100.000 vluchtelingen in een stadje van 40.000

Dwars Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt elke week de feiten van de hypes.

Ik heb eerder geschreven dat Libanon met 1,5 miljoen vluchtelingen boven op 4,5 miljoen staatsburgers overloopt, maar in het stadje Bar Elias ontdekte ik dat overlopen nog te voorzichtig geformuleerd is.

Vuilnisbelten vervuilen het water waarmee in de Beka’avallei landbouwgrond wordt geïrrigeerd.Foto Joseph Eid/AFP

In 2012 had Bar Elias 40.000 inwoners, van wie 10.000 Palestijnse vluchtelingen. Sindsdien zijn er 100.000 Syrische vluchtelingen bij gekomen. Honderdduizend. Vertaalt u dat maar eens naar uw eigen omgeving.

Ik was vorige week in Bar Elias op een door de EU betaald reisje om een door de EU betaald project te bekijken, en de vluchtelingen waren bijvangst. Even over dat project. Heel Libanon is een stinkende vuilnisbelt en de regering heeft geen budget en geen energie om die op te ruimen. Dus hier en daar steekt de EU een paar miljoen euro in een vuilverwerkingsinstallatie, zoals in Bar Elias. Het is een erg nuttige uitgave en dat zeg ik niet omdat de EU mij had uitgenodigd.

Een Libanees paspoort voor al die Syrische vluchtelingen? Het land ontplofte zowat!

Bar Elias, in de práchtige Beka’avallei, 7 kilometer in vogelvlucht van de grens met Syrië, bezit een stinkende, rokende afvalberg die een oppervlak van 27.000 vierkante meter beslaat. De rook van smeulend afval die over de omgeving waait, is giftig en het vuil besmet het grondwater dat voor irrigatie wordt gebruikt. Naast de afvalberg liggen aardappelvelden. De berg zelf wordt niet opgeruimd – daar is voorlopig geen geld voor – maar eind dit jaar is de installatie klaar en wordt in elk geval al het nieuw geproduceerde afval verwerkt. Dat is elke dag 65 ton, waarvan het grootste deel door de vluchtelingen wordt geproduceerd, vertelde burgemeester Mawas Araji.

Dat is een van de vele verwijten aan de Syriërs, want ze werden aanvankelijk vast warm verwelkomd, maar onder aan de afvalberg was er niet veel goeds meer over hen te horen. De burgemeester en andere Libanese aanwezigen hadden geen aansporing nodig om te klagen over onveiligheid, diefstal, gebruik van water terwijl het al zo droog is, en de overbelasting van de scholen. Dat de Syriërs twee keer zo veel kinderen krijgen als de Libanezen. Dat ze geld krijgen van de VN, daarom voor weinig geld kunnen werken en de Libanezen werkloos maken. En ga zo maar door. Allemaal min of meer waar.

De vluchtelingen wonen in leegstaande gebouwen en in talloze informele tentenkampen en –kampjes in en aan de rand van Bar Elias. Ik ben in 2013 en 2014 ook in zulke kampjes geweest, en ze ‘verdorpen’. Er komen winkeltjes en elke tent heeft een satellietschotel – ja, logisch dat de mensen proberen er iets van te maken. Maar het is de grote angst van de Libanezen dat de Syriërs blijven, zoals de Palestijnen die in 1948 en 1967 kwamen. Toen VN-chef Ban Ki-moon vorige maand de gastlanden vroeg om Syrische vluchtelingen staatsburgerschap aan te bieden, ontplofte Libanon zowat. Nooit!

Ja, dit is het land van de hier door politici veel bepleite oplossing van opvang in de regio. „Ons stadje wordt langzaam gewurgd”, zei de burgemeester.

    • Carolien Roelants