Als de Britten vertrekken, kan ook Nederland wegdrijven van EU

Brits-Nederlandse relatie Een Brits vertrek uit de EU zou in Nederland harder aankomen dan in andere lidstaten. „We willen handel drijven, dat verbindt.”

Premier Rutte en zijn Britse collega Cameron vorig jaar op een EU-top in Brussel. Foto ANP / Jonas Roosens

„Blijf! We horen bij elkaar!” Maar dan in het Engels. Met dit rechtstreeks aan de Britten gerichte stemadvies had premier Mark Rutte vrijdag zijn wekelijkse persconferentie willen afsluiten. De moord, een dag eerder op het parlementslid Jo Cox waardoor de referendumcampagne in het Verenigd Koninkrijk (VK) stil kwam te liggen, bracht hem van dit plan af.

Ruttes voornemen toont nog eens aan dat de betekenis van het Britse referendum voor Nederland groot is. Niet alleen economisch maar zeker ook politiek. Nederland dreigt zijn meest gelijkgezinde bondgenoot kwijt te raken. En dan is er meer aan de orde dan het verliezen van een medestrijder voor vrijhandel. Dan gaat het om identiteit en de toekomstige positie van Nederland binnen de EU.

Mathieu Segers, hoogleraar eigentijdse Europese Geschiedenis en Europese Integratie aan de Universiteit Maastricht, is ervan overtuigd dat een Brits nee tegen de Europese Unie in Nederland harder zal aankomen dan in andere EU-lidstaten. „Een Brexit dwingt Nederland tot een vrij rigoureuze heroriëntatie over de eigen positie in de Europese Unie. De reële vraag is dan of wij er in de kern nog bij willen horen.” Een vertrek van de Britten uit de Unie betekent volgens hem dat Nederland „een breekijzer verliest” waarmee veelal door Frankrijk en Duitsland beklonken zaken kunnen worden gecorrigeerd.

Wij wilden de Britten er graag bij

De mentale verbondenheid tussen Nederland en het VK; het is een houding waar een uitgesproken anglofiel als Rutte graag naar verwijst. „We houden genuinely van de Britten”, zei hij vrijdag. „Wij zijn een zeevarend land, zij zijn het. Wij willen allebei handel drijven, dat verbindt. Er zijn niet zoveel landen in Europa die zo sterk gericht zijn op welvaartsvergroting.”

De meeste EU-lidstaten zijn naar zijn mening „etatistischer”: veel meer bezig met politiek en bestuur. Of, in de woorden van wetenschapper Mathieu Segers: „Nederland en het Verenigd Koninkrijk vinden elkaar in hun afkeer tegen het troebele, dubbelzinnige altijd diep politieke wheelen en dealen op het continent waarbij allerlei zaken veel verder worden geregeld.”

Wat zien de Britten in een Brexit? Deze chatbot legt het je uit

Het VK werd in Nederland al in een zeer vroeg stadium beschouwd als een verzekeringspolis tegen Frans-Duitse dominantie binnen de Europese Unie. Nederland maakte sinds 1958 weliswaar samen met België, Luxemburg, Frankrijk, Duitsland en Italië deel uit van de Europese Economische Gemeenschap (EEG), maar tegelijkertijd bleef de blik op de overkant van de Noordzee gericht. Niet voor niets was Nederland begin jaren zestig de grootste pleitbezorger van een Brits lidmaatschap van de EEG, de voorloper van de Europese Unie.

Premier Piet de Jong noemde het kort na zijn aantreden in 1967 in de beslotenheid van de ministerraad „onverantwoord om Nederland tot een Europese satelliet te maken onder Franse, en na De Gaulles [de toenmalige president van Frankrijk, red] dood, onder Duitse hegemonie”. Op het ministerie van Buitenlandse Zaken gold in die tijd de „préalable anglais”-doctrine: verdergaande onderlinge samenwerking binnen de EEG kon niet zonder Brits lidmaatschap.

Mathieu Segers beschreef de gang van zaken uitvoerig in zijn boek Reis naar het continent. Hem zou het niet verbazen als de discussie zoals die in Nederland in de jaren zestig en zeventig werd gevoerd na een Brexit weer opleeft. „Daarbij zal Nederland met zeer veel interesse gaan kijken naar het alternatief dat de Britten voor de EU gaan ontwikkelen. Het gevolg is dan dat Nederland wegdrijft van het Europese project.”

Britten zien ons als junior partner

Zoals de Nederlanders zich vastklinken aan de Britten geldt dit andersom niet in dezelfde mate voor het VK. „De Britten zien zichzelf als grote mogendheid, Nederland is dat niet en wordt altijd behandeld als junior partner en ook heel makkelijk vergeten”, aldus Segers.

Dit is ook de ervaring van oud-minister en ex-staatssecretaris voor Europese Zaken Atzo Nicolaï (VVD). Toen hij deze laatste functie van 2002 tot 2006 bekleedde was Nederland net als nu een half jaar roulerend EU-voorzitter. „Het was veel moeilijker een afspraak te maken met Duitsers en Fransen”, herinnert hij zich. „Maar als die er was, stond deze wel iets meer overeind dan soms een afspraak met de Britten. Die hielden nog net iets scherper dan alle andere landen hun eigen belang in de gaten.”

Lees ook het stuk van Joris Luyendijk: Hij pleit voor een Brexit

Het was ook niet zo dat Nicolaï in het Europese onderhandelingsspel direct aansluiting zocht bij de Britten. „Vaak trokken wij als eersten samen op met de Duitsers. Maar die wilden nooit de Fransen helemaal loslaten. Om dat resultaat economisch gesproken dan weer in de goede richting te trekken zochten we contact met de Britten. Zo speelden wij onze rol.”

Nederland ziet het VK als een verzekeringspolis tegen Frans-Duitse dominantie

Nicolaï noemt een Brits vertrek „zonder meer een aderlating”. Dat geldt dan vooral de samenwerking op het vlak van de handel. Op andere terreinen zullen de gevolgen minder zijn. „De grote vraagstukken voor de EU betreffen nu de monetaire unie en de vluchtelingencrisis. Daar hebben we minder te maken met het Verenigd Koninkrijk als natuurlijke partner.”

Hetzelfde geldt voor de klassieke Nederlandse wens om Europese instituties zoals de Commissie te versterken ten opzichte van grote lidstaten die anders te makkelijk hun wil aan de kleintjes opleggen. Nicolaï: „Hierbij staan ze niet aan onze kant. Ze zijn niet zo voor het versterken van het gezamenlijke. Daarom voelt het Verenigd Koninkrijk ook weinig voor een gemeenschappelijke buitenlandse politiek.”

Niemand die de gevolgen voor Nederland van een Brits vertrek nu kan overzien. Bij iemand als Segers overheerst vooralsnog de verbazing over de Britten. „De tragiek is dat Europa nooit zo Brits is geweest als op dit moment en nu willen ze eruit.”

    • Mark Kranenburg