Opinie

    • Rob T.H. Lo

Een goede agent is meer dan ’n intuïtief reagerend wezen

Routinematig gebruik van etnisch profileren, zoals veel agenten voorstaan, ruïneert de waarden van onze beschaving, vindt Rob T.H. Lo.

‘Net staande gehouden door de politie in Zwolle”, meldde rapper Typhoon op 30 mei via zijn Instagram. „Niet door een verkeersovertreding, maar omdat mijn nieuwe auto niet matcht met mijn profiel, lees; verdacht dat een man met mijn kleur in zo’n auto rijdt.”

Online kreeg de artiest veel bijval. „Ik leef met je mee”, reageerde iemand die benadrukte dat hij ook donker is. De politietop bood excuses aan, maar op het interne netwerk van hun organisatie klonk een ander geluid. „Profilering hoort bij politiewerk”, luidde een van de gelekte reacties aan NRC op 11 juni. „Je ontkomt dan niet aan criteria als huidskleur, leeftijd en geslacht. Omdat het nu een bekende persoon betreft, wordt er buitensporig veel aandacht gegeven aan deze staandehouding.”

Etnisch profileren schijnt een normale ‘tool’ te zijn in het politiewerk. Interessant dat er blijkbaar verschil is in perceptie van de korpsleiding en de agenten op straat over de omvang en het gebruik ervan. De politiebestuurders menen dat etnisch profileren niet zo vaak wordt toegepast, uitvoerenden spreken over routine, niet alleen bij actief onderzoek, maar ook bij preventief onderzoek.

Hierover kunnen twee opmerkingen worden gemaakt, ten eerste: is het beleid van etnisch profileren, ingebracht door de leidinggevenden, voldoende van uitleg voorzien, door die leidinggevenden, zodat het duidelijk is aan de uitvoerenden, waarom, hoe en in welke mate dit instrument te gebruiken?

Ten tweede: het helpt ook niet als door uitvoerenden gereageerd wordt met ‘wij voeren alleen het beleid uit, wij doen gewoon ons werk’. Waar hebben wij dit in het verleden vaker gehoord? Alsof een agent niet zelf kan en mag nadenken over hoe een instrument te gebruiken.

Het NRC-artikel geeft helaas geen diepergaande analyse van het probleem. Etnisch profileren, of al dan niet gecalculeerd onderscheid maken, kan behulpzaam zijn om in een onderzoek sneller tot de oplossing te komen. Naast een rationele, gestructureerde benadering kan zo gebruik gemaakt worden van intuïtie, ofwel het bekende onderbuikgevoel. Indien beslissingen voornamelijk voortkomen uit de onderbuik, echter, dan is het risico op een ongecontroleerde, desastreuze uitkomst groot. Je mag hopen dat een mens meer is dan alleen een intuïtief reagerend wezen.

Dit geldt voor actief onderzoek naar misstand of misdaad. Etnisch profileren bij preventieve acties kan verdergaande consequenties hebben: het ongebreideld inzetten van dit instrument om een mogelijke misdaad, vooralsnog zonder andere aanwijzingen, op te sporen, is zeer ingrijpend voor maatschappij en beschaving. Zowel voor de individuele privacy van personen als de menselijkheid van de maatschappij. Een glijdende schaal die kan ontaarden in een politiestaat met elementen van discriminatie.

Hoeveel mensen van een bepaalde doelgroep mogen lijden om iemand op te sporen? Is het acceptabel dat bepaalde groepen hier meer onder lijden dan andere? Willen wij dit? Er is een perfecte parallel te trekken met terrorismebestrijding. Voor het maximaliseren van opsporingstechnieken wordt almaar meer privacy opgeofferd.

Uiteraard is het lastig een goede balans te vinden, maar dat ontslaat ons niet van de plicht er continu op te letten dat bepaalde grenzen niet overschreden worden. Juist met etnisch profileren moeten we voorzichtig zijn. Het is niet voor niets dat in een rechtsstaat iemand onschuldig is totdat schuld is bewezen. Laten wij deze menselijke waarde koesteren en ons niet laten verleiden het rechte pad te verlaten elke keer als wij ons bedreigd voelen. Geef vage en emotiegedreven reacties geen kans.

    • Rob T.H. Lo