Speelsters, sta op en wees de captain!

Van Alyson Annan wordt verwacht dat ze de hockeyvrouwen aan de derde olympische titel op rij helpt. Maar zo makkelijk gaat dat niet.

Nee, het is niet vanzelfsprekend dat de hockeysters in Rio even olympisch goud gaan ophalen. Zoals in Peking (2008) en in Londen (2012). Alyson Annan kan zich enorm opwinden over die instelling die ze hier en daar in Nederland proeft. Niks is vanzelfsprekend in topsport, in haar filosofie, ook al ben je al tien jaar met afstand de beste ploeg op aarde. „Sommige critici denken er wel heel makkelijk over. Niet dat ik geen vertrouwen in mijn ploeg heb, maar het gaat niet vanzelf.”

Als geen ander weet Alyson Annan, die komende week 43 jaar wordt, waar ze over praat. Tussen 1993 en 2000, het jaar van de Spelen in haar eigen Sydney, won ze met de Hockeyroos, de Australische nationale ploeg, alle grote prijzen, met twee WK’s en twee olympisch titels. Twee keer werd ze gekozen tot beste speelster van de wereld in die gouden jaren onder haar leermeester, de legendarische bondscoach Ric Charlesworth.

Maar aan alles komt een eind, leerde Annan, ook aan die unieke Australische heerschappij in het vrouwenhockey. Nederland nam het vrijwel direct over, maar na al die zorgeloze jaren zijn hier en daar haarscheurtjes zichtbaar. Engeland en de Verenigde Staten rammen op de poort – Nederland verloor vorige week nog van beide landen – maar ook Nieuw-Zeeland, Australië en Argentinië. Maar een machtsovername is nog niet bespreekbaar, als het aan Annan ligt. „Het eindigt niet hier. Wij willen die dominantie voortzetten”, zegt ze aan de vooravond van de Champions Trophy die dit weekeinde begint in Londen, vlakbij de plek waar Nederland vier jaar geleden het olympische goud prolongeerde. Dit keer is het Lee Valley Hockey Centre het toneel van ‘de generale’ voor Rio, waar de meeste kenners nog altijd uitgaan van een unieke trilogie in het hockey.

Maar ‘Londen’ herinnert Nederland er ook aan dat succes vergankelijk is, hoe dominant een team ook mag zijn. In augustus vorig jaar verloor de ploeg met sterren als Maartje Paumen, Naomi van As en Ellen Hoog bijna uit het niets de EK-finale, na shoot-outs tegen Engeland. Het kostte Sjoerd Marijne zijn baan als bondscoach en bracht Annan terug in het internationale hockey.

Stormachtige trainerscarrière

Die benoeming van de geboren Australische was een kwestie van tijd in de stormachtige trainerscarrière van Annan. Ze kwam in 2000 naar Nederland, aan de hand van haar toenmalige echtgenoot Max Caldas, inmiddels bondscoach van de Nederlandse mannen. Kort daarna kreeg ze een relatie met Carole Thate, op de Spelen van Sydney nog haar concurrent bij Nederland. Nu woont Annan al zestien jaar in Nederland en heeft ze twee kinderen met Thate.

Als coach maakte ze in korte tijd faam bij de vrouwen én mannen van Amsterdam en bij nationale jeugdteams, waar ze werd geroemd om haar hockeykennis en haar straffe hand. Annan was, kortom, volgens de harde kern van de vrouwenploeg de aangewezen figuur om de succesreeks te verlengen.

Maar Annan schrok wat ze aantrof, ondanks die overvloed aan hockeytalent, toen ze de groep in oktober voor zich kreeg. „Ik had verwacht dat de speelsters zelfvertrouwen zouden hebben in hun spel, meer overtuiging. Maar dat was niet zo.”

Het mislukte EK in Londen, een jaar na de wereldtitel onder Caldas in Den Haag, had er blijkbaar dieper in gehakt dan verwacht. „De speelsters hebben veel negatieve pers gehad na dat EK”, zegt Annan. „Ik denk niet dat men beseft wat dat doet met die speelsters. We zijn heel snel geneigd om negatief te denken. Ik lees in één zin dat de dames goud moeten halen, én dat ze geen goed team zijn. Sommige critici denken er heel makkelijk over.”

Ook in Londen had Nederland vorig jaar nog veruit de beste ploeg van het toernooi, maar het aureool van onaantastbaarheid is het afgelopen jaar enigszins afgebrokkeld. In december, in het Argentijnse hockeybolwerk Rosario, miste de nummer één van de wereldranglijst bij Annans debuut als bondscoach zelfs de halve finales, na een nederlaag tegen het gastland. Annan bespeurde een gebrek aan gretigheid bij haar speelsters. „Ik zag daar dat wij in de duels een fifty-fifty bal niet meer wonnen. Die moet altijd voor een Nederlandse speelster zijn. Dat is gretigheid, dat is een mentale instelling.”

Na de eerste kennismaking met het sterrenensemble stelde Annan direct de diagnose voor het olympische jaar: vooral op mentaal gebied valt er nog veel te verbeteren. Het verschil overbruggen tussen willen winnen en ten koste van alles willen winnen. „Ze zijn fysiek heel sterk, technisch kunnen ze allemaal goed hockeyen. Maar mentaal moet je er heel veel werk aan verrichten”, zegt Annan.

Via NOC*NSF introduceerde ze onder anderen de Belgische ‘manager prestatiegedrag’ Paul Wylleman, klinisch psycholoog en hoogleraar sportpsychologie. „Ik ben geen mental coach”, zegt Annan. „Dat is niet mijn vak. Daarom haal ik die mensen erbij.”

Eigen verantwoordelijkheid nemen

Annan en haar begeleidingsteam geven de speelsters bewust meer eigen verantwoordelijkheid. Als clubcoach stimuleerde ze dat al door de aanvoerdersband geregeld om een andere arm te doen, zodat iedereen zich zelf verantwoordelijk voelde voor het team. „Ik laat de speelsters zelf wedstrijdbeelden opzoeken en analyseren. Praat er onderling over, kom met vragen. Ze moeten nu presentaties over tegenstanders geven voor de groep. Dat zijn ze niet gewend. Sta op, je hoeft geen aanvoerder te zijn om verantwoordelijkheid te nemen. Meer zelfredzaamheid. Uiteindelijk moeten zij het doen, in het veld. Eén van de speelsters zei laatst: we moeten kunnen spelen zonder coach. Perfect, zo moet het zijn. Ik vind ook dat alle speelsters voor de camera moeten kunnen staan om zich te verantwoorden voor het hele team, ook jonge speelsters.”

Opmerkelijk was ook nagenoeg de eerste beslissing die Annan nam toen ze bondscoach werd: ze gaf sterspeelster en topscorer Paumen gedwongen vrij, waardoor ze de Hockey World League in Argentinië miste. Een reset noemde Annan het. Fysiek en mentaal weer fris worden. „Maartje had tijd voor zichzelf nodig, vond ik. Ze is altijd gretig, speelt altijd met veel passie. Een heerlijk mens om in je team te hebben, een echte winnaar. Maar ik zag op de training iemand die minder fris was. Er is enorm veel druk op haar geweest.”

Een week later zei Paumen dat ze alsnog mee wilde naar Rosario, maar Annan hield voet bij stuk. „Mensen noemen mij een hard mens, maar ik ben een gevoelsmens. Ik heb gezegd: je gaat niet mee. Ik denk dat dit het beste is wat ze het afgelopen jaar heeft gedaan.”

Paumen trainde voor zichzelf in de winter, zonder een hockeystick aan te raken. „Ze was op en top fit toen ze terugkwam. Kom maar op, ik ben Maartje. Ze stond er weer. Dat was mooi om te zien. Daar hebben we het ook over gehad: ze hoeft niet alles alleen te doen. De verantwoordelijkheid is gedeeld. Ze zal altijd opstaan, dat willen we ook niet wegnemen. Maar ze hoeft het niet alleen te doen.”

Zelf had Annan nooit de behoefte aan zo’n onderbreking van haar carrière – net als Paumen hockeyde ze meer dan tien jaar onafgebroken aan de wereldtop. „Maar in Australië is het zo anders. Daar word je niet neergehaald in de pers. Het is niet op de persoon gericht, in Nederland wel. Kijk hoe sommige sporters in Nederland worden aangepakt, als mens. Ook Louis van Gaal wordt niet als coach maar als mens aangevallen. Dan doet het veel meer pijn. Oordeel dan over de keuzes die iemand maakt.”

Wat betreft de sportcultuur kan Nederland nog wat leren van haar geboorteland. Ook al krijgt ze tegenwoordig soms een brok in haar keel als ze het Wilhelmus hoort, de sportbeleving in Australië gaat voor haar gevoel nog veel dieper. Ze maakt het zelf mee als ze terug is, als geëerd lid van de Australische Hall of Fame. „Ook vijftien jaar later bedanken ze je nog steeds voor wat je gedaan hebt. Dat respect is er nog steeds in Australië, ook al woon en werk ik in Nederland. De sportcultuur is niet te vergelijken. Met twee miljoen meer inwoners gaat Australië met een ploeg van vierhonderd man naar Rio [Nederland stuurt er circa 250, red]. Deelnemen is heel belangrijk. Dat is geen kritiek op de keuzes die in Nederland worden gemaakt. Na de Spelen ga je naar elke hoofdstad en word je door duizenden juichend ontvangen, alsof ze zelf goud hebben gehaald. In Nederland krijg je een bescheiden applausje. Het vieren van de sport, dat maakt het zo bijzonder.”

    • Rob Schoof