Bromance

Ik wacht met mijn broer voor een stoplicht in Amsterdam. Naast ons staat een man die je qua omvang en kledingstijl het best kan omschrijven als een hip hunebed: zijn rotsdikke armen zijn in een zwarte Burberry-jas gestoken, zijn gesteven chino is donkerblauw met een dunne rode naad. Daaronder draagt hij donkere sneakers. Mijn broer wijst en zegt hardop „check die schoenen dan”, op een toon waarvan het even niet geheel duidelijk is of het een belediging of een compliment betreft (sommige mensen kunnen dat). De man draait zich naar ons om. Even denk ik dat hij mijn broer tegen de vlakte gaat slaan. Ook denk ik ‘mijn broer kan hem hebben’, maar die gedachte blijkt overbodig, want mijn broer zegt: „ Asics Gel Lyte V, limited series.” De man zegt: „Oplage 250, kalfsleer, voor de brede wreef.”

Ze steken samen over. Ik moet flink doorstappen om hen bij te houden.

„Mijn rechterteen ging bij de kunststof editie van deze reeks echt zo vaak door het gaasje heen”, zegt de man.

„Dan moet je die plek van de binnenkant uit versterken met duct tape”, zegt mijn broer. Ze praten verder over tongloze modellen (ik hoop nog steeds dat dit over schoenen gaat) en waar ze de Albert Heijn Nike in het echt hebben gezien. Over gelkussentjes die eigenlijk voor damesschoenen bedoeld zijn, maar bijzonder van pas komen als je Air Max lek is. Welk wasmiddel het meest geschikt is om linnen gympen mee te reinigen en dat Jif werkt bij het verwijderen van vlekken op je K-Swiss.

Ze praten verder over tongloze modellen

Toen ik zondag mijn vrienden over deze spontane bromance vertelde, moesten ze lachen. Een zei: „Ik wist niet dat je broer homo was.” Hij klonk hoopvol (mijn broer is een knappe vent), maar de opmerking stak ook. Hoezo is een openlijke sneakerobsessie een teken van homoseksualiteit?

Thuis bleef ik maar aan deze opmerking denken. Een kennis is ooit in elkaar geslagen omdat hij een roze polo droeg. Zijn aanvallers schreeuwden dat ze niets van homo’s moesten hebben. De jongen in kwestie had al jaren een vriendin. Straks moet iedereen, homo of hetero, zich heteronormatief gaan voordoen om niet aangevallen te worden. Straks word je nog voor homo uitgemaakt als je zegt dat je van My Little Pony houdt.

Mijn broer en de man hebben de hele Kalverstraat lang met elkaar opgelopen en het alleen maar over schoenen gehad.

Bij de Dam zegt de man: „Heej, ik moet die kant op.”

„Wij gaan de andere kant op”, zegt mijn broer. Ze gaan ieder hun weg.

    • Ellen Deckwitz