‘Als kind wilde ik goochelaar worden’

Interview Jakop Ahlbom Jakop Ahlboms wortels liggen bij de mime. Voor zijn ‘Swan lake’ leent hij uit horrorfilms. „Beweging is niet genoeg. Voor theater heb je iemand nodig met wie je kunt meeleven.”

Swan Lake, een rigoreuze bewerking door Jakop Ahlbom van het klassieke ballet ‘Het zwanenmeer’. Foto Olivier Middendorp

‘We need to solve the legs first.” Theatermaker Jakop Ahlbom, Zweed van geboorte, wonend en werkend in Nederland, kijkt bedenkelijk. In een bedompte repetitiestudio in de Amsterdamse kauwgumballenfabriek, op een tropische middag, repeteert hij met dansers van ICK zíjn versie van Het zwanenmeer, Swan Lake. Daarin geen tientallen stijf gesteven spierwitte tutu’s op rij, geen klassieke ballerina’s met lange hals en huppelpas. Ahlbom, die internationale successen boekte met virtuoze fysieke voorstellingen als Vielfalt, Lebensraum en het veelgeprezen Horror, creëert vreemde, surrealistische toneelwerelden waarin Freudiaanse fantasieën werkelijkheid worden.

Stijlkenmerken van zijn werk zijn acrobatiek, absurdisme, illusie en een bijna dierlijke gestiek: klauwen, kruipen, rollen, glijden, grijpen. Veel voorkomend detail: wonderlijk soepele ledematen waar iets geks mee is. In de trailer van Swan Lake zien we het ook: een danseres spreidt haar been zo ver dat het bijna onmogelijk lijkt, vervolgens draait ze dat been volledig om haar as. Dan pas besef je dat het been een andere danser toebehoort. Het is ingenieus optisch bedrog, slim en een beetje griezelig. Om zulke illusies te creëren, moet er dus steeds veel benenwerk worden ‘opgelost’.

„Ik heb niet van tevoren een complete choreografie uitgedacht”, zegt Ahlbom een paar dagen later in Theater de Meervaart, waar de voorstelling wordt gemonteerd. „De dansers en ik puzzelen samen op de vloer. Zij dragen ideeën en poses aan, ik observeer en stuur. Vanuit hun bewegingen manipuleer en modelleer ik; het is een soort dynamisch beeldhouwen met lichamen. Ik verzin niets op papier, maar ga uit van wat er is, een lichaam, en de verhouding daarvan tot de ruimte of een ander lichaam. Dat is een intensief en tijdrovend traject.”

‘Zwanenmeer’ met zijn weifelende prins en betoverde bos is de ideale omgeving voor Ahlboms magische vormtaal

Jakop Ahlbom (1971) spreekt vloeiend Nederlands met een charmant accent en kleine, grappige versprekingen. Hij kwam in de jaren negentig naar Nederland en volgde in Amsterdam de mimeopleiding van de Theaterschool, voor fysiek en beeldend tekstloos theater. Daarbij heeft hij zich altijd aangetrokken gevoeld tot dans. Aan het eind van zijn studie nam hij les in moderne dans, en bezocht zo’n beetje alle dansvoorstellingen die Nederland rijk is. Twee van zijn vaste performers, Gwen Langenberg en Silke Hundertmark, zijn professioneel dansers. Zij dansen ook mee in Swan Lake.

Het was verrassend, dat Emio Greco en Pieter Scholten van ICK hem vroegen voor een regie, maar dus niet helemaal wezensvreemd, zegt Ahlbom. Bovendien houdt hij van afwisseling. Naast zijn woordloze voorstellingen regisseerde hij ook teksttoneel (Bug van Tracy Letts, en Kafka’s Der Prozess in Mainz) en een opera in Berlijn. „Dat wat ik weet en ken, neem ik steeds mee naar een nieuw genre. Nu werk ik binnen het dansidioom, en voeg daar hopelijk iets aan toe.”

Steeds een nieuwe genre, een nieuwe omgeving, nieuwe performers of acteurs; het is ook zwaar. „Ik heb intussen heel wat bagage en durf meer dan vroeger op mijn intuïtie te vertrouwen. Toen ik deze week uitriep: dit is moeilijker dan ooit!, zei Silke: ‘Ja maar, Jakop, dat is toch eigenlijk elke keer zo?’ En dat is eigenlijk wel waar, haha.”

Hoewel hij zich dus steeds op nieuw terrein begeeft, is zijn stijl uit duizenden herkenbaar. Zelf omschrijft hij die als fantasierijk en kinderlijk. „Ik hou van fysieke vormen die een soort naïviteit hebben, zonder banaal te zijn.” Toch is zijn werk vormen uitgesproken volwassen, Freudiaans soms zelfs, vol onderdrukte verlangens, duistere dromen en gematerialiseerde angst. Mensen zweven, verdwijnen door wand of vloer, of kruipen uit de televisie. Ledematen leiden een eigen leven; lichamen nemen de vreemdste vormen aan. De wetten van de zwaartekracht lijken doorbroken.

Magie

Ook het verhaal van Het zwanenmeer (zie inzet) benadert Ahlbom psychoanalytisch: er zijn niet twee zwanen, een witte en een zwarte, maar ze symboliseren de dualiteit binnen één vrouw, het wellustige en het maagdelijke, het kwade en het goede. Die gespletenheid wordt op toneel overigens wel verbeeld door twee danseressen, de sierlijke Kim Amankwaa en de pittige Helena Volkov. De een verdwijnt als de ander verschijnt, denk je de één te zien, dan zie je in werkelijkheid de ander. Of toch niet? De prins in Swan Lake wordt er zelf ook horendol van.

Die interpretatie van het verhaal doet denken aan horrorfilm The Black Swan, waarin ballerina Nathalie Portman op zoek moet naar de duistere kant in zichzelf. Hoewel dat geen directe inspiratiebron was, speelt film wel vaak een rol in het oeuvre van Ahlbom: Lebensraum was een ode aan Buster Keaton, Horror aan de visuele effecten en dramaturgie van de horrorfilm. „Het is zeker niet zo dat ik film op toneel wil reproduceren. Maar ik raak wel geïnspireerd door de vorm, de beeldtaal, de effecten. Misschien is dat omdat ik weinig literatuur lees. Ik ben gewoon meer visueel ingesteld.” De ambitie om zijn voorstellingen één lange, vloeiende beweging te laten zijn, waarin de ene gebeurtenis uit de andere volgt, en het ene lichaam naadloos in het andere lijkt over te gaan, is in zekere zin ook filmisch.

Om zijn visuele wensen op toneel mogelijk te maken, is vernuftige techniek nodig, een ingenieus decor, en een gedegen kennis van illusionisme en goochelarij. „Als kind wilde ik goochelaar worden. Dat dingen lijken te kunnen die eigenlijk onmogelijk zijn, vond ik magisch. Intussen heb ik een complete bibliotheek met goocheltrucs. Van het meeste weet ik nu hoe het werkt. En toch kan ik er nog altijd in geloven. Want ik wíl erin geloven.” Theater is wat hem betreft bij uitstek de plek om illusie te bedrijven. „In het theater heb je al de suspension of disbelief – de toeschouwer aanvaardt tijdelijk een fictief universum als ‘echt’. Door daar ‘echte’ illusie aan toe te voegen versterk je die beleving.”

Het theater is voor hem de plek om fantasieën uit te leven. „Stel, ik voel de behoefte hier ter plekke in de bank weg te zinken en te verdwijnen. Of ik heb zin om mezelf op te vouwen in een koffer. Dan wil ik dat op toneel mogelijk maken. Het kan natuurlijk niet, maar ik zoek samen met mijn vormgever naar manieren waarop het lijkt of het kan.”

Zwarte zwaan

Het zwanenmeer, met zijn weifelende prins en betoverde bos, is de ideale omgeving voor Ahlboms magische vormtaal. Maar hij werd niet zozeer gegrepen door het verhaal, als wel door de schitterende, sprookjesachtige muziek van Tsjaikovsky. Voor Swan Lake wordt die ingrijpend bewerkt en live uitgevoerd door de band Alamo Race Track. „Man, dat is zo goed gelukt. Alleen al om de muziek is deze voorstelling de moeite waard, echt waar.”

Met het verhaal had Ahlbom in eerste instantie minder, „daarom koos ik ook de zwaan als protagonist, en niet de prins.” Hetzelfde geldt voor de klassieke choreografie. „Alles wat er op dvd van Het zwanenmeer te vinden is, heb ik gezien. Meestal wordt de klassieke choreografie gevolgd, soms met een kleine variatie. Ik hou zelf meer van moderne dans, en dat geldt ook voor mijn dansers, maar we zochten nadrukkelijk een vertelling. Moderne dans gaat vaak alleen maar over beweging en ruimte, maar voor een theatervoorstelling heb je een protagonist nodig, iemand met wie je kunt meeleven.”

In Swan Lake is dat dus de zwaan, een vrouw verscheurd tussen twee krachten. Van de originele choreografie gebruikt Ahlbom weinig tot niets. „Al zit er wel een heel duidelijke verwijzing in naar de beroemde dans van de vier kleine zwaantjes.” Graag had hij in zijn voorstelling ook iets gedaan met de beruchte ‘32 fouettés’ (pirouettes) van de zwarte zwaan. Lachend: „Maar dat is niet gelukt.”

Hij is niet geïntimideerd door de lange opvoeringstraditie van Het zwanenmeer, zegt hij. Het is spannend om met de bekende materie iets heel anders te doen. „En weet je wat leuk is? Ik vond een paar ingrijpend vernieuwde versies, met een verrassende overeenkomst. De geweldige Zweedse choreograaf Mats Ek maakte een abstracter Zwanenmeer met de prins als een soort Hamlet. Alexander Ekman – ook een Zweed – maakte een soort meta-musicalparodie A Swan Lake. Dan was er nog Swan Lake Reloaded, Het zwanenmeer gemixt met breakdance en hiphop, van Fredrik Rydman, óók een Zweed! En nu maakt deze Zweed weer iets heel nieuws.”

    • Herien Wensink