brieven

Pronk ontpronkte juist

In De kust verdient bescherming (14/6) wordt gesuggereerd dat Jan Pronk als minister zich eind jaren 90 liet kennen als één van de laatste centrale inrichters van dit land. Dat moge zo zijn, maar het was onder diens bewind (1998-2002) dat de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening tot stand kwam, die groen licht gaf aan verdere dichtslibbing. Daarin delegeerde Den Haag bevoegdheden naar provincies en gemeenten. Met die ommezwaai verbaasde Pronk vriend en vijand. Tot dusver had hij er weinig blijk van geven dat decentralisatie tot zijn gedachtegoed behoorde. De man ‘heeft zichzelf ontpronkt’ was destijds een trouvaille van een columnist.

Bijbaantjes jongeren

20, te duur voor de kassa

Jongeren moeten er vroeg bij zijn om hun hobby’s en spullen te bekostigen en beginnen al vroeg aan een bijbaantje. Ben je jonger dan 18 dan lukt dat wel. Moeilijker wordt het als je die grens gepasseerd bent. Stel, je bent circa 20 jaar, je studeert en hebt de pech dat je ouders niet alles voor je bekostigen. Je hebt vroeger wel achter de kassa gezeten, maar toen je 18 werd waren ze je liever kwijt dan rijk. Te duur. Je gaat langs verschillende bedrijven om te vragen of ze nog mensen nodig hebben. Bij het invullen van de sollicitatieformulieren kom je erachter dat ze het liefst mensen aannemen die zo jong mogelijk zijn, met zo veel mogelijk ervaring. Tegenwoordig kom je als twintiger bijna nergens meer aan de bak zonder ervaring. Het probleem: wanneer bijna iedereen ervaring eist bij ‘nieuw’ personeel, waar moeten we dan in hemelsnaam beginnen? Vanaf je twaalfde bladlopen zodat je op je zestiende genoeg ervaring hebt? Of toch als bedrijf gewoon een inwerkperiode aanbieden, zodat we ervaring op kunnen doen?

Maureen Klaver Groningen

Nikab

Aanstotelijk voor wie?

Christiaan Weijts wil vrouwen die een nikab dragen het recht ontzeggen om zich aldus te kleden in kinderspeelparadijzen (16/4). Hij vergelijkt dat met het verbieden van reclames voor webcamsex in de buurt van zulke paradijzen. Weijts prijst de sexadverteerders die zelf daar hun advertenties weghaalden, want die weten tenminste dat ze een verloren zaak bepleiten bij de rechter als ze volhouden dat kinderen en porno prima samen gaan.

Maar bij moslima’s die een nikab dragen ligt dat heel anders. Die zijn onverzettelijk, zelfs als ze een verloren zaak bepleiten want – zegt Weijts impliciet – moeders in een nikab, dat is aanstootgevend voor kinderen.

Geen burka in het speelparadijs van Weijts!

Hij pleit voor een heldere norm in een wet. Dat is laf. Want een nikab dragen is niet aanstootgevend voor kinderen. Zijn zoontje noemt de nikabdraagster een spook. Weijts vindt dat grappig en ook een prima manier om er op te reageren; mensen belachelijk maken.

Het is jammer dat Weijts niet probeert aan zijn zoontje uit te leggen waarom vrouwen beslissen om een nikab te dragen. Dan kan je als vader ook zeggen wat je er van vindt tegen je kind, alleen dan wordt Weijts gedwongen om er over na te denken en genuanceerd te zijn. Dat wil hij niet. Want degene voor wie een nikab daadwerkelijk aanstootgevend is, is Weijts zelf. Hij vindt nikabdraagsters abject en hij misbruikt zijn kind en diens tere kinderziel om zijn islamofobe punt te maken.

Fijne vader.

Florimond Wassenaar Rotterdam

Rendementsheffing

Oneerlijk voor kleintjes

Met grote teleurstelling heb ik kennisgenomen van de uitspraak van de Hoge Raad (NRC, 11/6) waarin deze – overigens voor één concreet geval – stelt dat de overheid de fictieve vermogensrendementsheffing mag hanteren. Uiteraard, er zijn schrijnender misstanden in de wereld. Maar dat neemt niet weg dat hier voor een beperkte groep sprake is van een moeilijk te verkroppen, en eenvoudig te corrigeren, onrechtvaardigheid.

Het gaat mij hier niet om de hoogte van die heffing (aanvankelijk veel te laag en nu in veel gevallen veel te hoog) maar om het fictieve van de rendementsvaststelling. Wat mij – en velen met mij – buitengewoon stoort, is dat de overheid haar belastingsysteem op dit punt modelleert op burgers die hun vermogen verbergen voor de fiscus.

Getuige de Panama Papers zal dat bij de grote vermogens regelmatig voorkomen. En dat de fiscus in die gevallen naar het wapen van de fictieve rendementsheffing grijpt, is misschien begrijpelijk. Maar van de kleine luyden van deze wereld blijft in deze tijd van onderling gekoppelde ICT-systemen echt helemaal niets voor de fiscus verborgen. En die fiscus weet dan net zo goed als de slachtoffers dat er van rendement geen sprake is, sterker nog, dat die kleinere vermogens al bijna tien jaar tegen vermogensverlies aan zitten te kijken.

Even voor de goede orde: ik heb het hier dus niet over Dagobert-Duck-achtige geldpakhuisen, maar over bescheiden vermogens die in een langdurig spaarzaam en sober leven met dubbeltjes en kwartjes bij elkaar zijn geschraapt. Dubbeltjes en kwartjes waarover netjes alle verschuldigde (inkomsten)belastingen zijn betaald.

De fiscus gaat dus uit van de kwader trouw van (enkele) veelverdieners (de 1 procent van Joseph Stiglitz) en accepteert dat daardoor een grote groep kleine luyden zeer onrechtvaardig worden behandeld. En dat terwijl niets de fiscus in de weg staat om het werkelijk genoten rendement van de kleine luyden – en wat mij betreft dan bovenop het arbeidsinkomen in box 1 én niet in box 3 – te belasten.

Zo’n aanpak sluit prima aan bij het rechtvaardigheidsgevoel van al die oppassende burgers die nu knarsetandend toe moeten zien hoe de fiscus hun reeds wegsmeltende vermogentjes een extra trap na geeft.

F. Klok Groenekan

    • F. Klok Groenekan
    • Gerard Ouweneel, Maasdam
    • Maureen Klaver, Groningen
    • Florimond Wassenaar Rotterdam