‘Ik ben wel eens bang voor het zwarte gat’

Kees Metz (67) ging op zijn 62ste met de vut, maar zit sindsdien nauwelijks stil: ‘Vier van de vijf doordeweekse avonden heb ik een vergadering.’

Kees: „Op mijn 62ste ben ik met de vut gegaan, maar het is niet zo dat ik mijn dagen sindsdien in ledigheid doorbreng. De politiek in Zaltbommel was destijds behoorlijk verziekt, dus heb ik samen met een paar anderen een nieuwe partij opgericht. Bij de eerstvolgende gemeenteraadsverkiezingen kregen we twee zetels in de raad en mochten we een wethouder leveren. Sinds 2010 ben ik fractievoorzitter, sinds 2014 is ‘Zaltbommel Veranderen met Visie’ de grootste partij. Ik vergader veel: met commissies, de raad, de fractie, met onze wethouder of met de coalitie. Daarnaast ben ik voorzitter van het presidium van de gemeenteraad, voorzitter van de werkgeverscommissie van de raad en plaatsvervangend voorzitter van de raad. Er zijn weinig dagen dat ik niet vergader. Na afloop gaan we vaak nog even naar een biercafé, met 22 soorten bieren op de tap. Of we blijven in het oude stadhuis, in het café waar mensen met een beperking werken.”

Politiek is hobby

Kees: „Eigenlijk is die hele politiek een hobby, anders houd je het niet vol. Je kunt deze functie zo druk maken als je zelf wilt. Zaltbommel telt behalve de stad zelf elf dorpen, dus ik kan overal naar toe. Ik doe dat ook graag: naar de eerste paal voor een clubhuis, de opening van een dorpshuis, naar een inspraakavond, het liefst ben ik overal bij. Toch weet ik niet of ik na de volgende gemeenteraadsverkiezingen nog een keer in de raad wil komen. Ik ben dan 69 en wil niet dat mensen straks denken: ‘Moet dat nou echt zo nodig weer?’ Anderzijds ben ik ook bang voor het zwarte gat dat daarna opdoemt.”

„Maar ik ben niet alleen maar met politiek bezig, hoor. Ik schrijf een column in Bosch Roze, het blad van de afdeling Noordoost-Brabant van het COC. En ik zit in de redactie van de nieuwsbrief van de vereniging van oud-raadsleden in Utrecht. Tussen 1999 en 2003 was ik zelfs Prins Carnaval van Mispelgat, zoals Zaltbommel tijdens Carnaval heet.”

„Ik houd ontzettend van organiseren. Dat is ook de reden waarom ik naast mijn studie bouwkunde bedrijfskunde heb gestudeerd. Bovendien miste ik de creativiteit om architect te worden. Ik hou daarnaast ook veel van schrijven. Ik heb zo’n tien boeken geschreven, bijna allemaal over Zaltbommel. Over de kerk, over de tennisvereniging, over de kunstroute, en over een jubilerend bedrijf. Samen met mijn broer heb ik een boek over Herman Brood gemaakt. Mijn broer is ooit begonnen als fotograaf en had daarom veel foto’s van Brood. Hij wilde graag iets met die opnamen doen.”

„De balans tussen mijn werk en mijn vrije tijd is goed, vind ik. Met mijn broers heb ik een huis in Frankrijk, al kan ik daar alleen in de reguliere vakanties heen. Ik ben nu eenmaal gebonden aan de politieke recessen. Ik lees ook veel, vooral Nederlandse literatuur en kunst- en architectuurboeken. Dat geeft rust. Ik heb twee verdiepingen vol boekenkasten. Eigenlijk koop ik veel te veel boeken, al heb ik er laatst ook veel weggedaan. Dat koste me overigens wel moeite, ik ben wat dat betreft heel bezitterig. Eén keer per week ga ik met de trein naar een koffiehuis in Den Bosch, om met de uitbater over literatuur te praten en boeken uit te wisselen.”

„Ik ga ook regelmatig naar tentoonstellingen, zoals ‘Bowie’ laatst in het Groninger Museum. Of ik doe een dagje Amsterdam. En ik koop nogal eens kunst, vooral van Zaltbommelse kunstenaars.”

„Al op mijn twaalfde wist ik dat ik geen kinderen wilde. En toen wist ik nog niet eens dat ik homo was. Mijn moeder zei: ‘Wacht nou maar tot je wat ouder bent.’ Maar ik had niks met kinderen, en dat is altijd zo gebleven. Ik heb er overigens ook nooit spijt van gehad.”

Nooit eens sparren met partner

Kees:„Het is alweer vijfentwintig jaar geleden dat ik een langdurige relatie had. Samenwonen zou me niet meer lukken, na al die tijd alleen zijn. Ik denk ook dat ik te moeilijk ben geworden voor een ander. Het zou wel leuk zijn om weer eens een relatie te hebben, maar ik doe er niet mijn best voor. Alleen zijn bevalt me namelijk goed. Ik zie veel mensen van mijn leeftijd met de handen in het haar zitten als ze alleen komen te staan. Dat probleem zal ik niet snel krijgen. Wat ik wel jammer vind, is dat je nooit eens lekker kunt sparren met een partner, over wat er speelt in de Zaltbommelse politiek bijvoorbeeld. Deels vervult mijn broer nu die rol, hij woont hier in de buurt.”

„Ik heb het goed naar mijn zin in het leven en ik hoop dat dit nog even zo blijft. Ik zou wel meer vrije tijd in de avonduren willen hebben, vier van de vijf doordeweekse avonden heb ik een vergadering. Vaak zie ik ergens een voorstelling aangekondigd, maar ik kan er dan niet heen omdat ik weer een vergadering heb. Ik kan wel ’s middags naar een film gaan, maar dat is toch anders. Als je dan buiten komt, is het nog licht. Dat geeft een raar gevoel, het klopt op de een of andere manier niet.”

    • Friederike de Raat Foto’s David Galjaard