Hoe Haagse verveling en mondiaal drama de politiek op hol brengen

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen?

Deze week: Rutte, Samsom en het stille optimisme in Nederland.

Ofwel: hoe Haagse verveling en mondiaal drama het nationale debat op hol brengen.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Soms kom je in die Haagse papierberg een tekst tegen waar je even niet op gerekend had. „Een samenleving met meer welvaart”, las ik deze week in een pleidooi voor meer economische groei, „neemt ook gemakkelijker afscheid van de ziekmakende intolerantie en xenofobie.”

Wie, denkt u, had dit in zijn aanbevelingen voor het volgende kabinet opgenomen?

GroenLinks? Fout. Denk? Fout. D66? Ook fout.

Het stond in het document met beleidswensen voor de komende vier jaar van de werkgeverslobby – waarbij ook opviel dat de invloedrijkste lobby van Den Haag niet langer wil bezuinigen op rijksuitgaven of de verzorgingsstaat wil saneren.

Het liet twee dingen zien.

De nieuwe politieke correctheid van het cultureel conservatisme heeft de laatste jaren zodanig greep op Den Haag dat de politiek niet langer in staat is negatieve gevolgen hiervan – die „ziekmakende intolerantie en xenofobie” – te verwoorden.

Dus brengen traditioneel behoudende krachten als werkgevers het liberale vooruitgangsgeloof onder woorden dat buiten Den Haag, onder ondernemers en burgers, volop aanwezig blijft.

En: het besef dringt door dat Rutte II, ondanks alle kritiek, een puike prestatie heeft geleverd. Wanneer ook werkgevers zeggen dat bezuinigen en hervormen niet meer hoeven, terwijl de economie groeit en de werkloosheid versneld daalt, weet je dat de zaak er gezond voorstaat.

Den Haag anno 2016: de nieuwe politieke correctheid bracht coalitiepartijen zwaar in het defensief – ook al maakten ze politiek de correcte keuzes.

Het blijft mede buiten beeld, denk ik, omdat de Kamer-agenda en het maatschappelijk debat zover uiteen lopen. Hier is niet één schuldige voor – maar het schuurt enorm.

Deze week hadden we Orlando en de islam; de moord op Labour-politicus Jo Cox en de toonhoogte van het politieke debat; Brexit en een mogelijke Nexit; de (intellectuele) integriteit van Denk.

En de Kamer was niet in staat ook maar één van deze onderwerpen plenair te behandelen.

In plaats daarvan kregen we het zoveelste debat met Ard van der Steur over Veiligheid en Justitie. Dorpstoneel met voorbedachte rade.

Dit ging zelfs zover dat de oppositie in de Eerste Kamer dinsdagmiddag, anderhalve dag vóór het debat in de Tweede, achter gesloten deuren al ruimte aanvroeg voor een zomers debat over hetzelfde onderwerp in de senaat.

En bijna geen politicus die fair in dit thema zit. Van der Steur wordt verweten dat hij dit jaar 200 miljoen euro tekort komt om politie, OM en rechtspraak hun werk goed te laten doen. Maar die 200 miljoen, insiders weten dit allemaal, bevat talrijke posten die niet hard zijn.

Bovendien boekten zo’n beetje alle oppositiepartijen, ook de PVV, in 2012 in hun verkiezingsprogramma bezuinigingen van een half miljard of meer op veiligheid in. En wat meer is: 200 miljoen euro is nog geen twee procent van de begroting van Veiligheid.

Er is hier kortom van alles in het geding – behalve de nationale veiligheid.

Dus nu de oppositie van plan is dit onderwerp tot in juli in de senaat te dramatiseren (invalshoek: er moet geld bij voor veiligheid) onderstreept dat vooral hoe diep de kloof is tussen de internationaal-politieke drama’s en de leegte van de Haagse agenda.

Een leegte die herinnert aan het slotjaar van Paars II (1998-2002). Ook die coalitie had na succesvolle hervormingen in zijn laatste maanden te kampen met gebrek aan nationaal beleid en heftige internationale crises (9/11). Het creëerde de ruimte voor Fortuyn.

Sindsdien domineert cultureel conservatisme onze politiek, en zelden gaat er nog iemand tegenin.

Als je nu binnen partijen vooruit kijkt op komend najaar hoor je dat de voornaamste campagnethema’s er alweer op geënt zullen zijn: immigratie, integratie, veiligheid. En net als werkgevers voelen ze amper iets voor nieuwe hervormingen.

Zo beginnen de cultureel-progressieve partijen ook deze campagne weer in het defensief.

Wat dit betreft is het interessant hoe historici later zullen oordelen over de poging van PvdA-kopstukken om een intensieve samenwerking op te zetten met GroenLinks tijdens en na de verkiezingen van 2017. Tot in de zomer van 2015 vonden hierover in zeker drie groepen gesprekken plaats, zo kreeg ik van diverse zijden bevestigd: tussen Amsterdamse PvdA’ers en GroenLinksers; tussen de wetenschappelijke bureaus; en tussen de (toenmalige) partijleiders Diederik Samsom en Bram van Ojik.

Vanuit de PvdA bestond zelfs de bereidheid „één partij te vormen”, zoals een partijprominent me uitlegde. Het oogde enige tijd veelbelovend omdat Van Ojik zich openstelde voor elk denkbaar gesprek over samenwerking.

Evengoed legde hij zich nergens op vast. En tot frustratie van de PvdA hield alles op toen de getalenteerde Jesse Klaver vorig jaar Van Ojik opvolgde.

Klaver wil, zei hij tegen Samsom, graag met de PvdA samenwerken – in de Kamer. Maar niet in de campagne: in de campagne, liet Klaver de PvdA weten, wil hij deze keer groter dan de PvdA worden.

De vraag is intussen natuurlijk wat de impact van zaken als de schietpartij in Orlando en de moord op de Britse Labourpolitica op de Nederlandse politiek zullen zijn.

Leerzaam voor Wilders is dat Trumps luidruchtige claims – hij feliciteerde zichzelf omdat hij een drama als in Orlando had voorspeld – hem alleen kwaad deden.

De peilingen na de schietpartij laten zien, aldus Politico vrijdag, dat Trump „op een historisch dieptepunt” is beland.

Interessant aan het Brexit-referendum is natuurlijk dat het onderliggende thematiek identiek is aan ons debat: waarderen we primair de liberale voordelen van vrijhandel (in de EU), of benadrukken we de cultureel-conservatieve bezwaren tegen zaken als immigratie die met vrijhandel gepaard gaan?

De Amerikaan Sebastian Mallaby, de biograaf van Alan Greenspan, stelde donderdag in de Washington Post dat de „Lehman quality” van een Brexit hoog is: dit kan, zei hij, zomaar een nieuwe kredietcrisis veroorzaken.

Dus prima, al die mensen, ook Nederlanders, die de EU willen verlaten uit verlangen naar een terugkeer van de nationale soevereiniteit – maar ik weet niet hoeveel we daar nog van horen als er weer banken gaan omvallen.

De kritiek op de toonhoogte van het debat na de moord op Jo Cox had voor ons ook bekende elementen. Natuurlijk: een politicus met heftige standpunten is nooit verantwoordelijk voor een individu die de trekker overhaalt.

Andersom is evengoed duidelijk dat mensen met een verzwakte mentale gesteldheid erg ontvankelijk zijn voor de agressieve woordkeuze van maatschappelijke leiders.

Een thema dat eveneens aandacht in Nederland verdient: politiek is nu eenmaal uitgevonden om conflicten geweldloos op te lossen; niet om geweld te entameren.

Ook hier zien we al geruime tijd een escalatie van agressief taalgebruik, vooral door politici met een cultureel-conservatieve agenda. Die „ziekmakende intolerantie en xenofobie” komt niet uit de lucht vallen. Zo citeerde verslaggever Kim Bos vorige week in deze krant een officier van justitie bij de berechting van een „extreem-rechtse” Enschedese man die brandbommen naar een moskee gooide. We zien, zei de magistraat, dat „de schreeuwende minderheid de zwijgende meerderheid soms overtreft”.

Dus niet alleen moet Rutte II er attent op zijn dat in het najaar geen beleidsleegte als in 2001 ontstaat. Ook zou het goed zijn als Nederlandse politici met elkaar het gesprek over hun toonhoogte aangaan.

Niet in de laatste plaats omdat al die grote woorden en ongemakkelijke sentimenten eraan bijdragen dat het land het zicht op zijn eigen vooruitgang verliest.

    • Tom-Jan Meeus