Iedere idioot kan aan de haal gaan met geloof

Predikant Wielie Elhorst (47) houdt zich al jaren bezig met homo-emancipatie. Zondag wordt hij bevestigd als eerste predikant in Nederland met een bijzondere opdracht voor homo’s, lesbiennes, biseksuelen en transgenders (LHBT’s).

Wielie Elhorst. Foto: Andreas Terlaak

Orlando

„Het was een kwestie van tijd dat de LHBT-gemeenschap doelwit zou worden van zo’n geweldsincident. Het is een vrij gemakkelijk te identificeren groep en homoseksualiteit is tegenwoordig een ‘identity marker’, ook of juist binnen religies. ‘Voor’: progressief, ‘tegen’: conservatief. Het maakt snel duidelijk waar je staat. Ik was met een groep vrienden aan het wandelen toen het nieuws over de schietpartij in Orlando kwam. We spraken direct onze verwondering uit dat het niet al eerder was gebeurd. Overigens is niet duidelijk of de dader uitsluitend uit religieuze overweging handelde. Iedere idioot kan met geloof aan de haal gaan. Ik denk dat je ook moet kijken naar iemands persoonlijke omstandigheden en motieven. En vergeet niet: deze aanslag leidt tot net zoveel islamofobie als homofobie. Dino Suhonic, die strijdt voor acceptatie van homoseksualiteit binnen de islam, durfde de afgelopen dagen hardop te zeggen: denk eens na over wat dit betekent voor LHBT’s binnen de moslimgemeenschap. Zij zijn dubbel slachtoffer, eigenlijk.”

Vaarwelorders

„Ik ben opgegroeid in een Leger des Heils-familie, mijn overgrootmoeders waren al heilssoldaten. Bij ons stond religie centraal, dag in dag uit. Niet op een vervelende manier, hoor. Mijn ouders waren officier, in dienst van het Leger, en met name mijn vader was ontzettend geïnteresseerd in vraagstukken rond religie en zingeving. Ik kan me veel gesprekken rond de avondmaaltijd herinneren waarin het ging over de Bijbel, het geloof en wat mensen eraan hebben. We spraken ook over wat er ingewikkeld aan was: welke verhalen waren wel of niet echt gebeurd? Opgroeien binnen het Leger betekende ook veel verhuizen: we hebben in Weesp, Sliedrecht, Middelburg en Harlingen gewoond. Na verloop van tijd kregen mijn ouders zogeheten vaarwelorders en dan verhuisden we naar een nieuwe gemeente.”

Tegen de regels

„Atheneum 5, atheneum 6, dat waren ongelooflijk spannende jaren. Ik wilde theologie gaan studeren en net als mijn ouders heilsofficier worden. Toen ik als tiener ontdekte dat ik homo was, wist ik dat het moeilijk zou worden. Het Leger heeft een orthodoxe achtergrond, en in die tijd, eind jaren tachtig, was de praktisering van homoseksualiteit tegen de regels. Maar ik voelde dat ik geen keuze had: op een gegeven moment moest het hoge woord eruit. Mijn ouders waren gelukkig heel ondersteunend. Ik ben voor mijn studie naar Kampen verhuisd, daar gaf ik binnen het Leger les aan jong-soldaten. Op een gegeven moment zou ik assistent-jongsoldatensergeant worden, maar die aanstelling werd mij niet verleend omdat ik een vriendje had. Toen besefte ik: als dit al niet lukt, hoe kan ik dan ooit officier worden?”

Roeping

„In 1998, ik was achterin de twintig, ben ik overgestapt van het Leger naar de Gereformeerde Kerken, een van de kerken die later is opgegaan in de Protestantse Kerk in Nederland. Ik kwam in het jongerenwerk terecht, en van daaruit ontstond de mogelijkheid voor het predikantschap. Ik ben nu voor twintig uur in de week predikant in een kerkgemeente in Bussum en heb daarnaast de ruimte om allerlei projecten te doen. Ik wil er niets heiligs van maken, maar ik voel dat ik als LHBT-dominee op mijn plaats ben. In de kerk noemen we dat dan ‘roeping’. Dat geldt overigens voor iedereen die zijn of haar weg in het leven vindt en denkt: hier heb ik een bepaalde taak of opdracht.”

Homo in de klas

„Ik zie mezelf als een kerkelijke LHBT-activist. Als hetero hoef je nooit voor je seksualiteit uit te komen, maar voor ons komt er altijd een moment waarop je ‘het’ bekend moet maken. Op het werk, of met nieuwe vrienden, steeds is er weer die onzekerheid: hoe zullen de mensen reageren? In veel gevallen is het geen probleem, maar op de een of andere manier blijft je bestaan, je positie, altijd aangevochten. Ik ben me ervan bewust dat ik binnen de kerk een minderheid vertegenwoordig. Het bijzonder predikantschap zie ik als erkenning van het werk dat ik doe, en van het feit dat de LHBT-gemeenschap er überhaupt is. Het houdt in dat ik samen met enkele andere christelijke LHBT-organisaties een aantal projecten ten uitvoer breng. Zo is er een project rondom transgenders en geloof, en zijn we bezig met ‘Homo in de klas’, een voorlichtingsmethode die speciaal is ontwikkeld voor het christelijk onderwijs. Daarnaast is er nog een Amsterdams stukje: ik ben betrokken bij de Gay Pride- en de Pink Christmas-kerkdienst en de IDAHOT-wake, een avondgebed op de Internationale Dag tegen Homofobie en Transfobie.”

Celibatair

„Wettelijk is er de afgelopen jaren veel bereikt op het gebied van de emancipatie van LHBT’ers en ook in verschillende kerken zijn stappen gezet. Maar in sommige gemeenschappen, met name binnen wat ik de christelijk-orthodoxe kring noem, is het nog altijd moeilijk en ligt uitsluiting op de loer. Als je daar homo, lesbisch, bi of transgender blijkt te zijn en ervoor uit wilt komen, word je op non-actief gezet of erger nog: uitgesloten, soms ook door je familie. Een klein aantal mensen kiest binnen deze kerken voor een celibataire levensstijl. Afzien van seksualiteit wordt in die kring de ‘koninklijke weg’ genoemd. Het is slechts voor weinigen weggelegd en ik heb vaak gezien dat het op de langere termijn veel geestelijke schade aanricht. Maar er zijn ook subtielere voorbeelden: uit een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau is gebleken dat er onder orthodox-godsdienstige jongeren die homo, bi of lesbisch zijn, 6 procent meer zijn die aan zelfmoord denken. Dat zegt iets over hun ingewikkelde positie.”

Huwelijk

„Samen met Tom Mikkers, tot voor kort secretaris van de Remonstranten, heb ik in 2011 het boekje Coming out Churches uitgebracht, een soort gids waarin homostellen kunnen zien in welke kerk ze terecht kunnen als ze willen trouwen. We wilden vooral een statement maken: het openstellen van het huwelijk is een van de belangrijkste manieren waarop je kunt laten zien dat je als kerk écht openstaat voor iedereen. Over het huwelijk als instituut ben ik zelf niet zo heel enthousiast – ik vind dat er veel meer voor een zegen in aanmerking zou moeten komen dan alleen twee mensen voor een altaar. Toen ik jong was, was ik echt van de monogame relaties: één man met één man, één vrouw met één vrouw. Daar denk ik nu een stuk genuanceerder over. Het is een feit dat liefde, seksualiteit en intimiteit veel breder worden gepraktiseerd binnen de kerken dan mensen denken. Ik ken christenen die in een driehoeksrelatie met elkaar leven. Ik vind niet dat we daarover een strikte moraal kunnen formuleren, die precies zegt: zo is het, en zo past het binnen de kerk.”

Prikklok

„Ik heb een betrekkelijk vrij leven. Ik zit nooit achter een bureau met een prikklok en kan flexibel omgaan met mijn tijd. Toch kom ik tijd tekort. Als het gaat om christelijk geloof en LHBT-kwesties, komen mensen al snel uit bij mij. Elke week is er wel iemand die me belt of mailt omdat-ie op zoek is naar een nieuwe kerk, of met me wil spreken. Ook nu bijvoorbeeld met Orlando. Onder religieuze LHBT’ers ontstond al gauw de vraag: moeten we niet iets organiseren? Dan denk ik: ja, daar ben ik voor, en dan spring ik erop in. De Keizersgrachtkerk en de Oude Kerk in Amsterdam openden deze week hun deuren om de slachtoffers te herdenken. Zo willen we laten zien dat we schouder aan schouder staan en dat de liefde uiteindelijk overwint.”

    • Anne-Martijn van der Kaaden