Zoek bewijs voor de helende kracht van yoga

Opinie Voer wetenschappelijk onderzoek uit naar de therapeutische effecten van yoga, schrijft Edith Molenbroek.

ANP

De beeldvorming over yoga is enorm veranderd in de afgelopen decennia: van oude mannen mediterend bij de ingang van hun grot naar dames die zich, gekleed in de nieuwste yogamode, in allerlei moeilijke, atletische houdingen wringen.

Beide beelden zijn uitersten waarin veel mensen weinig herkenning in zullen vinden. Zo’n half miljoen Nederlandse yoga-beoefenaars, met name hoog opgeleide vrouwen, weet dat daar wat tussen zit. De rest van Nederland denkt: „Daar ben ik niet lenig genoeg voor”, of: „Het is niet voor mannen”, of: „Dat oosters gedoe is niets voor mij”. Dat is jammer, want het lijkt erop dat yoga therapeutische effecten heeft die voor heel veel mensen interessant zijn.

Wetenschapsjournalist William J. Broad haalt bijvoorbeeld in zijn boek Eerlijk over yoga een onderzoek aan over het effect van yogabeoefening op de maximale zuurstofopname. Bij een controlegroep die aerobics deed nam de zuurstofopname significant toe, maar de yogagroep toonde geen enkele verbetering. Echter, de verrassing was dat de yogagroep meldde zich een stuk beter te voelen. De wetenschappers stelden vast dat ze verbeteringen noemden op het psychologische vlak: stemming, zelfvertrouwen en levensvreugde waren er op vooruitgegaan.

Ervaringsdeskundige Amy Weintraub beschrijft in haar boek Yoga bij depressie op indringende wijze hoe yoga haar geholpen heeft van de antidepressiva af te komen. Ze haalt ook vele onderzoeken aan waarin positieve effecten van yoga op de stemming van proefpersonen gemeten waren. Nina Vollbehr van het Centrum Integrale Psychiatrie in Groningen bevestigt dat er positieve onderzoeksresultaten gemeld worden, maar voegt toe dat veel onderzoek kwalitatief gezien te wensen over laat.

Door yoga gingen zelfvertrouwen en levensvreugde erop vooruit

Onder leiding van professor Myriam Hunink van het Erasmus MC, tevens verbonden aan de Harvard School of Public Health, is begin 2016 een overzichtsartikel gepubliceerd over de effecten van yoga op risicofactoren voor hart- en vaatziekten. Wat blijkt? De voorzichtige conclusie is dat de groepen die yoga deden, in vergelijking met de groepen die niets doen, er gemiddeld significant op vooruit gaan: lagere bloeddruk, lagere hartslag, lager gewicht en lager cholesterol.

In vergelijking met controlegroepen die aan aerobics deden, was de gezondheidswinst vergelijkbaar. Dat is opmerkelijk, gezien de eerdere bevinding dat yoga niet veel doet om de fitheid te verbeteren. Dat opent mogelijkheden voor mensen die niet willen of kunnen sporten.

Bekijk ook de fotoserie over Wereld Yoga Dag: Verbeter de wereld met yoga.

Er is nog geen wetenschappelijke verklaring waarom yoga zoveel positieve effecten teweeg zou brengen bij mensen, maar yoga staat er om bekend ontspanning teweeg te brengen. Het lijkt goed mogelijk dat de gerapporteerde positieve effecten hiermee verband houden.

Bewijs de positieve effecten, dan kan de arts er wat mee

Helaas is er een probleem met veel van de onderzoeken. Ze zijn heterogeen, veelal kleinschalig en kortdurend. Hierdoor kunnen harde conclusies nog niet getrokken worden. En dat is jammer, want er is veel voor te zeggen om yoga, mits bewezen effectief, mee te nemen als optie in het gesprek van arts tot patiënt. Er zijn ruwweg 1 miljoen hart- en vaatpatiënten in Nederland en 650.000 mensen met een stemmingsstoornis, waaronder depressie. Er worden miljarden aan uitgegeven.

illustratie iStock

illustratie iStock

Als artsen op grotere schaal yoga gaan aanbevelen aan patiënten, dan is er ook in de yogascholen werk aan de winkel. Op het gebied van kwaliteit en professionaliteit van yogadocenten en -opleidingen gebeurt al het een en ander. Maar er moet ook eenduidige informatie komen over het aanbod.

Qua benaming van yogastijlen is het nu het Wilde Westen. Elke yogadocent die vindt dat hij of zij iets unieks doet, komt met een eigen ‘stijl’. Ook mag wat er in yogalessen gezegd en gedaan wordt niet in strijd zijn met de huidige wetenschappelijke kennis.

Tijdens mijn zwangerschapsyogales waarschuwde de docente tegen het laten inenten van onze baby’s. Dan vind ik minder onschuldig dan praten over chakra’s (energieknooppunten), hoewel ook daar geen enkele wetenschappelijke basis voor bestaat.

Ik pleit voor meer onderzoek naar de therapeutische effecten van yoga, inclusief de kosteneffectiviteit, en voor verdere professionalisering van yogadocenten. Het zal toch niet zo zijn dat de medische wetenschap zo’n veelbelovend onderwerp laat liggen.