Witte man moet mij niet de les lezen

Opinie Oplossingen voor racisme kunnen niet komen van witte, geprivilegieerde mannen, schrijft Quinsy Gario.

Vorige maand twitterde Volkskrant-journalist Nadia Ezzeroili: „Als je het raar en jammer vindt dat je vriendenkring zo wit is, dan moet je je eens afvragen wat jou geen leuke/veilige vriend maakt.” Rob Waumans reageerde met: „Nadia begint de dag met een flesje wodka”. En schreef vervolgens een opiniestuk over het commentaar dat hij ontving. Waumans zag in Ezzeroili’s verweer niet een vrouw die zich op haar manier verdedigde tegen zijn treiterige aantijging. Hij voelde zich vooral buitengesloten.

Het interessantste aan Waumans column is dat deze is geplaatst. Een opiniestuk van achthonderd woorden dat eigenlijk in één hashtag te vatten was: #whitefragility.

Lees het opinieartikel van Rob Waumans: Opeens was ik een blanke, elitaire overheerser

Waumans nam vooral aanstoot aan de manier waarop Ezzeroili terugsloeg. Dat hij met gelijke munt werd terugbetaald, ervoer hij als stagnatie van de strijd. Dat die stagnatie meer heeft te maken met het keurslijf waarin hij en anderen mensen als Ezzeroili, Sunny Bergman en mij proberen in te persen dan waar wij mee bezig zijn, had hij niet door.

Moet de vrijheid om je op je eigen manier te verweren tegen pesten, uitsluiting en racisme niet juist worden toegejuicht? Waren wij niet het land waar vrijheid tot het uiterste verdedigd moet worden? Nee, wij zijn het land waar de invulling van het begrip ‘vrijheid’ al meer dan een decennium is geperverteerd door racisten, xenofoben, seksisten, homofoben en algeheel onzalige types binnen en buiten de politiek en media.

En nu proberen ook rechters ons de vrijheid te ontnemen om politici die willens en wetens een beleid pogen in te voeren dat mensen op basis van een raciaal groepskenmerk ongelijkwaardig behandelt, een racist te noemen. Toen het Zoetermeerse raadslid en voormalig minister (LPF) Hilbrand Nawijn in 2014 letterlijk zei dat hij islamitische scholen uit Zoetermeer wilde weren omdat ze islamitisch zijn, noemde zijn collega gemeenteraadslid Lennart Feijen (SP) hem een racist. Feijen werd voor die uitspraak veroordeeld; de rechter in kwestie misbruikte daarbij de Shoa als argument. Omdat er tijdens de Tweede Wereldoorlog zoveel Joodse mensen op basis van hun geloof waren vermoord, vond hij dat door Nawijn een racist te noemen, de voormalig minister van poging tot massamoord werd beticht. De parallellen tussen wat voorafging aan de Shoa en het witte superioriteitsdenken dat nu weer over Europa raast, en waar Nawijn met zijn haat tegen moslims onderdeel van is, was de rechter kwalijk genoeg ontgaan.

Moet de vrijheid om je op je eigen manier te verweren tegen uitsluiting niet juist worden toegejuicht?

Nawijn en de rechter wilden het liever hebben over hoe Nawijn beschadigd werd door de accurate beschrijving racist dan over het geweld dat hij de grondwet en moslimkinderen aandoet door de komst van een school te dwarsbomen. Zoals ook Waumans het liever over zijn gevoelens heeft dan over het daadwerkelijke geweld dat namens hem, witte geprivilegieerde man in de Nederlandse samenleving, ons wordt aangedaan. Waumans wil het liever hebben over het feit dat hij op Twitter voor schut wordt gezet dan over het gegeven dat hij niet de eerste witte man is die Ezzeroili en andere mondige, zwarte migranten- of vluchtelingenvrouwen het zwijgen probeert op te leggen.

Vele mensen doen dat zoals hij, door smadelijke tweets of Facebook berichten de wereld in te sturen of onzinstukken te publiceren. En nog meer mensen doen dat door cocktails van racistische, seksistische en homofobische intimidatie en doodsbedreigingen te serveren.

Dat Waumans zijn column niet alleen schreef, maar dat hij ook nog eens de ruimte kreeg deze te publiceren, laat zien dat de landelijke pers de dagelijkse realiteit van velen in dit land niet serieus erkent. Dat heeft niet alleen te maken met de nagenoeg homogene culturele en geracialiseerde samenstelling van redacties, maar ook met het feit dat witte mensen zichzelf nog altijd proberen te centreren in de anti-racisme strijd. Toegegeven, het gaat om de daden van witte mensen, maar het articuleren van de primaire behoeften en het uitstippelen van de tactieken en de strategie om de strijd aan te gaan met racisme en uitsluiting, moet niet uit mensen komen die er niet direct door worden geraakt.

Witte mensen als Waumans en columnisten als Sylvia Witteman, Marianne Zwagerman en Jan Kuitenbrouwer denken dat zij anderen de les mogen lezen hoe om te gaan met racisme. Of erger, dat zij de leiding mogen nemen in de bestrijding ervan – en zo de uitsluiting die zij zeggen te willen bestrijden, in feite reproduceren. Daar komt nog eens bij dat bij het lezen van die les de strijd altijd wordt vervlakt tot het zicht van de witte goegemeente. Met plaatsvervangende schaamte lees ik wat er in de Nederlandse kranten wordt gepubliceerd en eens temeer besef ik dat er plaats moet worden gemaakt. Het is 2016 en mensen praten alsof de studies van Gloria Wekker, Philomena Essed, Jan Nederveen Pieters, Kwame Nimako en Glenn Wilemsen niet zijn gepubliceerd. Alsof de boeken van Astrid Roemer, Clark Accord, Reggie Bay en Karin Amatmoekrim niet zijn gepubliceerd. Alsof de films van Cindy Kerseborn, Jim Taihuttu, Tessa Boerman, Hesdy Lonwijk en Pim de La Parra niet zijn gemaakt. Alsof de albums van Fresku, Sabrina Clarke, Typhoon, The Tielman Brothers en Izaline Calister niet Nederland op hun grondvesten hebben doen schudden. Alsof de tentoonstellingen van Felix de Rooy, Natasja en Iris Kensmil, Dimitri Madimin, Patricia Kaersenhout, Stanley Brouwn en Charl Landvreugd niet hebben plaatsgevonden. Om maar te zwijgen over de voorstellingen van Rufus Collins, Henk Tjon, Norman de Palm en Marjorie Boston. En dit zijn alleen maar notabelen vanuit de culturele sector. Tel daar de andere sectoren bij op en je krijgt een totaal ander beeld van Nederland.

Wij delen onze kritiek op Nederland via Twitter en Facebook – ver weg van de traditionele opiniepagina’s. Wij vinden elkaar op internationale verzamelplaatsen, buiten de verstikkende dagelijkse realiteit van uitsluiting op basis van ons ras, etniciteit, sekse, seksualiteit en/of geloof. Dus ja, bagatelliseer je dat, dan krijg je de wind van voren. Het zijn de mensen die onze kennis niet voor waar willen aanzien die de bestrijding van racisme in de weg zitten – niet onze tweets.