Echtscheiden? Nee, bel de hulplijn

Vanwege de vele scheidingen wonen meer kinderen niet bij hun vader. De overheid moet scheiden ontmoedigen, vindt rechtssocioloog Dijksterhuis.

Als je gaat scheiden, weet je nooit hoe dat zal verlopen.

Scheiden is oké, als je het maar harmonieus doet. De overheid heeft daar niets mee te maken. Dat vinden de meeste mensen. Maar die mensen zitten ernaast, zegt Bregje Dijksterhuis, rechtssocioloog en alimentatiespecialist. Ze ziet het als haar missie de heersende opvatting over echtscheidingen bij te stellen. Want de hoge scheidingscijfers (33.000 echtscheidingen per jaar, ruim veertig procent van de huwelijken) zijn een maatschappelijk probleem, vindt ze. We willen dat alleen niet zien.

Door het toenemend aantal echtscheidingen wonen steeds meer kinderen niet bij hun vader, bleek vrijdag uit cijfers van het CBS. Vorig jaar een kwart van de vijftienjarigen: 549.000 kinderen. In 1996 was dat nog 17 procent. Jaarlijks zijn ongeveer 35.000 minderjarige kinderen betrokken bij de scheiding van hun ouders en nog eens 20.000 bij het uit elkaar gaan van hun niet-getrouwde ouders. De meeste kinderen gaan daarna bij hun moeder wonen.

Mede door het gevolg van echtscheidingen voor kinderen vindt Dijksterhuis dat ze in hetzelfde rijtje thuishoren als schulden en obesitas. Ze deed vijftien jaar onderzoek naar de uitwerking van alimentatieregels – zo onhelder dat het voor ouders zonder advocaat vrijwel onmogelijk is de hoogte te berekenen – en verlegde haar focus gaandeweg naar scheidingen in het algemeen.

Heftige reacties

Haar stelling dat de overheid zich om het aantal echtscheidingen zou moeten bekommeren, onderbouwt ze met drie argumenten: kinderen ondervinden problemen door de scheiding van hun ouders, het kost de samenleving geld, en mensen blijven achter met spijt omdat ze de gevolgen van hun scheiding niet goed konden overzien.

„Ik beoordeel mensen die scheiden niet vanuit een moreel perspectief”, zegt Dijksterhuis, getrouwd (eerste huwelijk) en moeder van drie kinderen. „Maar ik kan ze wel ondersteunen met cijfers en wetenschappelijk onderzoek, zodat ze een goede keuze kunnen maken.”

Veel mensen vinden dat Dijksterhuis zich in privédomein roert, merkt ze aan de heftige reacties die ze krijgt op opiniestukken en debatbijdragen. „Ja, je bent vrij je eigen keuze te maken. Maar kun je dat wel als je niet goed geïnformeerd bent? Als je ‘scheiden’ googelt, krijg je al die professionals te zien die je er zorgeloos doorheen zouden loodsen. Dat geeft geen realistisch beeld. Want veel scheidingen verlopen helemaal niet zo vlekkeloos.”

Naar schatting loopt een op de vijf scheidingen uit in een vechtscheiding, zegt Dijksterhuis. Zo’n 16.000 kinderen per jaar maken dat mee. Het is deze groep kinderen die grote problemen ondervindt. Denken dat het jou niet zal overkomen, vindt Dijksterhuis naïef. „Op het moment dat je gaat scheiden, wéét je namelijk niet hoe dat zal verlopen. Het is een soort Russisch roulette.”

Vooral hoogopgeleiden vechten

Ze somt op. Stel dat je harmonieus uit elkaar gaat, maar een nieuwe partner zich opeens met je kinderen gaat bemoeien. Of stel dat je ex besluit te verhuizen, naar de andere kant van het land. „In tegenstelling tot wat veel mensen denken, zijn het vooral hoogopgeleide, goed verdienende mensen die in een vechtscheiding belanden. Zij laten het er in ruzies niet bij zitten.”

Kinderen van gescheiden ouders hebben „gemiddeld gezien dus een verhoogde kans op problemen”, concludeert Dijksterhuis. „Ze hebben bijvoorbeeld meer moeite een goede relatie met hun ouders aan te gaan. Ze presteren slechter op school en hebben vaker psychische problemen.”

Ook realiseren mensen zich vaak niet hoezeer zij er door een scheiding financieel op achteruit gaan, zegt Dijksterhuis. „Moeders die scheiden belanden vaak in een armoedeval. Volgens de meest recente CBS-cijfers gaan zij er gemiddeld 23 procent op achteruit; vaders gaan er juist zeven procent op vooruit. Het gros van de scheidingen is namelijk als kinderen tussen nul en acht jaar zijn – de leeftijd waarop veel moeders niet werken.” Statistisch gezien wordt in traditionele gezinnen minder gescheiden dan bij tweeverdieners, zegt Dijksterhuis. „Maar áls een huwelijk stukloopt is er bij die gezinnen een groter probleem.”

Dijksterhuis hoopt dat eens wordt uitgerekend wat een scheiding gemiddeld kost. „Van de alleenstaande ouders zit eenderde in de bijstand, bij oudere paren is dit zes procent. Daarnaast zijn er nog kosten voor de rechterlijke macht, Bureau Jeugdzorg, beschermingsbewind, voor gemeenten die vechtscheidingen begeleiden. Een scheiding heeft ook invloed op de hoogte van toeslagen voor bijvoorbeeld kinderopvang of huur. Als samenleving moeten we ons afvragen: willen we dit? Je kunt ook zeggen dat mensen eerst financieel onafhankelijk zouden moeten worden voordat ze gaan scheiden.”

Verplichte verzoeningsperiode

Wat zou de overheid kunnen doen? „Je zou keihard kunnen reguleren. In moslimlanden geldt een verplichte verzoeningsperiode, in Chili een verplichte scheiding van tafel en bed. Je kunt ook het criterium om te scheiden scherper maken. Nu is dat ‘duurzame ontwrichting’ en de bewijslast daarvoor is nul. Maar ik zie meer in educatie en informatie. Geef als overheid realistische voorlichting op internet: ik ga scheiden, wat betekent dat? Er zou ook een scheidingshulplijn moeten komen.”

Uit recent Brits onderzoek blijkt dat 54 procent van de mensen spijt heeft van een scheiding. Zo’n percentage is in Nederland ook denkbaar, denkt Dijksterhuis. „Uit onderzoek blijkt dat impulsieve mensen sneller scheiden. Een beetje zoals bij een conflict op je werk: ik zeg m’n baan op. Mensen hebben een roze bril over hoe hun leven er daarna uitziet.”

Op YouTube staan filmpjes van de Amerikaanse komiek Louis CK, waarin hij grappen maakt over het alleenstaande vaderschap. „Hij zegt: weer single zijn op je veertigste, dat is alsof je een enorme zak met geld krijgt, maar dan in vreemde valuta.”

    • Mirjam Remie