Je moet zélf je best doen om erbij te horen

Ali Lazrak (1948-2016) zat vier jaar in de Tweede Kamer. Eerst voor de SP, daarna als eenmansfractie. Het was geen gelukkige tijd.

Ali Lazrak, links als onafhankelijk Kamerlid op weg naar koningin Beatrix voor consultatie over een kabinetscrisis. Foto’s Evert-Jan Daniels / ANP en Maurice Boyer

Samen met andere Marokkanen stond Ali Lazrak bij een roltrap op Schiphol. Het was 1971 en ze waren op weg naar de DAF-fabriek in Born. Een roltrap hadden ze nog nooit gezien. „We zijn er bijna met zijn allen van af gevallen”, zei Ali Lazrak eerder dit voorjaar, in het restaurant van het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis (OLVG) in Amsterdam.

Lazrak was autospuiter, welzijnswerker, radiomaker, Tweede Kamerlid voor de SP, fractievoorzitter van de ‘Groep Lazrak’, directeur van een radiostation in Tanger, restauranthouder in Gran Canaria.

Hij vertelde over die roltrap omdat hij een boek wilde schrijven over de gastarbeiders in Nederland – een idee van zijn ex-vrouw, journalist Judit Neurink. Lazrak wilde ook gaan opschrijven hoe hijzelf, net aangekomen in Nederland, had bedacht dat hij de bordjes ‘doorgaand verkeer’ zou gaan volgen. Hij wilde weten wat voor stad of dorp dat was.

Zo’n nieuwsgierigheid naar het land waar ze terecht waren gekomen, miste hij bij veel anderen. Hij zou later hard zijn over het ‘knuffelbeleid’ van Nederland voor nieuwkomers, hij was dat ook voor Turken en Marokkanen in Nederland, die volgens hem zelf meer hun best moesten doen om erbij te horen. Hij vond ook dat ze af moesten van hun vooroordelen en traditionele ideeën. In zijn radioprogramma’s voor Marokkanen, bij de NOS, ging het over homoseksualiteit, feminisme, taal – en over het nut van zwemles.

Dat het boek over de eerste gastarbeiders er nooit zou komen omdat hij uitgezaaide longkanker had, was geen onderwerp in het OLVG-restaurant. Lazrak wilde niet aan doodgaan denken. Toch zaten we daar omdat hij via zijn zoon Floris had laten weten dat hij terminaal ziek was en nog één keer geïnterviewd wilde worden. In het ziekenhuis begon Lazrak te twijfelen. Misschien moest zo’n interview toch maar wat later.

Hij begon uit zichzelf wel over de ruzies die hij had gehad met (toen nog) SP-leider Jan Marijnissen en over zijn tijd als onafhankelijk Tweede Kamerlid nadat de SP hem uit de fractie had gezet. In die twee jaar kreeg hij de bijnaam Ali Luilak, omdat hij er bijna nooit was. Lazrak zei dat hij met een naar gevoel terugkeek op die periode. Hij had, zei hij, harder moeten werken. „Ik heb mijn achterban toen in de steek gelaten.”

Floris Lazrak zegt dat zijn vader zich tot aan het eind van zijn leven wél druk is blijven maken over de Marokkanen in Nederland. „Hij was meer een vader voor hen dan voor ons thuis. Sociaal en emotioneel had je niet zoveel aan hem.”

De Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb, een vriend van Lazrak, herinnert zich een videoreportage van Lazrak uit de jaren tachtig over Marokkanen in het Westland. „Ik zie één beeld nog helemaal voor me: een Marokkaan die bij een boer in de badkuip moest slapen.”

Lazrak, zeggen zijn zoon Floris, Aboutaleb en zijn ex Judit Neurink, was eigenwijs en niet te sturen. En met zo’n persoonlijkheid ga je de Tweede Kamer in voor de – organisatorisch strak geleide – SP? Op zich paste hij in de partij, zegt Aboutaleb. „Gezien zijn radicale opvattingen en een houding die niet zo gericht was op consensus.” Maar hij had, vindt Aboutaleb, niet de Tweede Kamer in moeten gaan.

Lazrak werd na twee jaar uit de SP gezet omdat hij zich niet hield aan de ‘afdrachtregeling’: hij mocht 1.900 euro van zijn salaris houden, de rest ging naar de SP.

Volgens Floris Lazrak was zijn vader van plan om zijn Kamerzetel terug te geven aan de partij. „Maar toen noemde Marijnissen hem in een interview een geldwolf en dat vond mijn vader karaktermoord.”

Lazraks ex-vrouw Judit Neurink zegt dat de SP hem vooraf had beloofd dat hij hetzelfde salaris zou krijgen als bij de NOS. Agnes Kant, toen nog Kamerlid van de SP, kwam hem overhalen om politicus te worden – tijdens een etentje bij Lazrak en Neurink thuis. „Ali zei tegen haar dat de hoogte van het NOS-salaris voor hem een voorwaarde was. Hij had een huis, een auto. Het zou worden geregeld.”

Waarom Lazrak daar later zelf nooit iets over zei? „Misschien verweet hij het zichzelf dat hij erin was getrapt.”

Agnes Kant zegt dat ze dat niet tegen Lazrak gezegd kan hebben. „De regels van de SP waren duidelijk en ik koesterde die.”

In het voorjaar ging Aboutaleb bij Lazrak langs in Amsterdam om afscheid te nemen. „Ik heb pas gehuild toen ik thuis was”, zegt Aboutaleb. „Hij heeft zijn leven geruïneerd door het roken. Hij was niet zomaar een roker, hij was als een schoorsteen.” Van verdriet, denkt Aboutaleb. „Hij was diep ongelukkig. Hij ging alleen door het leven.”

De afgelopen weken was Ali Lazrak in een ziekenhuis in Tanger. Daar vertelden ze hem dat hij beter zou worden, zegt zijn zoon Floris. „In Marokko ga je niet dood.” Je bent het op een dag wel. Lazrak overleed op dinsdagochtend 14 juni.

    • Petra de Koning