Weer onderzoeksfraude bij LUMC

Een DNA-onderzoeker aan het Leids Universitair Medisch Centrum verfraaide figuren met foute data.

Een voormalig onderzoeker van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) heeft wetenschapsfraude gepleegd. In tenminste vier gepubliceerde artikelen blijken data gemanipuleerd. Het bestuur van het LUMC heeft dat donderdag bekend gemaakt. Aan het LUMC werkte de onderzoeker bij de zogeheten NER-groep, die bestudeert hoe cellen schade aan hun DNA herstellen.

Drie jaar geleden kwam het LUMC ook al in het nieuws met een fraudezaak. Toen werd een reumatoloog ontslagen omdat ze drie jaar lang met bloedtesten van reumapatiënten had gefraudeerd. Vervolgens zijn drie van haar artikelen teruggetrokken.

Dit keer heeft het bestuur van het LUMC het wetenschappelijk tijdschrift dat twee frauduleuze artikelen heeft gepubliceerd, verzocht die publicaties terug te trekken. Deze twee artikelen, gepubliceerd in 2006 en 2007, schreef de onderzoeker op basis van haar werk in Leiden.

De naam van de onderzoeker, en van het aangeschreven tijdschrift, maakt het LUMC niet bekend. „Dat doet er primair niet toe”, zegt Pancras Hogendoorn, bestuurslid van het LUMC en decaan van de faculteit Geneeskunde. „Het gaat niet om naming and shaming.” Hij wijst erop dat de onderzoeker al lang niet meer in Leiden, of in Nederland, werkt.

Gespannen verhoudingen

Uit het openbaar gemaakte rapport van de Commissie Wetenschappelijke Integriteit van het LUMC (van 1 september 2015) blijkt dat het om een vrouw gaat. Ze is een buitenlandse, daarom is het rapport in het Engels geschreven. Ze kwam in 2002 naar Leiden en was daarvoor postdoc in Brighton. In 2010 vertrok ze uit Leiden. Ze wordt omschreven als een ambitieuze onderzoeker, die al snel haar eigen weg ging. Dat leidde tot een gespannen verhouding met de toenmalige groepsleider.

Uit het commissierapport blijkt ook dat de zaak al langer speelde. In april 2011 dienden een promovendus en een technisch medewerker een klacht over mogelijke datamanipulatie in bij het toenmalige afdelingshoofd, die het twee maanden later meldde bij de decaan. Die stelde een ad hoc commissie in. Deze commissie vond weliswaar „onregelmatigheden” in twee publicaties, maar geen sluitend bewijs voor schending van de wetenschappelijke integriteit.

Pc van de onderzoeker

Daar liet de promovendus het niet bij zitten. Hij diende begin 2014 een klacht in bij het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit. Volgens de promovendus had de ad hoc commissie tijdens haar onderzoek allerlei aanvullende informatie gekregen, maar die niet gebruikt. Het integriteitsorgaan adviseerde het ziekenhuisbestuur een „uitgebreider” onderzoek uit te voeren. De daarop ingestelde commissie bestudeerde onder meer ter beschikking gestelde labjournaals, opnamen van experimenten, en de hard disk van de pc van de betreffende onderzoeker. Ook werd met veel meer betrokkenen – in totaal 18 – gesproken, dan de ad hoc commissie eerder had gedaan.

De nieuwe commissie stelde talloze gevallen van datamanipulatie vast, in tenminste vier artikelen, uit 2006, 2007 en twee uit 2010. In de meeste gevallen gaat het om figuren die zijn samengesteld uit bandjes van verschillende DNA- of eiwitgels. Het is een vaker voorkomende vorm van manipulatie.

De onderzoeker gaf toe dat ze data had gemanipuleerd. Soms was het een fout, soms deed ze het om een figuur er beter uit te laten zien. Ook stond ze onder druk om een publicatie – die uit 2006 – af te krijgen. En bovendien zou deze praktijk „common practice” zijn ofwel gebruikelijk.

In het rapport krijgt de vakgroep waar de onderzoeker werkte ook kritiek. Er was te weinig supervisie, en het ontbrak aan het kritische houding ten opzichte van gepresenteerde onderzoeksresultaten. „De werkwijze is inmiddels aangepast”, zegt decaan Hogendoorn.

Met de twee artikelen uit 2010 doet het LUMC niks. Die zijn niet geschreven in Leiden. In haar rapport beveelt de commissie aan dat „de instituten in Groot-Brittannië” verdere actie moeten ondernemen.

    • Marcel aan den Brugh