Geen intercity’s naar Duitsland

Voorlopig komen er geen snellere spoorverbindingen tussen Eindhoven en Duitsland. De Nederlandse lobby hiervoor is mislukt.

De Duitse bondskanselier Angela Merkel, Eindhovens burgemeesterRob van Gijzel (midden) en premierMark Rutte, afgelopen april bijeen in Eindhoven. Foto Bart Maat / ANP

Burgemeester Rob van Gijzel van Eindhoven kon het niet laten toen de Duitse bondskanselier Angela Merkel afgelopen april zijn stad bezocht. Tien minuten lang mocht hij haar over een rode loper begeleiden langs een expositie over de relatie tussen ‘Brainport Eindhoven’ en Duitsland. Al keuvelend wist Van Gijzel het armzalige treinverkeer tussen zijn stad en Düsseldorf onder Merkels aandacht te brengen. En de noodzaak om zo snel mogelijk een intercityverbinding tussen die twee steden te realiseren.

Van Gijzel en zijn ambtsgenoot uit Düsseldorf, Thomas Geisel, ijverden al jaren voor zo’n snelle treinverbinding. Ook Rotterdam en Den Haag maken deel uit van het front, want de zuidelijke randstad moest haar rechtstreekse ontsluiting met Duitsland hebben. En de betrokken provincies lobbyden mee: toen Sharon Dijksma vorig jaar aantrad als staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, waren de provinciale bestuurders van Limburg en Noord-Brabant zo’n beetje de eersten die bij haar als gesprekspartner aanschoven.

Maar bestuurlijk Eindhoven heeft de lobby voor de treinverbinding inmiddels gestaakt. Vorige week liet staatssecretaris Dijksma weten dat de besluitvorming voorlopig wordt opgeschort. Er is te weinig medewerking van Duitse zijde, onvoldoende zekerheid over het rendement van de intercitylijn en er zijn te veel onzekerheden voor NS. Het spoorbedrijf zegt formeel het plan voor de lijn te steunen. Maar in de praktijk heeft NS helemaal geen behoefte aan nog meer intercity’s naar Duitsland.

Wanhoopsoffensief

De lobby tijdens het bezoek van Merkel was een Brabants wanhoopsoffensief. De Duitse minister van Verkeer, Alexander Dobrindt, had een maand eerder het zogeheten Bundesverkehrswegeplan 2030 (BVWP), het Duitse meerjarenprogramma voor infrastructurele projecten, in Berlijn gepresenteerd. De intercitylijn tussen Eindhoven en Düsseldorf wordt in dit plan genoemd. Op het Duitse deel van het traject, tussen Kaldenkirchen en Dülken, zou hiervoor namelijk het spoor verdubbeld moeten worden, een investering van zo’n 105 miljoen euro. Maar die spoorverdubbeling bungelt zo laag op de prioriteitenlijst van de Duitse overheid dat de eerste spade niet voor 2030 de grond in gaat, zo kreeg Eindhoven in contacten met Duitsland te verstaan.

Jarenlang had de provinciale lobby zich gericht op de deelstaat Noordrijn-Westfalen, waar Düsseldorf de hoofdstad van is. Maar Noordrijn-Westfalen gaat niet over financiering van die spoorverdubbeling. Dat is de centrale regering in Berlijn en uiteindelijk de Bondsdag, het Duitse parlement. Afgelopen april vroeg Eindhoven aan minister Melanie Schultz (Infrastructuur & Milieu, VVD) om zich in Berlijn hard te maken voor de intercity naar Düsseldorf. Het leidde in juni tot een brief aan haar ambtgenoot, met de aanhef ‘Lieber Alexander’. Daarin somt Schultz tal van projecten op die voor Nederland van belang zijn, maar volgens haar ten onrechte onderaan de Duitse prioriteitenlijst bungelen.

Lobby van provincie en Heerlen

Antwoord heeft de minister niet gekregen. Dat is ook niet zo verwonderlijk. De Nederlandse lobby concurreert in Berlijn met zo’n 2.500 andere infrastructurele projecten in het Bundesverkehrswegeplan. Met een totaalbedrag van 264,5 miljard euro zijn de belangen in Duitsland groot en wordt er daarom van vele kanten intensief gelobbyd.

Tot 2025 ligt alles nu stil, is de verwachting in Eindhoven. Tegen die tijd is ook de NS-concessie voor het hoofdrailnet afgelopen en kan een nieuwe lobby voor de intercitylijn mogelijk wel slagen in Berlijn.

Ook de komst voor een andere intercityverbinding, van Eindhoven via Heerlen naar Aken en Keulen, is uitgesteld. Ondanks een lobby van vooral de provincie Limburg en Heerlen. Ook voor die lijn is een spoorverdubbeling nodig, maar dit keer aan de Nederlandse zijde tussen Heerlen en de Duitse grens. Over die spoorverdubbeling is inmiddels wel overeenstemming, het ministerie en de provincie Limburg zullen de kosten samen verdelen.

Vooral vervoersmaatschappij Arriva profiteert van deze deal. In 2018 gaat Arriva tussen Heerlen en Aken rijden. Als de sporen verdubbeld zijn, wordt dat de lijn van Aken via Heerlen en Maastricht naar Luik. Eindhoven en Keulen blijven voorlopig buiten beeld, want voor Aken-Keulen is weer Duitse besluitvorming nodig. Dit traject is nu zo druk met treinverkeer dat er geen ruimte is voor nóg meer verkeer. In die Duitse meerjarenraming zijn weliswaar investeringen opgenomen voor capaciteitsuitbreiding. Maar ook die projecten bungelen ook onderaan de prioriteitenlijst van het Duitse ministerie.

Dinsdag staat het grensoverschrijdend treinverkeer in Europa op de agenda van de zogeheten ‘Spoortop’ in Rotterdam. Daar vergadert een aantal Europese ministers van Verkeer over het internationale treinverkeer. Het enige concrete succes dat Nederland op die top kan melden, is die treinverbinding tussen tussen Aken, Heerlen, Maastricht en Luik. Andere ambities voor intercityverkeer naar Duitsland zijn voorlopig gesneuveld in Berlijn.

    • Jos Verlaan