Ze doodde omdat ze idealist was

Necrologie Truus Menger (1923-2016) Verzetsvrouw, kunstenaar

Ze was 17 toen ze de wapens opnam tegen de bezetter. „We wilden onze plicht doen.”

Truus Menger in 2014, bij de uitreiking van het Mobilisatie Oorlogskruis door minister-president Rutte. Foto JERRY LAMPEN/ ANP

Als Truus Menger-Oversteegen over de oorlog sprak, was dat altijd vol passie. Ook decennia later herkende je in haar de vrouw die op zeventienjarige leeftijd besloot dat ze bereid was haar leven op het spel te zetten én levens te nemen om een eind te maken aan het onrecht van de Duitse bezetting.

Menger, die afgelopen zaterdag overleed, groeide op in een communistisch gezin in Haarlem. In de jaren dertig, na de machtsovername door Hitler, kwamen er regelmatig vluchtelingen uit Duitsland aan de deur. Daardoor was zij zich al vroeg bewust van het gevaar van het nationaal-socialisme.

Vrijwel meteen na de Duitse invasie in mei 1940 belandde Menger in het verzet. Aanvankelijk deed ze geweldloos werk: ze bracht illegale krantjes rond en hielp onderduikers. Toen de Duitsers in 1941 op bloedige wijze de Februaristaking neersloegen, besloot ze dat het daarbij niet kon blijven. Ze nam de wapens op.

Samen met haar zus Freddie Dekker-Oversteegen en Hannie Schaft – die later bekend zou worden als ‘het meisje met het rode haar’ – was Menger betrokken bij tal van riskante operaties, waaronder sabotages en liquidaties.

Bij het opblazen van een spoorlijn ontmoette ze haar latere echtgenoot. Menger had in totaal 51 onderduikadressen tijdens de oorlog. Ze ontsnapte een aantal keer ternauwernood aan een arrestatie – in tegenstelling tot Schaft, die in april 1945 werd geëxecuteerd.

Menger en haar zus worstelden met de gevolgen van het werk dat ze deden, zei ze in 2009 in een interview met NRC Handelsblad. „We hebben wat afgehuild met zijn tweeën. Als je jong bent, hoor je te dansen, verliefd te worden, verkering te krijgen. Die kans werd ons ontnomen. Maar we wilden onze plicht doen.”

Ze bleef altijd overtuigd van de juistheid van haar acties

Mengers dadendrang kwam voort uit een diepe communistische overtuiging te strijden voor de goede zaak. In het boek Hoe het staal gehard werd van de communist Nikolaj Ostrovski dat ze in 1946 met Sinterklaas aan Freddie cadeau gaf, schreef ze als opdracht: „„Omdat wij idealisten zijn, zullen wij offers moeten brengen, maar eenmaal zal de overwinning ons zijn.”

Ze bleef altijd overtuigd van de juistheid van haar acties. In 2009 zou Menger een boek in ontvangst nemen waarin alle liquidaties van het Nederlandse verzet in kaart waren gebracht. De auteurs stelden dat aan het eind van de oorlog radicalisering binnen het verzet had geleid tot onterechte en onzorgvuldige liquidaties.

Toen Menger hier achter kwam, weigerde ze het boek nog in ontvangst te nemen. Ze zei daarover tegen NRC: „Alsof we zomaar wat deden! Dat ze NSB’ers waren, daar ging het ons niet om. De mensen die geliquideerd werden, waren actief bezig met het opsporen en verraden van Joden en andere onderduikers. Ze moesten gestopt worden, om erger te voorkomen.”

Menger ontving een aantal onderscheidingen voor haar verzetswerk. In 2014 kreeg ze samen met haar zus uit handen van premier Rutte het Mobilisatie-Oorlogskruis.

Truus Menger werd na de Bevrijding bekend als beeldhouwer. Ze maakte tal van kunstwerken waarin de oorlog een rol speelde, zoals het monument voor Hannie Schaft in Haarlem. Behalve in haar kunst, hield ze de herinnering aan de oorlog levend door op scholen en universiteiten in binnen- en buitenland te vertellen over de bezettingsjaren.

Haar houding ten opzichte van de oorlog en het gevaar van het fascisme vatte ze zelf het beste samen in de titel van haar in 1982 verschenen autobiografie: Toen niet, nu niet, nooit.

    • Bart Funnekotter