Kamer wil uitleg over AOW in door Israël bezet gebied

Ook Nederlandse Marokkanen zijn boos op minister Asscher

Een Kamermeerderheid wil uitleg van minister Asscher (Sociale Zaken, PvdA) over zijn besluit mensen in door Israël bezet gebied een hogere AOW-uitkering te geven dan waar ze volgens de wet recht op hebben. Het gaat in elk geval om VVD, PvdA, SP, D66 en GroenLinks.

Kamerlid Paul Ulenbelt (SP) noemt de kwestie „ontluisterend”. „Ik had niet gedacht dat in Nederland een minister opdracht zou geven de wet te overtreden. Dat vind ik het ergst. Wat de SP betreft is de vraag aan de orde of de minister nog wel kan aanblijven.”

Asscher besloot twee jaar geleden een uitzonderingspositie te creëren voor tientallen AOW’ers in door Israël bezet gebied. Dit deed hij ondanks waarschuwingen van ambtenaren voor „grote politieke en beleidsmatige risico’s”, schreef NRC afgelopen zaterdag. Uit interne documenten blijkt dat de regering door de jaren heen grote druk voelde van een lobby.

Sinds 2006 bepaalt de Wet beperking export uitkeringen dat AOW’ers worden gekort als zij niet wonen in een land waarmee een verdrag over sociale zekerheid is gesloten. Nederland heeft wel zo’n verdrag met Israël, maar dat geldt niet voor de bezette gebieden, omdat Nederland de soevereiniteit van Israël daar niet erkent. Volgens internationaal recht zijn de Israëlische nederzettingen illegaal.

Desondanks is het overgrote deel van de AOW’ers in deze gebieden sinds 2006 niet gekort door de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Dat gebeurde volgens het ministerie van Sociale Zaken omdat deze uitkeringsgerechtigden hadden opgegeven dat ze in Israël woonden. Dat werd volgens de SVB pas in 2013 ontdekt. Daarop gaf Asscher, na overleg met premier Rutte (VVD), de SVB opdracht om in strijd met de wet door te gaan met het volledig uitkeren van de AOW.

Pas twee jaar later werd er een juridische grondslag gevonden voor de doorbetaling. Die stoelt echter op de onjuiste redenering dat de regels voor de betrokkenen „onvoldoende helder” zouden zijn geweest.

Asscher wist dat die redenering onjuist was, blijkt uit vertrouwelijke stukken. Toch werd dit voorwendsel gebruikt in de communicatie met de Kamer. Daarbij verzuimde de regering te melden dat er geen rechtsgrond bestaat voor het feit dat de SVB de belasting voor deze groep betaalt, waardoor mensen in door Israël bezet gebied een hoger bruto- én nettobedrag krijgen dan AOW’ers elders.

Alle 81 AOW’ers die nu in door Israël bezet gebied wonen, behouden de te hoge uitkering, bepaalde Asscher. Nieuwe gevallen zullen vanaf dit jaar wél conform de wet worden gekort.

Michiel Servaes (PvdA) vindt het „goed dat er nu een structurele oplossing is, omdat internationaal recht gewoon moet worden nageleefd. Maar dat heeft veel te lang geduurd. Het is zeer opzienbarend en erg kwalijk dat de korting tien jaar is uitgesteld.”

Uitkeringsgerechtigden in andere bezette gebieden, zoals de Westelijke Sahara (bezet door Marokko), zijn al die tijd gekort. Voor hen wilde en wil Nederland nadrukkelijk geen uitzondering op de korting maken.

De Kamer heeft stevige kritiek op die ongelijkheid. Steven van Weyenberg (D66): „Ik kan me voorstellen dat AOW’ers in andere landen of bezette gebieden die wel zijn gekort zich oneerlijk behandeld voelen.”

VVD-Kamerlid Anoushka Schut: „Het moet niet uitmaken wie je bent. Wij willen alleen maatregelen die voor iedereen gelden. Dit gaat in tegen het rechtvaardigheidsgevoel.”

    • Leonie van Nierop
    • Derk Stokmans