Wegkijken, je nergens mee bemoeien. Niet met de buren, niet met een kind dat hulp nodig heeft. Vader en moeder hadden jaren ruzie, Sharleyne (8) zat ertussen. En twintig hulpverleners waren erbij betrokken. Wat ging er mis in Hoogeveen?

Meisje in roze pyjama

Wie over de A37 het Drentse land doorkruist, kan de torenflat niet missen. Zijn top doemt op vanachter bosschages in de verte. De Arend, elf verdiepingen hoog, baken van Hoogeveen.

Zo’n bouwwerk trekt mensen die het leven niet meer wensen. Genoeg bewoners van de galerijflat die er eens getuige van zijn geweest. Wie pech heeft hoort het suizen, wie geluk heeft alleen de klap. Daarna is er de keuze, kijken of niet. Weg ervan, niet mee bemoeien, zegt het instinct. Sirenes klinken. Er gaat een lint omheen, een laken over en dan is het klaar. Mensen van buiten meestal, ze blijven anoniem. Een zelfgekozen lot.

Maar op 8 juni 2015 gaat het anders. Het is ’s nachts na enen. Onderaan de flat ligt een meisje in een roze pyjama, een knuffeltje naast zich. Wat is hier gebeurd? Ditmaal is wegkijken niet mogelijk.

Meldkamer

Remco, 27 jaar, kijkt omhoog. Hij heeft thuis op de tweede gezeten, een sigaret gerookt, een klap gehoord, over de balustrade gekeken, zag iemand liggen, is ernaartoe gerend en nu kijkt hij omhoog. Hij ziet een silhouet gebogen over de reling van de tiende. Een vrouw. „We keken elkaar aan, zij schrok van mij, ik van haar, ze deinsde terug.” Oké, denkt hij, die springt er achteraan.

Ik wist direct: dat gaat de moeder me niet in dank afnemen, als ik me ermee bemoei

Bianca flatbewoner

Dat is de moeder, vertelt zijn buurman die is komen aanrennen. „Ze is in paniek, we moeten haar opvangen.” Maar de vrouw loopt via de trap een verdieping naar beneden naar rechts de galerij over. Remco belt zijn moeder om kleren te brengen, hij staat in zijn blote bast op straat. En net als zijn moeder op de tweede met een badjas loopt, ziet hij het silhouet van de vrouw in tegenovergestelde richting lopen op dezelfde galerij. „Stop!” roept Remco, bezorgd om zijn moeder. Maar de vrouw schiet het appartement op nummer 12 binnen, rent weer naar buiten en loopt de trap af, de straat op. In de richting van haar auto.

Om 1.23 uur roept de meldkamer agenten op om naar de hoogste flat van Hoogeveen te gaan. „Er is een meisje van flat De Arend gesprongen.” Daar aangekomen vinden agenten de vrouw bij haar auto. Ze kijkt verdwaasd uit haar ogen en ruikt naar alcohol, in haar onderbroek zitten twee flesjes bier verstopt. Ze had sigaretten uit haar auto willen halen, vertelt ze. De vrouw heet Heleen. Ze wordt aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij de dood van haar dochter, de 8-jarige Sharleyne.

Het gezin is bekend bij jeugdzorg, vertelt de burgemeester ’s ochtends. Drie dagen zit Heleen vast, ze is overstuur en weigert op advies van haar advocaat een verklaring af te leggen. Na drie maanden ziet het Openbaar Ministerie zich genoodzaakt het onderzoek te sluiten. Concrete aanwijzingen voor een misdrijf ontbreken. Maar de vader gelooft niet in zelfmoord of een ongeluk. Hij probeert het onderzoek te laten heropenen. Het gerechtshof beslist daarover komende maand.

Elly en Rikkert

Hoogeveen, een jaar na de val. De drive-in-woning van opa Wim en oma Jos staat blauw van de rook. De muren hangen vol met kindertekeningen, Sharleyne was hun enige kleindochter. Opa wijst naar buiten, naar het pad achter de tuin. „Bij mooi weer fietsten we samen over het kanaaldijkje naar school.” Hun dochter Heleen, die ook aan de keukentafel zit, fleurt op. „Sharleyne zong op de fiets. Liefst het hele Elly en Rikkert-repertoire.”

Regelmatig was Sharleyne hier te vinden. Dochter Heleen was gescheiden. De rechter had een omgangsregeling bepaald met de vader, Victor. Zij had Sharleyne doordeweeks, hij één weekend per twee weken, de vakanties zouden ze delen. En als Heleen moest werken, op het laatst 32 uur, bracht ze haar dochter voor school naar oma en opa en haalde ze haar ’s avonds na het eten, groente was favoriet, weer op.

Sharleyne at hier ’s ochtends knäckebröd met pitjeskaas, vertelt oma. En als het regende, deden ze ’s middags Monopoly en was Sharleyne de bank. Opa: „Ze was pienter hoor!” Betaalde hij 50.000 gulden voor een straat van 35.000 gulden, dan wist Sharleyne feilloos dat hij 15.000 terug moest.

uitzicht
stoep

Vechtrelatie

Sharleyne was vier jaar oud toen ze zag hoe haar vader en moeder elkaar te lijf gingen. De politie werd erbij geroepen. „Victor kneep mijn keel dicht”, vertelt Heleen in aanwezigheid van haar advocaat. Ze rukte zich los en riep: Sharleyne en ik gaan weg als jij fysiek wordt. „En toen ik Sharleyne uit bed oppakte, sloeg ik Victor terug.”

Beide ouders, hij verkoper en zij incassomedewerker, hadden toen al besloten uit elkaar te gaan. Hun relatie, ze hadden elkaar via internet leren kennen, was voorbij. Ze konden nog best met elkaar overweg. Maar hun huis kregen ze niet verkocht.

Ze zei tegen me: ik ben er klaar mee. Met jeugdzorg, met alles. Toen is ze weggegaan

Gert radiopiraat, oud-flatbewoner

Sinds het politiebezoek in mei 2012 was het gezin bij de hulpverlening in beeld. Twintig mensen zouden zich er in de jaren erna mee bemoeien. Van jeugdzorg tot schoolmaatschappelijk werk, de woningbouw en nog vijf andere instanties. Aanvankelijk vanwege drankmisbruik en een keer geweld tussen de ouders, later ook na ruzie over de omgangsregeling en kinderalimentatie, zindelijkheidsproblemen van het meisje, vermoedens van seksueel misbruik. Rode draad: de vechtrelatie tussen moeder Heleen en vader Victor. Tot op de dag van vandaag een open zenuw.

In oktober 2012 gaat Heleen met haar dochter wonen in flatgebouw De Arend. Ze betrekken een appartement op de tiende. Met vier katten, onder wie lievelingspoes Joep. Loopt moeder naar de auto, dan huppelt Sharleyne erachteraan. Ze heeft een vriendinnetje op de flat, samen gaan ze naar de speeltuin. Als ze rolschaatst achter de flat, zwaait ze uitgelaten naar de flatbewoners.

Achterstandsbuurt

Zolang het nog kan. Want torenflat De Arend, ooit symbool van de vooruitgang van Hoogeveen, staat op de nominatie voor de sloop. De flat is gebouwd in de jaren 60, toen Hoogeveen nog de snelst groeiende gemeente van Nederland was. De fabrieken van Philips, Fokker en Kip Caravan voorzagen de inwoners volop van werk. Er werden nieuwe wijken gebouwd, De Arend was een moderne flat. Twee liften, panoramisch uitzicht.

Maar in de jaren 80 was de rek eruit. Het gewenste inwonertal van 100.000 bleef steken op de helft. Industrie trok er weg, dat kon elders goedkoper, en alleen in de werkloosheidcijfers zat nog groei. Meer dan de helft van alle kinderen in Hoogeveen woont nu in een achterstandsbuurt.

Ik rukte me los en riep: Sharleyne en ik gaan weg als jij fysiek wordt. En toen ik Sharleyne uit bed oppakte, sloeg Victor mij en ik sloeg terug

Heleen, moeder

De Arend staat in zo’n buurt. Een come and go-flat noemen bewoners het. Er wonen ouderen die elkaar al jaren kennen. Maar ook steeds meer tijdelijke bewoners. Alleenstaanden, gescheiden moeders met kind. Het aantal fietsen van studenten aan de voet van de flat neemt zienderogen toe. En van gezicht kennen de meeste bewoners alleen nog hen die dezelfde lift nemen – even of oneven huisnummers.

Op de tiende verdieping lopen de spanningen eind 2012 op. Buren klagen over huiselijk geweld; als Heleen drinkt, zit er geen rem op en wordt ze agressief naar andere volwassenen. Er komen nieuwe mannen in haar leven. Eerst Mark. Opa en oma willen van hem niks weten en dreigen zich terug te trekken als oppasgrootouders. Dan flatbewoner Jacco. Weer later Gert, de bewoner van nummer 12. Een radiopiraat, te beluisteren via internet of gewoon door de dunne wandjes van de flat. Hij drinkt veel. Ze leren elkaar kennen in de lift.

Victor, die geen juridisch gezag heeft aangevraagd, doet zorgmeldingen bij het algemeen meldpunt kindermishandeling over de woonsituatie, drankmisbruik van Heleen en broekplassen van Sharleyne. Het Centrum voor Jeugd en Gezin heropent het dossier, dat gesloten was nadat een rechter de omgangsregeling had vastgesteld, praat met vader en moeder en sluit het weer als Heleen in gesprek gaat met Verslavingszorg Noord-Nederland.

Op christelijke basisschool De Morgenster – Sharleyne zat daar vorig jaar in klas 4b – merken ze weinig bijzonders aan het meisje. Ze heeft altijd keurig haar broodtrommeltje mee, kan goed meekomen, en speelt vrolijk met vriendinnetjes.

Sharleyne heeft de eerste schooljaren af en toe een ongelukje, de school ziet dat niet als iets bijzonders. Welke kleuter heeft dat niet? Ze is wat verlegen en stil in het eerste contact, schrijft de assistente van de schoolarts die haar in maart 2013 zonder ouders ziet.

En als een schoolmaatschappelijk werkster daarna met haar praat omdat de politie thuis op de flat geweld heeft geconstateerd terwijl Sharleyne thuis was, ziet die „geen reden vaker in gesprek te gaan” en aanvullende hulp in te schakelen.

inwonersaantal Hoogeveen
scheidingen in Hoogeveen
personen in de bijstand Hoogeveen

De buren

Opnieuw wordt het dossier „in verband met het ontbreken van een hulpvraag” gesloten. Met Victor houdt schoolmaatschappelijk werk op zijn verzoek contact. Hij vindt Sharleyne soms lastig en maakt zich zorgen. De verschillende maatschappelijk werkers nodigen vader en moeder apart uit voor een gesprek. Maar Victor heeft even andere zorgen aan z’n hoofd en Heleen ervaart die problemen niet bij haar thuis. Dan sluiten ook zij het dossier.

Ook de meeste buren zien weinig opvallends. Goed, bemoeienis met elkaar is er op de flat ook niet veel. En als die er is, dan uit zich dat vooral in over elkaar klagen, niet in voor elkaar zorgen, constateert een bewoonster. Wel kijken op de galerij als een bewoner met longproblemen met sirenes wordt opgehaald, geen kaartje sturen. Wel de politie bellen als een buurman harde muziek draait, niet even vragen of het zachter kan. „Maar is dat niet overal in Nederland?”

Bianca, een tengere vrouw die pal naast nummer 12 woont, ziet Heleen en Sharleyne regelmatig bij buurman Gert. Zelf komt ze ook weleens bij hem over de vloer, als de sigaretten op zijn. Altijd is er volk. Vanaf een uur of vier ’s middags tot diep in de nacht. „Zijn huis was een zooitje, ik raakte niks aan, alles was vies: stof, vuil, vliegen en het stonk er.” Boven- en onderburen klagen vooral over de harde muziek en bellen regelmatig de politie. Maar Gert is geen verkeerde gozer, zegt Bianca. „Hij is niet de slimste, maar wel een goedzak.”

Bianca ziet Sharleyne een paar keer zitten op de bank bij Gert. Om elf uur ‘s avonds achter de Xbox, Heleen dronken ernaast. Arm kind, denkt ze. Ze moet denken aan haar eigen jeugd. Háár moeder, alcoholist, stak het huis in brand toen ze vijf was. Die had haar vastgebonden op een stoel. „De politie en brandweer konden me net op tijd redden.” En als ze Sharleyne dan zo ziet zitten, denkt Bianca: ik moet haar meenemen en bij mij in bed leggen. Ze heeft het nooit voorgesteld. „Ik wist direct: dat gaat de moeder me niet in dank afnemen, als ik me ermee bemoei.”

Broekplassen

Eind 2014 trekt vader Victor opnieuw aan de bel. Het broekplassen van zijn dochter wordt almaar erger, zegt hij, ze is agressiever en zijn ex drinkt nog steeds: hij hoorde van Sharleyne dat ze niet naar binnen kon terwijl Heleen op de bank sliep.

Heleen krijgt een telefoontje van de maatschappelijk werkster van Victor. Een gesprek houdt ze af. Hoezo nieuwe problemen? Bij haar is Sharleyne vrolijk, gezellig, spontaan. Het is weer het oude liedje. Laat haar ex eerst zijn afspraken nakomen. De kinderalimentatie betalen, „hij heeft bijna zes maanden achterstand” – „niets van waar”, zegt Victor –, zijn dochter in alle gedeelde vakanties zelf opvangen en haar niet meenemen naar zijn nieuwe vriendin. „Sharleyne heeft geen klik met haar.” Sowieso vraagt ze zich af waarom Victor nooit belt met Sharleyne en spontaan met haar op stap gaat, ook om opa en oma te ontzien.

De politie gaat er vanuit dat mijn meisje zelf is gesprongen of is gevallen tijdens het slaapwandelen. Maar ze denken toch niet dat ik gek ben?

Victor, vader

Maar Heleen gaat overstag als de hulpverleners de druk opvoeren en opschalen. Ze willen veiligheidsafspraken omdat Victor nieuwe lichamelijke klachten van Sharleyne meldt en Stichting Veilig Thuis heeft ingeschakeld. Sharleyne vertelt haar vader over pijn in haar buik en witte afscheiding en Victor vermoedt seksueel misbruik. Wat gebeurt er in het vervuilde huis van radiopiraat Gert?

Bewoners houden zich afzijdig. De buurtagent heeft van de woningbouwvereniging moeten horen dat een flatbewoner midden in de nacht een kind bij Gert in huis hoorde roepen om hulp. Heleen moet beloven voortaan weg te blijven uit Gerts huis en stemt in met onaangekondigde politiecontroles buiten kantoortijd. Ook gaat ze met Sharleyne naar de huisarts. Die constateert een blaasontsteking en schrijft aan de specialist: „sexueel misbruik is ter sprake gebracht (mijn huisarts in opleiding heeft dit consult gedaan). Volgens moeder niet waarschijnlijk. Wel heeft Sharleyne een aantal nachten bij een buurman gelogeerd”.

Omdat Sharleyne op school en bij haar vader nog steeds ongelukjes heeft, wordt afgesproken dat Victor met haar naar de plaspoli in Meppel gaat. Op de dag van de intake is hij ’s ochtends vroeg niet thuis. Heleen belt, hij neemt niet op, ze baalt, want ze moet werken, en rijdt Sharleyne naar haar ouders. Die brengen het meisje naar school en om tien uur staat Victor alsnog voor de deur. Hij moest het zorgpasje hebben, vertelt oma. Terwijl Sharleyne buiten het zicht in de bus zat, heeft ze hem „uitgekafferd”: „wat ben jij een grote klootzak dat je er vanmorgen niet was. Dat hebben de jongedames van het Centrum voor Jeugd en Gezin me flink kwalijk genomen.” Opa: „Toen hebben we een boze mail gestuurd met al onze grieven.”

De mail zou worden besproken tijdens het 1gezin-1plan-overleg op 22 april. Maar Victor en zijn vriendin laten het afweten, omdat opa en oma aanschuiven. En Heleen had al aangekondigd niet met de nieuwe vriendin met Victor aan één tafel te willen zitten.

Het contact tussen de exen verslechtert en ze nemen allebei afzonderlijk contact op met de huisarts. Het Centrum voor Jeugd en Gezin slaagt er niet in de twee dichter bij elkaar te brengen. Ook niet als de maatschappelijk werkster Heleen en Sharleyne op 13 mei om half vier onverwacht opzoekt en later appt dat ze het huisbezoek „heel leuk” vond. „Wat een leuke meid heb jij en wat is het leuk jullie zo samen te zien!”

Gert kroket

De hulpverlening voert de druk op Heleen op. Maar ho eens, zegt zij. Waarom zijn alle verantwoordelijkheden voor haar en niet voor Victor? Hoho, zegt die, ik doe wat ik kan. Opa en oma steunen hun dochter, mailen ze de hulpverleners. De bank dreigt met beslaglegging op Heleens salaris vanwege het niet nakomen van hypotheekverplichtingen. Heleen meldt zich ziek bij het deurwaarderskantoor in Groningen, overspannen. „Alle druk lag bij mij.”

Heleen dreigt de omgangsregeling met Victor te stoppen terwijl haar maatschappelijk werkster haar daarvan af probeert te houden. Denk je eens in, mailt die aan Heleen: „Hoe is het voor Sharleyne als zij haar vader niet meer mag zien omdat hij zich niet aan de afspraak met mama heeft gehouden?”

Als op 14 mei weer twee agenten in uniform voor de deur staan terwijl ze met Sharleyne slingers ophangt voor haar achtste verjaardag, doet Heleen nog vrolijk en opgeruimd. Maar van binnen staat iets op knappen. Ze kan niet meer. „Ik was op”, is het weinige dat ze erover kwijt wil. De avond voor het verjaardagsfeestje, gepland in de McDonalds, piept Heleen ertussenuit. Ze pakt de auto en gaat rijden, over de A37 richting Duitsland. Zonder dochter, nergens heen. „Ik moest niks. Niks aan mijn hoofd hebben.”

Sharleyne zong op de fiets. Liefst het hele Elly en Rikkert-repertoire.

Wim, opa

En Sharleyne dan? „Die lag boven al te slapen”, zegt Gert, de radiopiraat. Hij was erbij toen Heleen besloot de auto te pakken naar Duitsland. „Ze zei tegen me: ik ben er klaar mee. Met jeugdzorg, met alles. Toen is ze weggegaan. Ik dacht: ze maakt een grapje, ze komt wel weer terug. Maar nee, de auto was weg.” Hij zegt dat ze tegen een boom wilde rijden.

Gert, grote gouden oorring, kale kop, vriendelijke lach, is inmiddels verhuisd naar een eenkamerwoning verderop. Zijn ramen zijn verduisterd, overal staan blikken Schultenbrau. „Ik ben alle dagen dronken vanaf mijn veertiende.” Uit een vorig huwelijk heeft hij een kind, maar dat huwelijk ging kapot, zegt hij, wijzend naar een flesje bier. Zijn eigen dochter zit nu in een pleeggezin. „Ik deed een melding bij het meldpunt kindermishandeling, want die gozer waarmee mijn ex was had losse handjes.”

‘Gert Kroket’ noemde Sharleyne hem altijd. Ze speelde bij hem op de Xbox. Voetbal- en schietspelletjes, iets anders heeft ’ie niet. „Gert, help me ’s effe”, zei ze dan. Of ze appte „Gert, wanneer gaan we de hond uitlaten?” De hond heet Buster, hij ligt op bed te slapen. „Ik had veel over voor dat meisje”, zegt Gert. „Ze was vrolijk.” Een paardentekening van haar hand prijkt nog altijd op zijn kledingkast.

Toen Heleen plots vertrok naar Duitsland, is hij naar boven gelopen en op de bank gaan liggen. „’s Ochtends hoorde ik ‘mamma, mamma’. Even was het stil, toen ze mij zag. Ze zei: vandaag vieren we mijn verjaardag, ik moet naar school. Ik zei: ga je maar klaarmaken, ik weet niet waar alles ligt hier. Ik breng je wel. En ’s middags heb ik haar uit school naar opa en oma gebracht, voor het kinderfeestje.”

Twee nachten bleef Heleen weg. De hulpverlening hoorde over de gebeurtenis pas later, ook school had het niet direct door. Hadden ze het móéten weten?

Achteraf gezien

Achteraf is het makkelijk praten, zeggen instanties. Achter de voordeur kijken is zo simpel nog niet. Dat opa en oma Sharleyne zo vaak van school ophaalden was niets bijzonders. Genoeg ouders met een chaotisch liefdesleven. Sterker, op veel scholen in Hoogeveen zitten kinderen met ogenschijnlijk duidelijker problemen dan die van haar. Kinderen die balen van de zomervakantie, zes weken thuis. Sharleyne niet.

Een school kán niet alles zien, zeggen ze in Hoogeveen. Omdat juist in een veilige situatie, zoals op school, sommige kinderen beter gedrag tonen dan thuis. Omdat lang niet alle ouders bemoeienis accepteren. Een zorgmelding doen vanuit school gebeurt af en toe, maar is niet het éérste wat je probeert. Dan moet je daarover eerst de ouders inlichten en kun je als leerkracht een goede band met ouders wel vergeten.

Ik wilde niet dat ze onder toezicht geplaatst werd. Ik ben de moeder. Sharleyne was mijn alles.

Heleen, moeder

Het overleg tussen ouders en hulpverleners, maar ook hulpverleners onderling, verliep moeizaam. Dat blijkt wel uit alle mails. Aandachtspunten werden niet of te laat aan elkaar gemeld, waarna actie lang op zich liet wachten – of uitbleef. Er waren twee verschillende computersystemen en het medisch dossier konden niet alle hulpverleners inzien.

Maar, zegt de hulpverlening ook, de werkelijkheid is niet zo overzichtelijk als die achteraf lijkt. Ja, er is een casemanager die alles behoort te overzien. Maar bij gezinnen met veel problemen – schulden, verslaving, scheiding – gebeurt er soms heel veel tegelijk, door elkaar heen, langs elkaar heen. Daar krijg je als hulpverlener soms alleen snippers van mee. „Het evenwicht is broos en instabiel”, zegt een medewerker. „Soms lijkt het even goed te gaan. Maar dan hoeft er maar íéts te gebeuren of het gaat mis.”

De situatie waarin Sharleyne opgroeide was daarin niet uitzonderlijk. Niet uitzonderlijker dan een van de andere honderd gezinnen die de hulpverleners in Hoogeveen in het vizier hebben.

Eerder onder toezicht plaatsen dan? Had dat niet gekund? Het is de allerlaatste stap die je onderneemt, zeggen ze in Hoogeveen. De beste plek voor een kind om in op te groeien blijft het gezin. Zolang het daar veilig genoeg is, houden ze de kinderen thuis. Ook omdat hulpverlening vaak alleen aanslaat als ook de ouders meewerken. Die wil je erbij houden en niet afstoten. En mocht dat echt niet lukken, pas dan gaat de hulpverlening van drang naar dwang en is de stok achter de deur een ondertoezichtstelling. Dan komt er een gezinsvoogd verplicht over vloer met het risico op uithuisplaatsing.

De dag dat Sharleyne overleed

Precies dat dreigde na een intern hulpverlenersoverleg 5 juni vorig jaar, vlak voor de dood van Sharleyne. Van de maatschappelijk werkster hoort Heleen dat de hulpverleners overwegen een ondertoezichtstelling aan te vragen. Dat is de consequentie van het feit dat de ouders niet langer meewerken, en zij Sharleyne een weekend weghoudt bij Victor, terwijl de zorgen over Sharleyne blijven. „Ik schrok me rot”, zegt Heleen. „Ik dacht dat ik er vrijwillig zat. Ik wilde niet dat ze onder toezicht geplaatst werd. Ik ben de moeder. Sharleyne was mijn alles. Dus ik zei: oe, dan werk ik mee. Dat heb ik nog via de app bevestigd.”

Een 1gezin-1plan-overleg over een mogelijke ondertoezichtstelling met Heleen zou plaatsvinden op dinsdag 9 juni. Zover is het nooit gekomen.

„Het was een zondag”, zegt oma Jos over de dag dat hun kleindochter overleed. „Wij zijn ’s middags op koffievisite geweest.” Opa hielp nog een flatscreen van een buurman bij Heleen ophangen. En Sharleyne, vertelt oma, was met een vriendinnetje spelen op de flat. „Hallo opa en oma, zei ze toen we voorbijkwamen. En doei.” Heleen mailde die dag naar de maatschappelijk werkster. „Ik zou weer aan het werk gaan en wilde de afspraak verzetten.” Sharleyne barbecuede bij haar vriendin, op een balkonnetje, met tafeltje en stoeltjes. En toen ze thuiskwam is ze naar bed gegaan.

En toen?

De advocaat grijpt in. „Ik vind het nu wel genoeg op dit punt voor dat moment.” Waarom? Dit heeft te maken met de positie waarin zijn cliënt zich bevindt.

Het gerechtshof in Leeuwarden buigt zich over de vraag of het onderzoek naar Sharleynes dood moet worden heropend. Daar dringen vader Victor en zijn advocaat op aan. Ze vinden dat politie en justitie een misdrijf te snel hebben uitgesloten. Twee door Victor ingeschakelde oud-rechercheurs wijzen op onverklaard letsel in nek en oog. Waar komt dat vandaan?

Victor: „De politie gaat er vanuit dat mijn meisje zelf is gesprongen of is gevallen tijdens het slaapwandelen. Maar ze denken toch niet dat ik gek ben? De waarheid moet boven tafel komen.” Ook naar de hulpverlening is hij kritisch. „Ze boden Sharleyne geen hulp, ze grepen niet in. En, als klap op de vuurpijl, dreigden ze bij Heleen met ondertoezichtstelling. Dat kon ze niet aan, je had haar net zo goed direct een pistool kunnen geven.”

Op zijn laatst op 25 juli besluit het hof over het onderzoek. Dan heeft de gemeente Hoogeveen ook het ‘verbeterplan’ af dat de inspecties Jeugdzorg, Gezondheidszorg en Veiligheid en Justitie willen hebben. Onder het motto ‘Naar zichtbare kwaliteit in de jeugdhulp!’ schreven de inspecties 34 A4’tjes vol over de rol van de hulpverleners in dit drama. Casusonderzoek Drenthe, onderzoek naar aanleiding van het overlijden van een kind heet het rapport. Alle protocollen waren gevolgd, luidde de conclusie. Alleen, stond er ook, een stap extra was niet gezet.

Maar wat is die stap extra? En wie moet die doen? Wij moeten beter en sneller informatie met elkaar delen, zegt de hulpverlening en we moeten meer werken met vaste gezichten. En we moeten voortaan het kind centraal stellen, zeggen burgemeester en wethouder, niet de ouders. Het kind vaker zien, niet alleen bij mama maar ook bij papa, bij opa en oma en op school. Wethouder Gert Vos: „De schil om het kind is net zo belangrijk.”

Maar, zeggen ze ook: hoe ver kan de verantwoordelijkheid van de overheid gaan? Instanties alleen kunnen zo’n lotgeval niet voorkomen. Ook burgers zouden zich best meer mogen bemoeien met elkaar. Buren, collega’s, familieleden, kennissen; zij zijn allemaal de ogen en oren van de hulpverleners. Wegkijken, is de reflex. Ieder voor zich. En als het misgaat wijzen naar de overheid.

Mensen keren zich steeds meer af van de samenleving, zei burgemeester Karel Loohuis in een nieuwjaarstoespraak. Hij noemde ‘sociale binding het Leitmotiv’ voor ons handelen. Je wilt dat mensen naar elkaar omzien, zich verantwoordelijk voelen voor de samenleving.

De burgemeester, nu: „Door buren is niet gereageerd nadat de woningbouw en de politie vroegen om meer te melden. Pas achteraf hoorden we dat sommigen meer wisten over Sharleynes onveiligheid.”

Sowieso: welke buitenstaander durft zich te mengen in zo’n zaak? Buurvrouw Bianca deed het niet en ook Gert niet, de radiopiraat. Aan Heleen, die hij nog weinig spreekt, heeft Gert niet veel vragen. „Als ik ernaar vraag, begint ze misschien wel weer te huilen. Wat gebeurd is in het huis, dat is voor de familie. Ik ben toch een buitenstaander.”

En opa en oma? Zij zuchten diep terwijl Heleen een sigaret rookt in de tuin en overlegt met haar advocaat. Heleen had zeker problemen, erkennen ze. Met mannen, met drinken, daar hebben ze hun dochter „altijd kritisch op aangesproken”. Als het niet gaat, zeiden zij, zoek je hulp. En dan zocht Heleen hulp. Maar de drie dagen dat ze weg was in mei, zonder hun kleindochter, die blijven een raadsel. Was ze depressief? Oma: „Wat er toen in haar omging, wisten we niet.”

Weten de grootouders wat er die zondagavond is gebeurd?

Oma: „Ik zag Sharleyne niet slaapwandelen.”
Opa: „En zelfdoding? Een kind van acht?”
Oma: „Hoezo? Sharleyne riep nog: we gaan morgen op de fiets naar school.”
Opa: „Heleen heeft het niet gedaan, anders zat ze hier niet.”
Oma: „Dan zou onze dochter hier niet durven zitten.”
Opa: „Dan zou ze ons niet meer onder ogen durven komen.”

sharlene