Opinie

    • Jutta Chorus

De Syrische leraar wordt Nederlander

De Syrische leraar en zijn vrouw fietsen van de noodopvang in Crailo door de bossen naar Hilversum. Zij is 22 weken zwanger. De zon schijnt, het ruikt bij vlagen naar ligusterbloesem. „Ik ruik de lente”, zegt zij. „Ik ruik allergie”, zegt hij. Hij niest. En hij niest.

Bij Albert Heijn koopt hij een doosje cetirizine tegen hooikoorts. Hij betaalt met een biljet van tien euro. Als hij buiten staat, vouwt hij zijn hand open. Er liggen een paar munten in. Hij schrikt. Dat doosje kostte toch geen zeven euro? „Ze hebben me opgelicht.” Kwaad stapt hij weer naar binnen en eist bij de balie vijf euro terug.

De laatste keer dat ik de leraar en zijn vrouw zag, zes weken geleden, waren ze somber gestemd. Zij had heimwee naar Damascus, hij voelde zich een tweederangsburger, omdat ze waren overgeleverd aan de grillen van de IND. Ze stopten met hun lessen Nederlands en stapten boos uit de kookgroep. „Er wordt met ons gesold”, zei hij toen.

Ik kijk de leraar aan en verwacht weer een stortbui als hij ons tegemoet loopt. Maar dan vindt hij het ontbrekende briefje van vijf euro in zijn broekzak. Hij slaat zijn vlakke hand tegen zijn hoofd. Dan loopt hij terug naar de balie. „Het-spijt-mij”, zegt hij. En dan in het Engels: „Ik had zelf niet goed gekeken.” Het meisje achter de balie glimlacht.

„Ik ben niet perfect”, zegt hij later. „En als ik een fout maak, bied ik mijn excuses aan.” Ik kijk naar zijn vrouw. Is de leraar soms in therapie gegaan? „Er is iets in ons leven veranderd”, zegt zij. „We hebben weer vertrouwen gekregen. De mensen die we ontmoeten, hebben het beste met ons voor.”

Ze sommen op: de burgemeester van Laren kwam langs en bracht hen in contact met het arbeidsbureau voor werk. Hij wil als vakkenvuller beginnen, zij als vrijwilliger in de noodopvang. Zij kreeg een extra echo en weet nu dat ze een meisje verwacht, ‘Maria’ noemen ze haar voorlopig. Daarna kwam er een vrijwilligster aan de deur met een positiejurk en twee rompertjes voor de baby.

Zaterdag onthulde de Volkskrant een onderzoeksrapport waaruit blijkt dat de IND vluchtelingen die in het najaar van 2015 naar Nederland kwamen, nauwelijks heeft gescreend. De Syrische leraar en zijn vrouw laten me hun administratie zien. Een bewijs van hun aanmelding ‘een loopbrief’ uit Ter Apel met hun pasfoto. Maar geen paspoortnummer. „Onze bagage is niet gecontroleerd”, zegt hij. „Onze telefoons zijn niet gelezen.”

Ze bergen de ordner op. Dan staat ineens een COA-medewerkster in de kamer. „Goed nieuws”, zegt ze. „Morgen vertrekken jullie naar Doetinchem. Jullie worden Nederlander.”

    • Jutta Chorus