‘We moeten bereid zijn elkaar aan te spreken’

Burgemeester Loohuis van Hoogeveen

Sharleyne lag op een nacht dood onder aan een flat en de buren zeiden: Dit zagen we aankomen. Schokkend, vindt de burgemeester. „Je ziet nu mensen zich van hun omgeving afkeren.”

Op 8 juni vorig jaar stond de burgemeester van Hoogeveen voor De Arend. Onder aan die flat was ’s nachts een meisje gevonden, overleden na een val. Bij een boom tegenover de plek lagen al de eerste knuffels, kaarsen, briefjes, een roos. Die avond organiseerde hij een bijeenkomst voor flatbewoners. „Er was behoefte met elkaar te praten.”

Het was een mooi samenzijn, zegt burgemeester Karel Loohuis (PvdA) over de buurtbijeenkomst na de val van de achtjarige Sharleyne, midden in de nacht van de tiende verdieping – hoe weet niemand.

loohuis

Maar wat hem achteraf „schokte” was dat buren uit de flat tegen de camera’s zeiden: we hadden dit zien aankomen.

Wat precies schokte u?

„De woningbouwvereniging had eerder zorgelijke signalen ontvangen. Zo had een bewoner een meisje horen gillen: ‘Help niet doen niet doen’. Maar ook toen later bleek dat het nog steeds niet goed ging, heeft niemand zich gemeld. Ik bedoel niet dat buren dit drama hadden kunnen voorkomen. Maar het netwerk heeft in dit geval niet gewerkt.”

De ouders waren gescheiden, de moeder dronk veel en kon dan agressief zijn tegen volwassen mannen. Twintig hulpverleners waren bij het gezin betrokken. De Inspectie oordeelde dat de protocollen waren gevolgd. Alleen, stond er ook: een ‘stap extra’ was niet gezet.

Maar hulpverleners kunnen het niet alleen, zegt Karel Loohuis. Als je hulp wilt verlenen heb je de schil om het gezin heen nodig, het netwerk. Ook in dit geval vroegen politie en hulpverlening aan buren, familie, school, vrienden, om aan de bel te trekken als er iets mis ging.

Waarom meldden die buren zich niet?

„Ik begrijp dat wel: het is lastig iets te melden zonder dat je het zeker weet.”

Wat zou u doen?

„Moeilijk. Je meldt alleen als je het zeker weet. Meldingen kunnen ook brandmerken zijn.”

Ze hebben niets gemeld.

„Dat kan desinteresse zijn. Ze kunnen ervan afzien omdat ze de gevolgen niet kunnen overzien. Of ze zijn angstig en voelen zich bedreigd. Het kan zijn ook dat ze niet meer geloven in het systeem. Dat is wel een trend, vrees ik.”

Niet geloven in het systeem?

„Dat mensen de deur achter zich dichttrekken. In hun eigen huis zitten en denken: wat er buiten gebeurt zal me worst wezen. Je ziet nu mensen zich van hun omgeving afkeren. Eerst van de politiek, dan van de omgeving, uiteindelijk van de hele maatschappij. Ik weet niet wat er over twintig, dertig jaar gebeurt, maar een revolte sluit ik niet uit. Terwijl ik daar twintig jaar geleden, toen Pim Fortuyn hiermee kwam, niet in geloofde. En ik ben nog wel historicus.”

Wat gebeurt er dan?

„Je krijgt burgers die niet meer bereikbaar zijn, die zich niet meer interesseren voor het mijn en dijn, de normen en waarden van de samenleving. Die normen hebben hen in het eigen leven geen steek verder geholpen. Dat is het gevolg van de groeiende ongelijkheid, je leeft in gescheiden werelden. Gevolg: burgers keren zich af. Bij één iemand vang je dat op als omgeving. Maar als tienduizenden tegelijk dat doen, heb je een probleem.”

Kunt u die trend in Hoogeveen keren?

„Via de kinderen en de school willen we een doorbraak forceren. Dat plan hadden we al langer. We waren laatst in Leeds, waar werkloosheid en achterstand net zo spelen als in Hoogeveen. We spraken een jongen die ooit een berucht boefje was – nu coacht hij kinderen die hij zijn familie noemt. Je moet voorbeeldfiguren vinden, via hen begin je een tegenbeweging.”

Riekt dit niet naar spruitjeslucht?

„Ik vind dat niet. Neem dorpsfeesten. Daar is nooit gedoe. Als iemand dronken is, wordt hij naar huis gebracht voordat-ie een abri aan gruzelementen slaat. Dat geeft de samenleving kracht. Dat je bereid bent elkaar aan te spreken.”

Wat betekent dit voor de hulpverlening in Hoogeveen?

„We praten nu over welke stap extra we zullen zetten. Begin juli komen we met een plan. Maar het is niet: vier vinkjes en je plaatst het kind uit huis.”

    • Freek Schravesande
    • Wubby Luyendijk