Brexit is sowieso een doemscenario

economische gevolgen Verreweg de meeste doorrekeningen van de gevolgen van een Brits ‘nee’ zijn uiterst negatief. Maar even riskant is een scenario waarin de straf ogenschijnlijk mild is. Dat verlaagt in andere lidstaten de drempel voor soortgelijke referenda.

Foto Hannibal Hanschke / Reuters

Een kleine kwart eeuw geleden, in 1992, stond de Britse minister van Financiën, Norman Lamont, verwaaid de pers te woord voor de ingang van zijn ambtswoning op Downing Street 11. De regering en de Bank of England hadden, na miljarden aan steun, de strijd om het pond verloren. George Soros, de meesterbelegger, vestigde die dag zijn naam door met zijn hedgefonds diezelfde miljarden te verdienen aan de val van de Britse munt.

Het pond, twee jaar daarvóór toegetreden tot het Europees stelsel van vaste wisselkoersen, het Europese Monetaire Stelsel, was daar hardhandig uit gespeculeerd. 17 september 1992 ging de geschiedenis in als Black Wednesday.

De rest van de EU ging juist verder: de val van het pond, waarbij ook de Italiaanse en later de Franse munt wankelden, versnelde de vlucht naar voren die resulteerde in één gemeenschappelijke munt, de euro, in 1999.

De Britse regering was vooraf aan Black Wednesday bezworen het pond niet te laten vallen. Een zware recessie zou volgen, de inflatie zou omhoog schieten en de bevolking zou een hoge prijs betalen als de munt niet werd verdedigd. Maar dat gebeurde, afgezien van een schrikreactie op de financiële markten in de dagen na 17 september, niet. De te hoge inflatie liep in 1993 terug, de economische groei liep op. De investeringen leden niet en het tekort op de betalingsbalans liep verder dicht. Alleen de overheidsfinanciën kregen een dreun, maar dat werd in de loop van de jaren negentig alweer gerepareerd.

Lamont, de machteloze man van die woensdagavond, werd binnen de Conservatieve Partij een van de grondleggers van de beweging die het Verenigd Koninkrijk uit de EU wilde weghalen.

Black Thursday

Een kleine kwart eeuw later doemt een mogelijke Black Thursday op. Donderdag stemmen de Britten over de vraag of het Verenigd Koninkrijk de EU moet verlaten of niet. En ook nu wordt gewaarschuwd voor desastreuze gevolgen. De inzet is veel hoger dan destijds. Want een nieuwe economische of financiële klap kan de wereld op dit moment nauwelijks aan.

Wat zien de Britten eigenlijk in een Brexit? Deze chatbot legt het je uit

Industrielanden herstellen nog steeds van de zwaarste economische crisis sinds de jaren dertig. Hun centrale banken hebben alles al uit de kast gehaald om die crisis te verzachten en hebben niet veel munitie meer over. De economieën en banken zijn in Europa en wereldwijd meer vervlochten dan begin jaren negentig. De financiële markten zijn complexer, groter en ondoorzichtiger dan toen. Het bedrag aan financiële derivaten (swaps, opties en dergelijke) is bijvoorbeeld een factor 100 groter. De kwetsbaarheid voor een traumatische gebeurtenis is groot.

De verwachtingen bij een Brexit-overwinning lopen sterk uiteen. Van het kaliber van een tweede Lehman-moment, dat de financiële crisis in 2008 ontstak, tot een mild maar duurzaam verlies aan welvaart. Zowel in het Verenigd Koninkrijk als bij de voormalige Europese partners.

Onder economen, wetenschappers en internationale organisaties als het Internationaal Monetair Fonds en de OESO is dan ook een vrijwel volledige consensus voor ‘remain’. Het kluitje economen dat zich met Economists for Brexit achter het Leave-kamp schaart wordt door vakgenoten afgebrand.

Een chaotisch proces

Economen rekenen intussen door hoezeer de groei van de economie lijdt. De handel wordt minder, investeringen vallen lager uit, bedrijven lopen weg en de werkloosheid loopt op. De lagere vooruitzichten voor de groei van het bruto binnenlands product (bbp) projecteren ze dan een aantal jaren de toekomst in.

Zo wordt in feite berekend hoe ‘groot’ de economie zonder Brexit had kunnen zijn, en hoe groot hij mét Brexit zal kunnen zijn. Het gat daartussen is een verlies aan ‘welvaart’. Dat wordt meestal uitgedrukt als een ‘gemist’ bbp per huishouden.

Op die manier komt het Britse Centre for Economic Performance bijvoorbeeld op een effect tussen de plus 526 euro tot min 5.027 euro per huishouden. De Confederation of British Industries komt op een verlies tussen 425 euro en 2.861 euro per huishouden. Oxford Economics komt uit tussen een plus van 54 euro en een verlies van 1.470 euro. Het Britse ministerie van Financiën houdt het verlies op 3.326 euro.

De Fransen zijn op dit moment nog sceptischer over de Europese Unie dan de Britten

Het Brexit-kamp doet dergelijke calculaties af als schattingen door ‘experts’ – een kennelijk scheldwoord. Maar de neiging om er getallen op te plakken maakt de ramingen wel kwetsbaar. Een Brexit wordt letterlijk een chaotisch proces, waar zo veel factoren een rol bij spelen dat lineaire voorspellingen zinloos zijn – of alleen nut hebben als richtingwijzer. En er is een kans op ‘Zwarte Zwanen’, onvoorziene gebeurtenissen met enorme gevolgen.

Economisch Armageddon

Niemand weet dan ook of er vrijdag een economisch Armageddon begint of dat het opmerkelijk rustig blijft, zoals in 1992. De onderhandelingen over de verhouding van het VK met Brussel duren lang, de reacties van consumenten en bedrijven hebben een traagheid. De werkelijke schade kan, na een aanvankelijke dip, misschien pas blijken op de middellange termijn.

Misschien zit juist in die rust wel het grootste risico. Het VK is niet het meest eurosceptische land in de EU. Onderzoek van Pew Research liet twee weken geleden zien dat 48 procent van de Britten een ongunstig beeld heeft van de EU, en 44 procent een gunstig beeld. Maar Fransen zijn veel negatiever: 61 procent ongunstig tegen maar 38 procent gunstig.

Een Brexit die het VK een zware economische klap oplevert is dus niet de enige erge uitkomst. Een Brexit die ogenschijnlijk zónder zware straf plaatsvindt kan in andere EU-lidstaten de geesten rijp maken om hetzelfde te pogen. En probeer dat dan maar eens door te rekenen.

    • Maarten Schinkel