Mohamed B. veroordeeld voor terroristische training

B. moet een jaar de cel in vanwege terroristische training van een terroristisch misdrijf.

Volgens B. is er echter sprake van een groot misverstand. Hij zou helemaal geen terrorist zijn, maar wilde gewoon stoer doen tegen mensen op internet. Foto Roos Koole / ANP

In hoger beroep heeft terreurverdachte Mohamed B. een celstraf gekregen van één jaar. De 28-jarige Marokkaanse Nederlander stond terecht voor het voorbereiden van een aanslag op politiemensen en militairen. Ook zou hij sympathiseren met terreurbeweging IS. Het Openbaar Ministerie (OM) eiste een gevangenisstraf van vier jaar.

B. werd in oktober 2014 gearresteerd. Hij had toen een schrift in zijn bezit waarin een eed van trouw stond aan Abu-Bakr al-Baghdadi, de “kalief” van IS. In online chats deed hij zich voor als iemand die voornemens was naar Syrië te vertrekken, waar hij zich bij de “jihad” zou willen aansluiten. Hij vroeg meerdere malen om instructievideo’s waarin getoond werd hoe je een bom vervaardigt. Op het moment dat hij werd aangehouden, had hij een handleiding om een explosief te maken.

Fantast

Genoeg reden om vier jaar cel te eisen vanwege het beramen van terreurplannen, vond het OM afgelopen augustus. Volgens B. is er echter sprake van een groot misverstand. Hij zou helemaal geen terrorist zijn, maar wilde gewoon stoer doen tegen mensen op internet. Hij hoopte zo ook vrouwen te charmeren. De eed van trouw aan de IS-leider zou dan ook een ‘geheugensteuntje’ zijn, aldus B., zodat hij wist wat hij moest zeggen als hem gevraagd werd naar zijn plannen om naar het “kalifaat” af te reizen.

De rechter achtte dit geloofwaardig en sprak B. in september vrij van het voorbereiden van een aanslag. Deskundigen gaven tijdens het proces aan dat de verdachte soms in een fantasiewereld opgaat. Ook B.’s advocaat beweert dat je na het lezen van de chats onmogelijk kunt beweren dat die serieus bedoeld waren.

Het OM wilde niet in die redenering meegaan. Voor iemand die alleen maar wilde opscheppen, chatte B. wel erg veel over zijn wens om zich bij de jihad aan te sluiten, aldus het Openbaar Ministerie. Ook pende de man in zijn schrift uitsluitend extremistische relazen neer. Ook is aangetoond dat B. informatie aan het inwinnen was over het maken van een bom die ingezet kon worden tegen de Amerikaanse ambassade of tegen Nederlandse soldaten.

Eerder gelogen

Vast staat dat B. zich eerder heeft voorgedaan als iemand die hij niet was. In Marokko gaf hij zich uit voor een man met contacten om goedgelovige slachtoffers geld afhandig te maken. Verder loog hij dat hij studeerde en drugs verhandelde. Ook had hij niet, zoals hij eerder beweerde, in Libië aan een jihadistisch trainingskamp deelgenomen.

    • Casper van der Veen