Michail Zinar, pionnenkoning

Twee weken geleden besloot ik deze rubriek mer een cliffhanger. In het Vugar Herdenkingstoernooi in de Azerbeidzjaanse stad Shamkir waren Fabiano Caruana en Anish Giri verwikkeld in een wedloop om de eerste plaats. Twee ronden voor het eind stond Caruana een half punt voor. Hoe zou dat aflopen?

Ik heb het nog niet gemeld, want toen overleed Viktor Kortchnoi. Intussen is de wereldtop alweer bijeengeweest in Parijs voor een toernooi van vluggertjes en rapidpartijen. Shamkir is al bijna vergeten.

Er is een dagelijkse, per email verspreide schaakkrant Chess Today, die probeert de schaakactualiteit goed bij te houden. Onbegonnen werk. Een tijdje geleden lagen ze ongeveer drie maanden achter op de werkelijkheid.

Het toernooi in Shamkir had een verrassende ontknoping. In de voorlaatste ronde verloor Caruana van de Azeri Sjachriar Mamediarov. Goed nieuws voor Giri, maar toen verloor hij in de laatste ronde zelf ook van Mamediarov, die vervolgens ook nog de tiebreak tegen Caruana won. Er was vreugde en blijdschap in de harten van de Azerbeidzjaanse toeschouwers.

De in Amsterdam wonende Israëlische grootmeester in de eindspelcompositie Yochanan Afek zegt vaak tegen me: „Probeer in die krantenstukken van je toch niet steeds de actualiteit te volgen. Doe liever iets aan de schaakcultuur.” Met de schaakcultuur bedoelt hij zijn boeken.

Het boek Wij presenteren...De koning, dat begin van dit jaar verscheen, is het laatste deel van een serie geschreven door Hans Böhm en Yochanan Afek. Tussen 2010 en nu kwamen alle zes stukken aan de beurt, van pion tot koning.

Je kreeg steeds een door Böhm enigszins met de losse pols geschreven inleiding over de geschiedenis van het schaakspel waarbij ik vaak de wenkbrauwen moest fronsen, en dan kwamen er 240 goed gekozen stellingen, meestal eindspelstudies, waarin het stuk dat de hoofdfiguur van het boek was vaak prachtige en verbazingwekkende dingen deed.

Omdat ik meer partijspeler ben dan eindspelstudiekenner kies ik uit het deel over de koning twee stellingen die herinneringen opriepen aan echt gespeelde partijen.

Michail Zinar (‘koning van het pionneneindspel’), weekblad ‘64’ 1977. Wit begint en wint.

Zie diagram

1. Kf3 Wit moet zwarts c-pion tegenhouden. 1...Ke1 Nu dreigt zwart weer te promoveren. 2. Ke3 Kd1 3. Kd4 Kd2 4. Kxc4 Ke3 Zwart haalt de g-pion op. 5. a6 Kf3 6. Kd4 Kxg3 7. Ke5 Kf3 8. Ke6 Ke4 9. Kd7 Kd5 10. Kc8 Wit kon het nog verkeerd doen. Na 10.Kxc7 Kxc5 11.Kb7 Kd6 12.Kxa7 Kc7 is het remise. 10...Kxc5 11. Kb7 Kd6 12. Kxa7 en wit wint.

Wie denkt hier niet aan de ode die Hein Donner wijdde aan zijn a-pion na zijn overwi nning op Dragoljub Velimirovic in Havana in 1971: „Lieve pion op a5 (...) De mensen dachten natuurlijk dat het om de pion op d5 ging, hij trok hun aandacht, ze keken allemaal naar hem, maar jij en ik wisten het wel, het ging om jou, om jou en jou alleen.”

De rol van Heins pion op d5 wordt in deze studie gespeeld door pion g4.

De winstvoering in de opgave werd indertijd in de perskamer van het IBM-toernooi aan de verbaasde spelers verteld door Misha Mengelberg, groot muzikant en scherpzinnig schaker.

    • Hans Ree