen Greven