Opinie

    • Jop de Vrieze

Moeders, laat je man eens vaderen

Vaders moeten geen genoegen nemen met een bijrol in het leven van hun kinderen, vindt Jop de Vrieze. Hoezo papadag? „Van het woord mamadag hebben we nog nooit gehoord.”

Waar vrouwen meer knuffelen met hun kinderen, zijn mannen meer van het stoeien Foto Amber Beckers/Hollandse Hoogte

Het is tijd voor (toekomstige) vaders om hun vaderschapsambities op te schroeven. Dat is goed voor vaders, moeders en kinderen. Je wordt vader. Je kijkt er naar uit, maar tegelijk zet je je schrap. Straks heb je minder tijd voor vrienden, hobby’s en werk. Je wilt immers alle tijd die je vrij kunt maken besteden aan je kind? Toch loopt het vaak anders. Als puntje bij paaltje komt, gaan de meeste jonge vaders helemaal niet minder werken. Sterker nog: ze gaan zelfs méér werken, als good old kostwinner. En dat is zonde.

Het moet gezegd: Nederlandse vaders dragen steeds actiever bij aan de zorg voor en de opvoeding van hun kinderen. Stilletjes aan koesteren meer mannen hun papadag en lopen naar goed Scandinavisch voorbeeld met liefde achter de kinderwagen. Maar zoals UvA-hoogleraar vaderschap Renske Keijzer in april in haar oratie nog maar eens benadrukte: die ontwikkeling gaat veel te langzaam en voltrekt zich vrijwel alleen onder flexibel werkende, hoogopgeleiden met niet té hoge ambities.

Deze hipsterpapa’s gaan in tegen de nog altijd heersende norm: uit de Emancipatiemonitor 2014 blijkt dat 42 procent van de mannen in Nederland nog altijd vindt dat vrouwen geschikter zijn voor het opvoeden van kinderen dan zij. Een norm die ervoor zorgt dat we van het woord ‘mamadag’ nog nooit hebben gehoord.

Het wordt ons ook niet makkelijk gemaakt. Met twee betaalde vaderschapsverlofdagen bungelen we vrijwel onderaan de lijst in Europa. In de meeste landen hebben vaders drie weken of langer betaald verlof. Werkgeversorganisatie VNO-NCW verzette zich tot het laatste moment met hand en tand tegen het opschroeven van het aantal verlofdagen naar vijf in 2017, omdat het „een oplossing is voor een probleem dat niet bestaat” – een schande in een land dat zich beschaafd en geëmancipeerd noemt. Zestig procent van de mannen zou meer tijd aan zijn gezin besteden als daar minder praktische en financiële bezwaren aan zouden kleven, blijkt uit onderzoek van Women Inc uit 2015.

Die schamele invulling van het vaderschap heeft gevolgen voor de ontwikkeling van onze kinderen. Vaders zijn namelijk het belangrijkste mannelijke rolmodel waar kinderen mee te maken krijgen.

De afgelopen jaren is er een groot tekort ontstaan aan mannelijke rolmodellen. Op de basisschool wordt 80 procent van het werk gedaan door vrouwen (in 2000 was dat nog 68 procent). Mede door het schandaal rond kindermisbruiker Robert M. daalde het aantal mannen in de kinderopvang van zo’n 900 naar minder dan 450, op een totaal van 60.000.

Zowel kinderen als hun ouders hebben baat bij betrokken vaderschap. De kans op echtscheiding daalt en moeders krijgen meer ruimte om zich te blijven ontplooien. Die betrokkenheid begint al tijdens de zwangerschap. De vader heeft daarbij een troef: wanneer een kind nog in de buik van zijn of haar moeder zit, registreert het de stem van de vader beter dan die van de moeder. Maar de voorsprong die dat oplevert, geven mannen in de eerste periode na de bevalling in rap tempo uit handen.

Tijdens haar verlofperiode raakt de moeder vertrouwd met de baby en alle praktische kanten van het baby-verzorgen. De vader verwordt tot de klungel die alleen af en toe een taakje mag doen. Te vaak wordt nog ten onrechte gedacht dat een pasgeboren kind van nature sterker gehecht raakt aan de moeder. Het hecht aan ouders die veel aanwezig zijn. Vaders moeten zich daarom niet neerleggen bij deze bijrol, en ook voor de kersverse moeder is hier een verantwoordelijkheid weggelegd: geef je partner de ruimte om zijn vaderinstincten te ontplooien.

Actief vaderende vaders zijn namelijk op allerlei vlakken goed voor hun kinderen. Waar vrouwen meer knuffelen met hun kinderen, zijn mannen meer van het stoeien. Daarmee tonen ze affectie, en leren ze kinderen hun (fysieke) grenzen te verkennen en hun motoriek te ontwikkelen. Doordat mannen hun taalgebruik minder op de woordenschat van hun kinderen aanpassen, leren zij hen meer nieuwe woorden. Ook gebruiken vaders meer ironie, wat kinderen vanaf een jaar of acht kunnen begrijpen en overnemen.

Vaders zijn sowieso over het algemeen minder voorzichtig en meer uitdagend naar hun kinderen toe. Ze leren kinderen voor zichzelf op te komen, waardoor ze op latere leeftijd assertiever en minder angstig zijn. Kinderen die opgroeien met een vader hebben meer zelfvertrouwen en halen hogere cijfers op school dan kinderen met een afwezige vader. Wanneer ze de puberteit bereiken verliezen ze zich minder snel in seks, drank en drugs. In deze periode hebben vaders vaak de rol van coach, die grenzen aangeeft, maar ook stimuleert en inspireert.

Tijd dus dat vaders hun taak serieuzer gaan oppakken. Daarvoor is het zaak dat het vaderschapsverlof veel verder verruimd wordt, en dat werknemers de ruimte krijgen om op een flexibelere manier werk en zorgtaken te combineren. Daarnaast wordt het hoog tijd dat moeders na een echtscheiding niet langer bij voorbaat meer recht hebben op de voogdij – dit zou per situatie op basis van de feiten bekeken moeten worden. In Nederland groeien naar schatting een half miljoen kinderen op zonder vader, en een half miljoen met een vader die ze ongeveer één weekend per twee weken zien. En dat terwijl kinderen die opgroeien bij een goed functionerend co-ouderschap het vrijwel even goed doen als kinderen in intacte gezinnen.

Alleen het invoeren van dit soort maatregelen is niet genoeg. Veel vaders zien thuistaken zoals het huishouden en opvoeden nog altijd als iets wat weinig voldoening en status oplevert, toonde onder meer socioloog Arlie Russell Hochschild aan in haar boek The Time Bind uit 2001. Uit Nederlands onderzoek blijkt ook dat mannen die een stapje terugdoen door werkgevers worden gezien als minder loyaal en ambitieus. Zelf betrapte ik me – als flexibel werkende, geëmancipeerde aanstaande vader – op de gedachte: als het maar niet te veel ten koste van mijn werk gaat.

De crux: laten we het opvoeden van onze zonen en dochters gaan zien als minstens zo’n eervolle en verantwoordelijke taak als het hebben van een goede baan. Een ambitie groter dan die felbegeerde promotie, een uitdaging mooier dan dat ene belangrijke project: je kinderen van dichtbij zien opgroeien, inspireren, op sleeptouw nemen en laten zien wat het leven de moeite waard maakt. Die tijd komt nooit meer terug. En je wil later toch ook niet zeggen: ‘Had ik maar wat meer tijd met hen doorgebracht’?

    • Jop de Vrieze