Tegendemonstreren is serieus spel

Overal waar Pegida demonstreert, duiken ook tegendemonstranten op. Zaterdag arresteerde de politie in Breda 24 anti’s.

Een demonstrant van de anti-immigratiebeweging Pegida in Breda. De politie was met veel manschappen en materieel aanwezig om geweld te voorkomen.

Ze zijn met z’n twintigen en ze dragen zwarte capuchontruien, zonnebrillen, sjaals voor de mond. Het ziet er niet vriendelijk uit. De groep komt aangemarcheerd door het statige park Valkenberg in Breda. „Racisten! Fascisten!” Dit zijn niet de demonstranten, dit zijn de tegendemonstranten.

Ze proberen het Kasteelplein te bereiken, waar de Pegida-demonstratie net is begonnen. Ongeveer vijftig mensen luisteren naar toespraken „tegen de islamisering”. De aanleiding voor de bijeenkomst is de inrichting van asielzoekerscentra in Noord-Brabant. Achter op het plein staat een ander clubje tegendemonstranten. Door te blazen op fluitjes en door rozen uit te delen uiten zij hun ongenoegen.

Dan klinkt door een megafoon, gericht aan alle tegendemonstranten: „U wordt verzocht deze plek te verlaten.” Zaterdag zijn er in totaal 24 opgepakt wegens het „niet voldoen aan het bevel of vordering”, zegt een politiewoordvoerder.

Tegendemonstreren is een serieus spel. Op een website biedt ‘Laat Ze Niet Lopen’ informatie over aanstaande „extreem-rechtse” demonstraties die volgens hen van een tegengeluid moeten worden voorzien. Je vindt er het telefoonnummer van een advocaat, voor als je wordt opgepakt. Vooral de fanatieke aanhang van de Anti Fascistische Actie (AFA) organiseert zich via dit platform.

Duveltje uit een doosje

De Bredase activist Janus van Engelen (29) staat op de Hoge Brug, waar ‘liefdesslotjes’ aan hangen. Het uitzicht: minstens vijf ME-busjes, politie te voet, te paard, op de fiets en in een rubberboot. Vandaag monitort Van Engelen het aantal arrestaties onder de tegendemonstranten. Naar schatting zijn er in de stad ruim honderd demonstranten actief, de politiemacht lijkt minstens even groot.

„Je moet iets leuks bedenken waarmee je ze een beetje hindert, waar je misschien de pers mee kunt halen”, zegt Van Engelen. Als „een duveltje uit een doosje” kwam hij bij een eerdere demonstratie al eens uit een kliko tevoorschijn met een spandoek. Vanwege zijn overheidsbaan wil hij in dit artikel alleen met zijn activistennaam opgevoerd worden.

Verderop moet de Pegida-demonstratie nog beginnen. Er zijn in Nederland volgens Van Engelen sinds Pegida en de komst van azc-protestgroepen steeds vaker demonstraties die een tegengeluid behoeven. „Vroeger demonstreerden we vooral tegen clubs zoals de Nederlandse Volks-Unie, die gaan maximaal drie keer per jaar de straat op.” Pegida heeft dit jaar al meer dan tien keer gedemonstreerd.

Van Engelen constateert dat „de tegenbeweging” gegroeid is. „De activistische kern is niet groter geworden, maar vanuit de maatschappij is er meer tegengeluid.” Hij doelt bijvoorbeeld op de Bredase advocaat die in de stad knuffels uitdeelt en op de tocht die vanavond gehouden wordt, waarbij mensen met een bezem de route van Pegida „schoonvegen”. Een samenwerkingsverband van lokale politieke partijen doneert geld aan instanties die vluchtelingen helpen. Dat moest eigenlijk een sponsorloop worden: één euro voor iedere Pegida-demonstrant, maar het risico van een te hoog bedrag was te groot.

Dat er vijf tegenacties zijn is uniek. Maar de tegendemonstranten van AFA zijn er vrijwel altijd bij. De groep die de Pegida-demo door het park probeert te bereiken, is snel weggedreven door een linie ME’ers. Een oudere man, fiets aan de hand, moest snel, snel, „dóórlopen”.

In de jaren negentig werden demonstraties van extreem-rechts bijna altijd verboden wegens het risico op wanordelijkheden, ook wegens verwachte tegendemonstraties, zegt Jaap van Beek van onderzoeksgroep KAFKA. „Maar dat verbod heeft de NVU uitgevochten voor de rechter. Sinds begin deze eeuw mogen extreem-rechtse demonstraties weer.” Sindsdien richt de „repressie”, zoals Van Beek het noemt, zich op de tegendemonstranten. „Het recht van manifestatie wordt beschermd.”

Advocaat Ineke van den Brûle verdedigt veel demonstranten. „Op deze schaal arresteren is een manier om mensen monddood te maken.” Provocatie kan leiden tot confrontatie, die de politie op deze manier mogelijk wil voorkomen, weet Van den Brûle. „Je kunt je afvragen wie er nou aan het provoceren is, met zoveel agenten op straat.” Als de politie twee keer zegt dat iemand weg moet, kan ze daarna tot arrestatie overgaan. „Maar agenten moeten zich houden aan de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit.” Rekbaar begrip, vindt Van den Brûle. „De politie vindt dat ze ver mogen gaan. Ik vind dat ze vaak té ver gaan.”

    • Kim Bos