Verzekeren met grote precisie

Een goedkopere polis voor keurig rijgedrag? Het is slechts een voorbeeld van de ongekende mogelijkheden die smartphones, sensoren en data-analyse bieden aan verzekeraars. Maar waar liggen de grenzen?

Illustratie Pepijn Barnard

Bent u een heer in het verkeer? Of een dame die degelijk en defensief rijdt? Dan kunt u sinds deze week bij de ANWB een nieuw soort autoverzekering afsluiten die u beloont voor uw nette rijgedrag. Veilige rijders krijgen korting op hun premie, tot wel 30 procent. Brokkenpiloten daarentegen betalen het volle pond.

Maandag kondigde de ANWB aan deze polis te gaan verkopen. Het werkt ogenschijnlijk simpel. De klant krijgt een apparaatje in zijn auto dat registreert hoe snel hij rijdt, hoe hard hij remt en optrekt en hoe hij bochten neemt. Die gegevens gaan vervolgens naar de ANWB die bepaalt hoeveel korting de klant krijgt.

De ANWB vindt het een logisch product. Wie rustig en beheerst rijdt, zou ook minder premie moeten betalen. Hij veroorzaakt immers minder ongelukken. En nog iets: jongeren moeten nu vaak meer betalen dan ouderen, omdat de statistieken uitwijzen dat beginnende chauffeurs meer brokken maken. Maar wat als je nou als jongere wel superveilig rijdt?

Opmerkelijk genoeg was er dit keer weinig te doen over dit soort nieuwe autoverzekeringen. Iets meer dan een half jaar geleden werd bekend dat Achmea, een van de grootste verzekeraars van Nederland, een nagenoeg identieke polis wilde gaan verkopen. Dat leidde tot grote ophef. Er was kritiek van privacy-organisaties.

De verzekeraar kroop toch zo’n beetje naast de klant in de auto. Hij wist waar de polishouder was geweest, en wanneer. En wat ging hij nog meer doen met die data? Verkopen aan andere bedrijven? Op sociale media reageerden burgers verontrust. Konden straks alleen rijkaards zich privacy veroorloven?

Revolutie

Het uitblijven van reacties deze week is des te opvallender, omdat er langzaam maar zeker steeds meer van dit soort nieuwe ‘datagedreven’ polissen worden aangeboden. Verzekeraars baseren hun producten altijd al op klantgegevens. Dat is de essentie van verzekeren: met data kunnen zij risico’s inschatten en zo de premiehoogte bepalen. Maar de hoeveelheid gegevens neemt de laatste paar jaar razendsnel toe, en de technieken om die te analyseren worden steeds beter. Dat leidt tot nieuwe, scherpere inzichten in het gedrag van klanten en daarmee tot de opkomst van nieuwe polissen zoals die van de ANWB en Achmea. In de sector wordt inmiddels gesproken over een nieuwe revolutie: big data.

Een maand geleden publiceerde de branchevereniging, het Verbond van Verzekeraars, een rapport waarin staat dat die revolutie in hoog tempo op Nederland afkomt. Verzekeraars zien dan ook kansen, niet alleen voor nieuwe producten, maar ook voor betere bestrijding van verzekeringsfraude. Leo de Boer, directeur van het Verbond: „We hebben daar in het verleden aan gesnuffeld. Bij de introductie van nieuwe iPhones zagen we dat er in de eerste drie maanden daarna verrassend veel oude modellen in de wc vielen. Dankzij big data zien we dit soort patronen veel beter en sneller.”

Minder fraude betekent minder schadevergoedingen en dus minder kosten. Dat is een primaire drijfveer, volgens adviesbureau Cap Gemini, dat in 2015 onderzoek deed onder verzekeraars wereldwijd. Slechts 12 procent van de verzekeraars bezig was met big data om klanten beter te helpen. Drie keer zo veel verzekeraars antwoordden dat het hen vooral ging om het verlagen van de kosten en het verhogen van de winst. „Schrikbarend”, aldus Cap Gemini, gezien hun „slechte scores” op klanttevredenheid.

Maar volgens De Boer komt het op hetzelfde neer. Als de kosten omlaag gaan, kunnen de premies ook lager, stelt hij. „Iedereen profiteert.”

Andere kansen die verzekeraars zien zijn het verbeteren van de dienstverlening (denk aan snellere schade-afhandeling na een ongeluk, omdat een chip in de auto alvast heeft doorgegeven dat de klant gebotst heeft) en preventie (wie een apparaatje in zijn auto heeft kan bijvoorbeeld een waarschuwing krijgen als een gevaarlijke verkeerssituatie nadert).

Tegelijkertijd zijn er ook zorgen. Zorgen die het Verbond serieus zegt te nemen. Daarom is het met het rapport gekomen, aldus de brancheclub. Het wil daarmee de maatschappelijke discussie beginnen over big data. Het verbond zegt dat het samen met de politiek, toezichthouders en consumenten(organisaties) wil nadenken over wat wel en niet kan. Dat vinden ook de critici prijzenswaardig.

Die zorgen gaan dus onder meer over privacy. Sander Klous, hoogleraar big data aan de Universiteit van Amsterdam en tevens werkzaam bij KPMG, zegt: „Er zitten heel veel voordelen aan big data, maar bij zo’n autoverzekering geef je wel een deel van je privacy weg. De verzekeraar krijgt veel meer informatie over jou dan nu het geval is. En die data is veel meer privacygevoelig.”

Bovendien, zegt Klous: „Je kunt je afvragen of je zo niet een hele sociale klasse dwingt richting dit type verzekering. Mensen die een hogere premie niet kunnen betalen hebben geen keus. Je krijgt dan een soort selectie op basis van inkomen.”

Pechvogels

De grootste zorg is dat de solidariteit onder polishouders verdwijnt. Het klassieke idee van verzekeren is dat mensen risico’s delen. Iemand weet niet of hij ernstig ziek zal worden of niet. Maar als het gebeurt, kan hij de zorgkosten misschien niet in zijn eentje dragen. Als iedereen zich tegen dit soort narigheden verzekert, is er altijd voldoende geld en staan de pechvogels nooit alleen.

Maar als verzekeraars steeds meer onderscheid maken tussen klanten, en er steeds grotere verschillen ontstaan tussen premies, is dat dan nog eerlijk? Wat als klanten er zelf niet veel aan kunnen doen? Omdat het genetisch is bepaald dat iemand een grotere kans heeft om kanker te krijgen? En bestaat er geen risico dat groepen mensen zo, buiten hun schuld om, onverzekerd raken? Omdat ze de hogere premies niet kunnen betalen?

Daphne van der Kroft van privacyorganisatie Bits of Freedom zegt: „In Amsterdam-West wordt veel ingebroken. Kunnen de armste bewoners zich straks nog wel verzekeren? Hoe meer je onderscheid maakt, hoe meer de onderlinge solidariteit ondermijnd wordt.” Dat kan ook de sociale mobiliteit van deze kwetsbare groepen belemmeren. Als er bij hen wordt ingebroken, krijgen ze geen schadevergoeding. Zo versterkt armoede en ongelijkheid zichzelf.

Profilering

Wilbert Tomesen, vice-voorzitter van de Autoriteit Persoonsgegevens, deelt die zorg. Ook hij staat op voorhand niet negatief tegenover big data, benadrukt hij. „De vraag is hoe dit in de verzekeringsbranche kan worden ingezet met de vereiste bescherming van de persoonsgegevens van verzekerden.” Hij vindt dat de risico’s scherp in de gaten gehouden moet worden. „Met big data kun je profielen opbouwen over mensen. Dan neemt de kans op discriminatie en maatschappelijke in- en uitsluiting toe. Mensen krijgen een stempel.”

Transparantie is dan cruciaal. Klanten moeten weten wat voor data verzekeraars over hen verzamelen en wat voor beslissingen ze op basis daarvan nemen. Zodat ze daar invloed op kunnen uitoefenen en hun keuzes erop kunnen baseren. „Maar aan transparantie is nu een gebrek”, zegt Klous. „Mensen hebben geen idee.” Hij pleit voor betere regels.

Ondanks deze zorgen, vindt niemand dat verzekeraars zich beter niet met big data kunnen bezighouden. „Dan zet je een rem op de vooruitgang”, zegt De Boer. Klous en Tomesen vinden dat ook. De crux is volgens hen dat je de kansen benut en de risico’s beheersbaar maakt.

Dat is precies wat verzekeraars proberen te doen, betoogt De Boer. Hij wijst op de huidige privacywetgeving die reeds strenge regels voorschrijft. Wel vindt hij dat sommige verzekeraars meer begaan zouden moeten zijn met de privacy van klanten. „Privacy wordt soms nog te veel gezien als een drempel waar je hard op afrijdt, om vervolgens even te remmen en daarna weer vol gas verder te gaan. Als je een vinkje kunt zetten bij wat wettelijk vereist is, is het al goed, zeg maar. Maar ik vind dat verzekeraars verder moeten gaan dan het wettelijke minimum.”

Scherpe randje

Over solidariteit zegt hij: „Het scherpe randje is inderdaad dat je als consument op een gegeven moment geen verzekering kunt krijgen.” Maar hij wijst erop dat dit nu ook voorkomt. „Bovendien zijn er 175 verzekeraars in Nederland die allemaal vechten om de gunst van de consument.” Als de ene verzekeraar klanten niet wil verzekeren, zal er volgens hem een andere zijn die daar brood in ziet.

De Boer zegt dat het ook goed mogelijk is dat juist meer mensen zich kunnen verzekeren. „Vreselijke ziektes als Huntington en taaislijmziekte waren vroeger onverzekerbaar. Maar we weten daar nu veel meer over en dus kan het wel.

Verder gaat het Verbond scherp in de gaten houden of de premieverschillen niet te groot worden en of de groepen onverzekerden niet sterk zullen groeien. Mocht dat wel het geval zijn, dan zullen verzekeraars ingrijpen, belooft De Boer. Hoe hard die belofte is, moet blijken. Op de vraag of verzekeraars dan dingen zullen terugdraaien, antwoordt hij: „Er is een inspanningsverplichting.” Garanties dat het aantal onverzekerden niet zal groeien, kan hij niet geven. „Ik denk wel dat de balans tussen mensen die zich straks wel kunnen verzekeren en mensen die dat niet kunnen, positief zal zijn.”

Het verbond heeft op voorhand geen harde grenzen gesteld wat onacceptabel is. Dat wil het verbond nu net uitzoeken, zegt het. Volgens De Boer is de tijd aangebroken om de discussie te voeren over hoeveel solidariteit mensen willen. „Ik ken een hoop klanten die niet solidair willen zijn met iemand die zijn hele leven een pakje sigaretten per dag rookt. En hoe solidair wil de veilige rijder eigenlijk nog zijn met de onveilige? Vroeger had je hier geen keus in, maar nu wel.”

Slim toezicht

Het Verbond wil in de tussentijd het liefst geen extra regels. Maar het risico bestaat dat verzekeraars dan vooral doen wat goed voor hen is. Timothy Prescott, een big data-expert van adviesbureau IG&H, zegt: „Big data heeft een groot en met name positief potentieel. Maar er zijn wel degelijk spelregels nodig om te waarborgen dat er op een maatschappelijk wenselijke manier mee wordt omgegaan.” Hij pleit voor (nadere) regels over welke data verzameld mogen worden en welke niet.

Tomesen zegt dat er „een krachtige toezichthouder” moet zijn die scherp kijkt naar de analyses die verzekeraars maken op basis van big data en de beslissingen die ze daarop baseren, of er bijvoorbeeld geen vooroordelen in zitten. Die toezichthouder moet ook blijven eisen dat verzekeraars transparant zijn over wat ze doen met data van hun klanten. Voor de klant zelf is de materie nu vaak te complex en te ondoorzichtig.

Maar om goed toezicht te houden in zo’n snel veranderende wereld, heeft de toezichthouder wel meer specialistisch personeel nodig, zegt Tomesen. Er werken nu zo’n zeventig mensen en die moeten ook andere dingen doen. „Vergeet maar dat wij elke nieuwe polis onder de loep kunnen nemen.” Hij wil meer middelen om meer mensen aan te nemen, een beslissing waar het kabinet over gaat. „Als je big data wilt laten gedijen en de consumentwilt beschermen, heb je een grotere en slimme toezichthouder nodig.”

Die kwestie lijkt gezien de opmars van big data des te prangender. Tomesen: „De les die ik heb geleerd is dat alle data die bedrijven van je verzamelen uiteindelijk een keer gebruikt worden”.

    • Chris Hensen