Opinie

    • Bas van Putten

Een heerlijke prijsbreker

Er kan nog even geen caravan achter de hybride crossover Kia Niro maar verder zal de 60-plusser er blij mee zijn, schrijft Bas van Putten.

De Kia Niro is een vriendelijke opportunist volgens het boekje, hier te zien bij Kia Motors in Breukelen. Foto Peter de Krom

Waarom noemt Kia een compacte ruimte-wagen Niro? De naam is te gewaagd voor wat je ziet. Een keurige maar conformistische crossover, de populaire mix van station, suv en mpv waar bescheiden zestigplussers Golf- en Focusprijzen voor betalen.

Zomaar, hoor ik. Hij heet niet naar De Niro, Nero of Niet Roken. Mijn hypothese luidt dat ze hem bij Kia Nitro hadden willen noemen om babyboomers nieuwe energie te geven, en ontdekten dat er al een trieste Dodge was die om dezelfde reden tot de naam was veroordeeld. Hij was ook licht misplaatst geweest. Hoewel ik meen dat ik ergens de aanbeveling ‘sportief’ ben tegengekomen, hoef je met 141 pk en een leeggewicht van 1.400 kilo niet op explosief vertier te rekenen.

Voor wat de Niro echt is, moet je tussen de regels door lezen. Kia noemt hem de eerste hybride crossover. Nu zijn mij binnen de vage marges van dit bastaardgenre wel meer hybride kruisbestuivingen bekend, maar in zijn prijsklasse is zo’n courant brok hoogbouw inderdaad nog enig in zijn soort. Toch denk ik dat zijn stijl tweede viool speelt in de businesscase. Bij de zakelijke rijder hoef je met zo’n auto niet meer aan te komen nu voorheen riant bevoordeelde hybrides worden opgeschaald naar onbemiddelbare bijtellingtarieven.

Op de particuliere markt daarentegen zou de Niro het betaalbare alternatief kunnen zijn voor kleinere diesels of, tadaa, het hybride gamma van Toyota. Die heeft ze kleiner en goedkoper (Yaris, Auris), maar de enige in grootte vergelijkbare hybride van het merk, de Prius, is géén crossover en al helemaal niet à la mode. Bovendien is de moeder der hybrides een stuk duurder. De goedkoopste Niro kost, met airco, 26 mille, vierduizend minder dan de basis-Prius. Ziedaar zijn geheim: een prijsbreker in licht verteerbare verpakking.

Kia speelt hard ball: de importeur belooft een extra inruilpremie plus een tankpas met een tegoed van 500 euro, en voor 27.000 euro is er een First Edition met navigatie en parkeersensoren. De zitruimte voor en achter is vergelijkbaar met de Prius, de bagageruimte redelijk, uitrusting en eerste kwaliteitsindruk zijn goed. Blijf daar als prijsbewuste Hollander eens onbewogen onder.

Een vriendelijke opportunist

Troef twee is zijn verschijning. De evenwichtig vormgegeven Niro komt goed voor de dag in een minder controversiële gedaante dan de Prius, en de oudere privékoper zal de hoge instap op prijs stellen. De Niro is een vriendelijke opportunist volgens het boekje.

De adder onder het gras voor zijn caravan-minnende doelgroep is het trekgewicht. De aanhanger van maximaal 1.300 kilo mag er pas achter zodra de Niro is voorzien van een Trekgewicht Extensie Pakket met betere koeling en grotere remschijven. Dat komt pas later dit jaar, en uiteraard moet er voor worden bijbetaald.

Verder rijdt de auto minder economisch dan de Prius. Bij de introductie in de heuvels rond Frankfurt kreeg ik de verbruiksmeter binnen een uur op 1 op 18,5. In het vlakke Nederland zou het verbruik met een voorzichtige rijstijl rond de 1 op 20 moeten uitkomen. Dat is behoorlijk, zij het dat het niet in de buurt komt van de 1 op 30 die ik op vaderlandse bodem met de Prius haalde. Voor de privérijder die weinig kilometers maakt zal het verbruiksnadeel niet opwegen tegen het prijsvoordeel, maar 1 op 20 haalt een diesel ook.

Rijden doet hij wel heel goed met zijn 1.6-liter viercilinder benzinemotor met 105 pk en een elektromotor met 44. Gezamenlijk – je mag bij hybrides de vermogens van elektro- en brandstofmotor niet klakkeloos bij elkaar optellen – produceren ze een systeemvermogen van 141 pk. Dat blijkt ruim voldoende voor een auto die zijn relatief hoge gewicht opvangt met een dieselachtig koppel van 265 newtonmeter, dat hem licht en comfortabel voortstuwt bij een opvallend laag geluidsniveau. Een groot voordeel van de Niro is de automaat met dubbele koppeling, die met zes echte versnellingen alerter reageert dan de wat hangerige traploze transmissie van de Prius. Met zijn kleine accu rijdt de Niro minder lang elektrisch, maar meer als een auto.

Qua interieur wint de Prius. Niro-rijders moeten zich schrap zetten voor de ziekte die pianolak heet, de over het paard getilde eretitel voor het glimmend zwarte plastic waarin de Aziaten om onnaspeurbare redenen iets deftigs zien: dashboard en deurpanelen zijn zwaar geïnfecteerd. Maar waarschijnlijk vinden ze het nog mooi ook. Niettemin: uitstekende auto. Crossoverhatende aspirant-hybriderijders kunnen even wachten tot Hyundai na de zomer de Ionic uitbrengt, een Koreaanse Prius-dubbelganger met de techniek van de Niro.

    • Bas van Putten