Ook Hillary is onschuldig tot het tegendeel is bewezen

Algemeen wordt aangenomen dat Hillary Clinton de aanstaande presidentskandidaat voor de democratische partij in haar land zal zijn.

In de verkiezingsstrijd wordt haar tegengeworpen dat zij mogelijk tijdens haar ministerschap als minister van Buitenlandse zaken een strafbaar feit heeft gepleegd door haar privé-server te gebruiken voor staatsgeheime e-mailberichten.

De FBI zou met verbetenheid op haar jagen en haar republikeinse tegenstrever Donald Trump laat geen gelegenheid voorbij gaan haar hiermee te confronteren.

Het is verbazingwekkend dit soort verkiezingsretoriek aan te horen in een land dat zich profileert als de hoeder van de rechtsstaat en het daarbij behorende eerlijke proces. Want hiermee wordt een van de belangrijkste rechtsbeginselen geschonden, te weten het onschuldbeginsel. Dit beginsel is reeds terug te vinden in een omstreeks 1010 uitgegeven decreet van bisschop Burchard van Worms, waarin verwezen wordt naar een decreet van paus Hadrianus.

Het beginsel heeft dus een religieuze oorsprong. Dat zou de gelovige Amerikaan toch moeten aanspreken.

De gelovige én de ongelovige Amerikaan zal het verder ook moeten aanspreken dat de Wetgevende Raad van de door de Pilgrim Fathers gestichte kolonie Massachusetts dit onschuldbeginsel in klare taal omschreef als ‘in the eye of the law every man is honest and innocent, unless it be proved legally to the contrary’.

Hillary moet dus vooralsnog voor ‘honest and innocent’ worden gehouden.

Dat deze rechtshistorie aan de heer Trump voorbij is gedaan is vanzelfsprekend zeer te betreuren.

Maar dat neemt niet weg dat van een presidentskandidaat mag worden verlangd dat hij belangrijke rechtsbeginselen in zijn land niet om zeep helpt. Doet hij dat wel dan is hij voor het strafrecht een wolf in schaapskleren. Voor een rechtsstatelijke VS is dat een pervers toekomstperspectief.

De president van dit machtigste land ter wereld zweert immers bij zijn ambtsaanvaarding de grondwet en dus de rechtsstaat te bewaren, beschermen en verdedigen.

Dit terwijl hij daar, kort tevoren tijdens zijn verkiezingsstrijd, nog maling aan had.

In populair jargon noemt de gewone man, of zoals de Britten mooi zeggen ‘the man on the Clapham bus’, dat oplichterij.

Advocaat

Oekraïnereferendum

Volksstemming blijft zeuren

In Wandelgangen (15/6) memoreert Mark Kranenburg dat minister-president Rutte drie dagen na de uitslag van het referendum daar niets over wilde zeggen omdat hij „het debat over wat er moest gebeuren met de uitslag” niet wilde verstoren.

Het is goed om daar nog eens aan herinnerd te worden, want Rutte heeft de regering met die uitspraak geheel op eigen kracht in de nesten gewerkt.

Hij had toen nog best kunnen citeren uit de onder zijn verantwoordelijkheid uitgegeven website Rijksoverheid.nl, die in de aanloop tot het referendum steeds was blijven uitleggen hoe de uitslag (welke dan ook) moest worden verstaan:

„De uitslag is een advies (raadgevend) en niet bindend. Het verplicht de regering niet om een wet in te trekken.”

Het is nog niet te laat.

De regering is nergens toe verplicht en kan nog steeds besluiten de uitslag van het referendum van 6 april te negeren.

Peter van Walsum

    • Peter van Walsum
    • Gerard Spong