Zwaar gevecht met de tijdslimiet

Thijmen Kupers won de Nederlandse titel op de 800 meter, maar miste net de olympische limiet. Bij de EK in juli volgt een herkansing.

Thijmen Kupers kwam bij de NK atletiek op de 800 meter vijfhonderdste seconde tekort voor een olympisch ticket. Foto Orange Pictures

Vier jaar geleden werkte Thijmen Kupers op het Olympisch Park in Londen als barman in een fancy restaurant. Vanaf die plek keek de middellangeafstandsloper op een groot scherm naar de wedstrijden op de 800 meter, zijn afstand. Hij kreeg honger. De Spelen in Rio de Janeiro riepen. Sindsdien resteert nog één probleem: de olympische limiet. De jacht erop is verrekte zwaar.

De tijd is intussen zijn nieuwe tegenstander geworden. Kupers heeft nog drie weken om de barrière van 1.45,20 minuut te slechten. Hij wil er niet te veel mee bezig zijn, dat beïnvloedt zijn prestaties. Dat adviseerde ook Bram Som, voormalig Europees kampioen op de 800 meter, bij wie hij te rade ging. Makkelijk gezegd. Hij heeft de limiettijd in de benen, voelt Kupers. Maar hij voelt ook de druk toenemen. „Mentaal is die jacht erop zwaar. En ik heb nog maar weinig kansen”, realiseert hij zich.

Mentale begeleiding zou een oplossing kunnen zijn, ware het niet dat Kupers daar minder goede ervaring mee heeft. Zijn kennismaking met een sportpsycholoog bracht hem vorig jaar niet de gewenste ontspanning. Integendeel. „Ik werd er dwars van. Het irriteerde om over bepaalde zaken na te denken. Ik gebruik zo nu en dan alleen nog de ontspanningsoefeningen. Ik loop op gevoel, dus wisselvallig. Daar zal ik zelf een middenweg in moeten vinden.”

Vooralsnog wanhoopt Kupers niet. Vorig jaar plaatste hij zich op de valreep voor de WK in Beijing. In 1.45,28, slechts achthonderdste van een seconde boven de olympische limiet. En dan is er opwinding over de acht seconden die marathonloper Michel Buter tekort kwam voor een ticket naar Rio, zegt hij met een knipoog.

Nog niet de gewenste vorm

Kupers zoekt de kwaliteit van die race, een jaar terug in Amsterdam. Lichte pijntjes dwarsbomen hem vooralsnog. Zoals een beknelde zenuw in de onderrug met uitstraling naar zijn been. Door die tegenslagen heeft Kupers nog niet de gewenste vorm. Desondanks prolongeerde hij zondag bij de NK in Amsterdam zijn Nederlandse titel op de 800 meter, in een persoonlijk record van 1.45,25. Maar, helaas, 0,05 seconde boven de olympische limiet.

Zijn houvast zijn de EK, begin juli in Amsterdam. Dan hoopt Kupers op sterke tegenstanders in wier slipstream hij zich kan plaatsen voor de Spelen. Hoe Kupers zich de ideale race om de limiet te halen voorstelt? „Als dat gevoel van vorm er is en alle passen kloppen. Goed dat ik nog een EK kan lopen. Ik loop mijn beste races op grote toernooien.”

Met dat vooruitzicht hoeft Kupers nog niet te wanhopen. Na drie mislukte pogingen om de limiet te halen – in Sjanghai, Hengelo en Montreuil – had hij „een motivatiedipje”. Maar de student uit Groningen voelt de oude flair langzaam terugkeren, de geestdrift die hem het vertrouwen geeft ooit in de 1.44,00 „en uiteindelijk ook in de 1.43,00” te lopen.

Een discussie over een te scherp gestelde tijdslimiet is aan Kupers niet besteed. „De gedachte van een top-8-positie in combinatie met een wiskundig model, kan ik volgen. Ik verzet me wel tegen de degradatie van sporters buiten de top-8 tot olympische toeristen. Dat slaat nergens op. Als tennisster Kiki Bertens op de wereldranglijst naar een plek ergens in de twintig stijgt, is iedereen plotseling laaiend enthousiast. Waarom is dat anders bij een atleet die tot de twintig besten ter wereld behoort?”

Liever eerst Rio meepakken

Mocht ‘Rio’ uiteindelijk onhaalbaar zijn, dan heeft Kupers wel even tijd nodig om zich te vermannen. „Dan zal ik heel erg balen en verschans ik me een week op mijn kamer, want reken maar dat ik dan niet gezellig voor mijn omgeving zal zijn. Maar na verwerking van de teleurstelling richt ik mijn vizier op de Olympische Spelen van 2020 in Tokio. Dan ben ik 28 jaar en hoop ik mijn piek mee te maken.”

Maar daar wil Kupers nog niet aan denken. „Eerst ‘Rio’ meepakken. Toen ik vier jaar geleden in Londen op dat grote scherm naar de finale van de 800 meter keek, wist ik zeker: dat wil ik ook. Ik heb destijds Humberto Tan aangesproken en hem gezegd: ‘Over vier jaar sta ik op de Spelen.’ Hij heeft beloofd me dan te interviewen. Ik heb nog iets waar te maken.”

    • Henk Stouwdam