Het gaat steeds slechter met de akkervogels

Natuur Ondanks alle bescherming dalen in Drenthe de akkervogels gestaag in aantal. Minder gele kwikstaarten, minder graspiepers en minder veldleeuweriken

Foto Getty Images

Akkervogels in Drenthe, zoals de geelgors en de gele kwikstaart, zijn de afgelopen jaren verder achteruit gegaan. Aldus nieuwe cijfers van de Werkgroep Grauwe Kiekendief, een stichting voor vogelonderzoek en -bescherming.

In 2009/2010 en in 2013 telde de werkgroep systematisch broedvogels in agrarische gebieden, met name in Drenthe en Groningen. Toen was er al een afname te zien. Die daling zet door in 2016, aldus onderzoeker Henk Jan Ottens. „Ondanks alle inspanningen holt het achteruit”, zegt hij.

Boeren nemen maatregelen om akkervogels aan te trekken. Ze laten akkerranden begroeien voor schuil- en nestgelegenheid, en laten in de winter graan voor vogels staan op ‘winterveldjes’. Die maatregelen lijken echter niet voldoende.

De werkgroep publiceerde woensdag cijfers waaruit blijkt dat de aantallen broedende gele kwikstaarten, geelgorzen, graspiepers en veldleeuweriken in 2016 verder zijn gedaald. Het zijn soorten die sterk verbonden zijn met het open akkerlandschap.

De Werkgroep Grauwe Kiekendief voert tellingen uit op vaste meetpunten, waarvan er nu zo’n honderdvijftig zijn verwerkt. Ottens voerde de meeste van die tellingen zelf uit; er komen nog tellingen van vrijwilligers bij.

Bescherming door boeren vormt slechts een druppel op een gloeiende plaat

De cijfers zijn niet representatief voor heel Nederland, en evenmin voor heel Drenthe: hoe het met de vogelstand gaat, varieert per landschap. Maar ze laten wel een landelijk probleem zien met agrarisch natuurbeheer, zegt onderzoeker Wolf Teunissen van de landelijke vogelonderzoeksorganisatie Sovon.

„Boeren zorgen voor schuilgelegenheid voor vogels, voor voldoende voedsel. Die maatregelen werken, maar ze blijven een druppel op de gloeiende plaat. Ze worden niet voldoende toegepast om de hele populatie te helpen.”

Enkele typische akkervogels zijn sinds 1975 in heel Nederland sterk afgenomen, zoals de patrijs en de veldleeuwerik. Daarnaast is er een afname van typische weidevogels, zoals grutto en kievit.

Vorig jaar liet bioloog Marije Kuiper in haar proefschrift zien dat de aanleg van bloemrijke en grazige akkerranden in Groningen er niet voor zorgt dat het lokaal beter gaat met veldleeuweriken. De randen zorgen voor voedsel, maar omdat akkervogels vooral in de naast gelegen gewassen broeden blijven ze kwetsbaar voor werkzaamheden op het land.

In de Drentse agrarische gebieden worden veel aardappels, suikerbieten en gerst verbouwd. Volgens Ottens is het voor vogels nadelig dat die akkers deels worden vervangen door graslanden. Vogels zoals veldleeuweriken gaan in die graslanden nestelen, waar ze verdwijnen in de maaimachine.

In de Vogelbalans 2015 van Sovon kreeg de patrijs aandacht als akkervogel die het zwaar heeft. Sinds 1985 is driekwart van de patrijzen uit Nederland verdwenen.

    • Hester van Santen